Literatuur

Prof.dr. A.G.H. (Ton) Anbeek van der Meijden is hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Leiden.

,,Over de laatste vijfentwintig jaar van de Nederlandse literatuur heb ik niets te melden. Zoiets is volkomen onzin als je het over een eeuw hebt. Het blijft koffiedik kijken. Zo waren in de eerste decennia van de eeuw schrijvers als Nico van Suchtelen, Israël Querido en Ina Boudier-Bakker de toppers, nu lezen we uit die jaren alleen nog Elsschot. Of kijk naar de Generale Bankprijs: iedereen weet wie hem in 1998 heeft gewonnen, maar niemand zal u kunnen vertellen wie hem drie jaar geleden kreeg. Mijn voorkeur gaat uit naar De boeken der kleine zielen van Couperus, en verder naar Nescio, Elsschot, de nieuwe gedichten van Martinus Nijhoff, Apocrief van Lucebert, Gerard Reve's De avonden en De donkere kamer van Damocles van W.F. Hermans. Op een afstand volgt dan nog De aanslag van Mulisch. Maar De boeken der kleine zielen staan bovenaan mijn lijst, die kun je zo vergelijken met de Buddenbrooks van Thomas Mann. De jaren dertig zijn in mijn ogen het hoogtepunt van de Nederlandse literatuur van de 20ste eeuw. Nijhoff, Vestdijk, Bordewijk, Slauerhoff waren toen nog beginnende schrijvers. Er was een economische crisis, maar tegelijkertijd een bloeitijd voor de Nederlandse literatuur. Mag ik het ook nog over de Vlamingen hebben? Dan noem ik De kapellekensbaan van Louis Paul Boon, Het verdriet van België van Hugo Claus, Herman Teirlincks Zelfportret of het Galgemaal en Walschaps Houtekiet. Een rapportcijfer? Ze krijgen allemaal een 10. Als je het over de wereldliteratuur hebt, kom je toch al gauw bij het bekende lijstje terecht: Thomas Mann, Joyce, Proust - die heeft mij trouwens nog het meest geboeid. De Amerikaanse literatuur is mijn grote liefde: Saul Bellow, Philip Roth, John Updike, schrijvers aan wie ik veel heb gehad, ook al zijn ze niet te vergelijken met Proust. Er is niemand die zo goed woede kan beschrijven als Philip Roth. De wereldliteratuur krijgt een 8, al wil ik een uitzondering maken voor twee vrouwen, de dichteressen Sylvia Plath en Wislawa Szymborska. Zij krijgen een negen.''