Na Kohl de zondvloed

Alleen door volledige opening van zaken te geven in de giftenaffaire kan Helmut Kohl de dagelijks toenemende schade voor zichzelf en zijn partij beperken,

meent Matthias Geis. Kohls huidige pogingen tot rechtvaardiging maken alles alleen maar erger.

Doordat hij zich zo kwaad maakt, merkt Helmut Kohl niet dat hij zijn nalatenschap en daarmee ook de CDU kapotmaakt. Toen de affaire van de schenkingen aan politieke partijen al volop was losgebarsten, beweerde de CDU-leiding nog dat de partij nog lang profijt zou kunnen trekken van de oud-bondskanselier. Dat soort uitdagende prognoses hoor je de laatste tijd niet zo vaak meer. Sinds Kohl op de televisie heeft gezegd hoe bikkelhard hij zich denkt te verdedigen, slinkt ook bij zijn trouwe volgelingen het vertrouwen dat ze nog lang zullen kunnen teren op zijn reputatie.

In plaats daarvan gaat de symbiose tussen Kohl en zijn partij nu in adembenemend tempo teloor. Het zal niet lang meer duren of de voor zijn historisch imago strijdende vroegere bondskanselier en de voor haar politieke voortbestaan vrezende CDU openlijk de confrontatie zullen aangaan. Nu eist zelfs een behoedzame figuur als vice-fractievoorzitter Kues van de CDU al openlijk dat Kohls misstappen moeten worden `bestraft'.

Partijvoorzitter Schäuble en algemeen secretaris Merkel slagen er niet in de verbittering te verhelen die Kohls optreden van de afgelopen weken bij hen heeft gewekt. Beiden hebben, onder de druk van telkens nieuwe onthullingen, `onvoorwaardelijke opheldering' tot hoogste principe verheven. Inmiddels is duidelijk dat van het welslagen van hun inspanningen ook hun eigen politieke toekomst afhangt. Dát maakt Kohls optreden van de afgelopen weken zo ernstig. Ter wille van zijn verdediging is hij kennelijk bereid illegale financieringspraktijken deels agressief te rechtvaardigen, deels verder in de doofpot te stoppen. Dat hij daarmee de toekomst van zijn opvolgers op het spel zet, lijkt hem niet speciaal zorgen te baren.

De identiteit van de CDU enerzijds en de opheldering van de giftenaffaire anderzijds sluiten elkaar niet uit; de opheldering behoort juist tot de identiteit van de partij, zo heeft Volker Rühe onlangs verklaard. Dat was een enigszins hoogdravende poging om de gevaren te bagatelliseren waardoor de CDU wordt bedreigd, enerzijds door de doofpotactiviteiten van Kohl, anderzijds door openheid à la Merkel.

De giftenaffaire zal hoe dan ook funeste gevolgen hebben voor de identiteit van de partij. En wanneer er ten slotte geen andere mogelijkheid rest dan onverbiddelijk schoon schip te maken, kan de partijaanhang alleen maar hopen dat daarbij niet steeds weer nieuwe enormiteiten aan het licht zullen komen.

`Legal, illegal, scheissegal' luidde een leus van autonomen die nog begin jaren negentig op de muren van Berlijn te lezen viel. Nu de `Bonner Republiek' zich in die plaats gevestigd heeft, doen de verklaringen van de oud-bondskanselier een beetje denken aan die mentaliteit van de autonomen. Zo cru zou Helmut Kohl zich uiteraard niet uitdrukken, maar in feite heeft hij zojuist verklaard dat hij jarenlang heeft gemeend als kanselier bepaalde afwegingen te mogen maken zonder zich aan de wet te hoeven storen: of ten behoeve van zijn partij de regels van de partijwetgeving moesten worden nageleefd of mochten worden geschonden, maakte alleen hij uit.

Het ergste is daarbij niet eens dat Kohl langere tijd overtredingen heeft begaan, maar de principiële wijze waarop hij die thans verdedigt. Zijn bekentenis dat hij ,,een fout heeft gemaakt'' is in het verhaal waarmee hij zich rechtvaardigt niet veel meer dan een stijlfiguur. Zoals Kohl al in zijn eerste verklaring persoonlijke maatstaven boven een formeel correcte werkwijze stelde, zo legitimeert hij nu de praktijk van illegale schenkingen uit de bijzondere historische omstandigheden van de Duitse hereniging.

Deze pogingen tot rechtvaardiging maken alles alleen maar erger. Er is een wezenlijk verschil tussen de illegale praktijken enerzijds en Kohls rechtvaardiging in de geest van zijn paternalistische werkwijze anderzijds. Dat er anonieme schenkingen hebben plaatsgevonden, dat er een stelsel van zwarte bankrekeningen bestond, dat Kohl zijn macht mede met behulp van zulke methoden in stand hield, is voor de CDU op zich al verschrikkelijk. Maar dat hun boegbeeld illegale praktijken thans, nu ze aan het licht komen, ook verdedigt, zal de geloofwaardigheid van de rechtsstaat- en ordepartij CDU op de lange duur het meest schaden.

In Helmut Kohls hiërarchie van waarden was, zoals nu schrijnender dan ooit aan het licht komt, de partij het hoogste goed. Waar gekozen moest worden tussen het welvaren van de partij en de normen van de staat, heeft Kohl nogal eens gekozen voor de partij. In zijn jongste verdedigingsrede raken partij en staat toch al verstrengeld tot een onontwarbaar geheel. Er is sprake van de ,,communistische overmacht'' en van een CDU die met de ,,rug tegen de muur'' stond. Kohl laat doorschemeren dat bij de kwestie van de illegale schenkingen aan zijn partij op een of andere manier ook het vaderland in het geding was. De oud-bondskanselier maakt daar geen onderscheid meer tussen.

De Bondsrepubliek is gedurende lange perioden van haar ontwikkeling welgevaren bij de heerschappij van de CDU. Dat kan bij Kohl aanzienlijk tot de gelijkstelling van het partijbelang aan het algemeen belang hebben bijgedragen. Zo bezien is het in acht nemen van normen, vooral die welke voor het toezicht op de partijen bedoeld zijn, eigenlijk nergens goed voor. Men moet Kohls waardenhiërarchie echter nog wat nader beschouwen, wat niet in de laatste plaats zijn eigen partij de komende weken zal doen. Als Kohl vroeger heel zijn streven in dienst van de partij stelde, als ten behoeve van de partij zelfs de wet overtreden werd, waarom is hij dan nu eigenlijk zozeer bereid zijn partij zoveel kwaad te doen? Waarom onthoudt hij de partijleiding belangrijke stukken? Waarom vertraagt en saboteert hij de ontsluiering van anonieme geldstromen? Waarom geeft hij plotseling voor de televisie gegevens prijs zonder dat Schäuble en Merkel van tevoren op de hoogte zijn gesteld? Dat alles maakt de toch al precaire situatie van een partijleiding die telkens weer opheldering toezegt, zonder daartoe zelf een beslissende bijdrage te kunnen leveren, alleen maar wanhopiger. Nemen wij Kohls huidige, egocentrische optreden als maatstaf voor zijn motieven in het verleden, dan kwam zijn persoonlijke zucht naar macht nog vóór het welvaren van de partij. Hoe zou hij anders kunnen toelaten dat hij door zichzelf te verdedigen de partij nog dieper in de modder duwt?

Dikwijls heeft Kohl zich in het verleden tegen zijn critici verdedigd door hun kwalijke bedoelingen in de schoenen te schuiven. Ook nu weer kan hij het niet laten te veronderstellen dat men erop uit is het ,,beeld van de politicus en de mens Helmut Kohl'' te besmeuren. De kanselier is zo kwaad dat hij zich überhaupt nog eens in het openbaar ergens voor moet verantwoorden, dat hij niet merkt hoezeer de aard van zijn verdediging zijn nalatenschap schaadt.

Helmut Kohl voert nu zijn laatste politieke gevecht. Het afgelopen jaar was slechts gezichtsbedrog. Even heeft het er de schijn van gehad dat iemand als hij zich uit het politieke leven zou kunnen terugtrekken zonder dat dat voor zijn partij grote consequenties zou hebben, zonder dat de zegetocht zou worden onderbroken. Maar nu begint de wisseling van de wacht. Van beide kanten wordt een steeds scherpere toon aangeslagen, wordt steeds minder een blad voor de mond genomen. De partij is heel ver gegaan in haar streven om Kohl onbeschadigd en met ere afscheid te laten nemen van de politiek. De wijze waarop hij zich de laatste dagen heeft verdedigd, heeft dat voorgoed onmogelijk gemaakt.

Wil hij nog iets redden, dan zal Kohl nu zijn persoonlijke belangen ondergeschikt moeten maken aan een opening van zaken. Niets wijst erop dat hij daartoe bereid is. Daarin ligt de tragiek van deze dagen, de tragiek van een verdienstelijk politicus, van zijn partij, van de republiek.

Matthias Geis is redacteur van Die Zeit. © Matthias Geis/Die Zeit