Humanitaire interventie is uitzondering

Paul Scheffer vreest in deze krant van 11 december dat het afdwingen van respect voor mensenrechten met militaire middelen tot grotere onveiligheid in de wereld leidt en bovendien de internationale rechtsorde verzwakt. De zelfbenoemde rol van rechter inzake de naleving van mensenrechten zou het Westen en ook anderen, een vrijbrief geven om links en rechts in te grijpen in de binnenlandse aangelegenheden van soevereine staten. Nieuw (westers?) imperialisme ligt zo op de loer en met de internationale rechtsorde is het dan gedaan want die berust immers op het soevereiniteitsbeginsel. En wat zijn eigenlijk de normen voor militaire interventie om humanitaire redenen? Wie bepaalt die?

Scheffer onderbouwt zijn zorg en twijfel met de oorlog om Kosovo. Daar misbruikte de NAVO de term `massaslachting' om haar optreden te rechtvaardigen. ,,Het zou gaan om tussen de tienduizend en honderdduizend slachtoffers. Dat blijken leugens te zijn geweest.''

De werkelijkheid was echter anders en vooral ook complexer. Inzake Kosovo stond de NAVO voor de keus de man die het voormalig Joegoslavië tien jaar lang van oorlog naar oorlog voerde, eindelijk te stoppen. Aanvankelijk probeerde het Westen Miloševic door middel van dreigementen te laten inbinden, maar hij wist inmiddels hoe aarzelend westerse landen tot militaire actie overgaan. Echter, dreiging die niet werkt, moet worden waargemaakt op straffe van ongeloofwaardigheid. Met grote tegenzin begon de NAVO aan het karwei, wetende dat zij twee zwakke plekken had: de publieke opinie binnen ieder NAVO-land en de broze onderlinge solidariteit. Om die redenen zag president Clinton zich gedwongen de inzet van grondtroepen van te voren uit te sluiten en een relatief veilige luchtoorlog te voeren. De uitkomst van die luchtoorlog stond allerminst vast. Doch het was Miloševic zelf die met brandschatten, moorden en etnisch schoonmaken de aanvankelijk lauwe publieke opinie in het Westen mobiliseerde en het uiteenvallen van het bondgenootschap voorkwam. En uiteraard stelden de beelden van berooide en verdreven Albanezen de NAVO in staat haar humanitaire bedoelingen te benadrukken.

In werkelijkheid hebben ook westerse landen niet zo veel over voor mensenrechten, het gaat vooral om nationale belangen en de belangen van regeerders. Ook in de Kosovo-zaak zijn die te onderkennen. Het ging daar niet in de laatste plaats om het stoppen van een machtsbeluste despoot, een genie in het ontketenen van etnische hartstocht, iemand die het kruitvat van Europa, de Balkan, kon opblazen. Een man die het anderzijds zodanig aan geostrategisch inzicht ontbrak dat hij niet besefte dat zijn land economisch bankroet was en volstrekt geïsoleerd stond. Een ander belang vormde de stroom Albanese vluchtelingen die voornamelijk in West-Europa opgevangen had moeten worden. En democratische regeringen moeten ook rekening houden met hun kiezers die de beelden van CNN niet verdragen.

Hoewel het dus in de praktijk vooral gaat om belangen is het evenzeer gebruik dat nooit openlijk te zeggen. En dus wordt bijvoorbeeld de naleving van mensenrechten op de voorgrond geplaatst omdat dat beter in het gehoor ligt. In de Golfoorlog was dat niet anders. President Bush sprak over een nieuwe wereldorde waarin de internationale gemeenschap (wat dat ook zijn moge) agressie van de Saddam Hoesseins van deze wereld niet zou tolereren. Dit gedachtegoed vond zijn vertaling in `An agenda for peace' van Boutros Ghali en vandaar in de Prioriteitennota van minister Ter Beek. Wie praat er nu nog over die nieuwe wereldorde? Kortom, er zullen altijd redenen te bedenken zijn om militaire interventie te rechtvaardigen en humanitaire redenen zijn maar één mogelijkheid uit een breed scala.

Naar analogie probeerde minister De Grave in zijn defensienota nog even op de golf van medemenselijkheid mee te liften: ,,De regering [...] stelt uiteindelijk humaniteit boven soevereiniteit.'' Terecht wijst Scheffer op het potsierlijke intrekken van deze zin terwijl de redenering die ertoe leidt in de defensienota blijft staan.

Humanitaire interventies worden trouwens niet in Den Haag bepaald maar in Washington. De Amerikaanse president zal zich weinig gelegen laten liggen aan de nog door het Nederlandse kabinet te ontwikkelen criteria voor de toetsing van humanitaire interventie. De criteria die hij hanteert, zijn verontwaardiging in de media, schokkende beelden op televisie, economische belangen, kans op Amerikaanse verliezen en politieke solidariteit van bondgenoten (de Europese militaire inbreng deed er minder toe). Dat verklaart waarom interventie omwille van de mensenrechten in Tsjetsjenië en Tibet is uitgesloten. Alleen kleine, geïsoleerde, zwakke landen zoals Servië lopen die kans.

Kortom, Scheffer hoeft zich geen zorgen te maken dat de NAVO of het Euro-leger in statu nascendi, om de haverklap uitrukt om weer eens in te grijpen in de binnenlandse aangelegenheden van een soeverein land om daar de mensenrechten te beschermen. Het is overigens opvallend dat Scheffer die de regeringen van westerse landen inzake humanitaire interventie wantrouwt, de democratische krachten en de vrije media niet noemt. Voor Scheffer is Kosovo een voorbeeld van arbitraire humanitaire interventie, maar eerder kan men het zien als voorbeeld van de beperkte vrijheid van handelen van westerse leiders die zich vanwege hun parlement, media en publieke opinie gedwongen zagen af te zien van de inzet van grondtroepen en dat ook van te voren aankondigden. Militair gezien was dat een doodzonde; Miloševic wist daardoor precies waarop hij kon rekenen. Maar vanwege de democratische verhoudingen waren westerse leiders toch gedwongen die lijn te volgen. Westerse leiders kunnen in die context niet makkelijk overgaan tot humanitaire interventie.

En dat is toch wel jammer wanneer je een inwoner van Grozny bent of een Tibetaan. Helaas spreekt Scheffer alleen zijn bezorgdheid uit over toekomstig humanitair ingrijpen van het Westen, maar hij zegt niet wat er dan wel moet gebeuren ten behoeve van de mensenrechten. Het is één ding om aan te geven hoe het niet moet, maar iets anders hoe het dan wel moet. De verdrukten der aarde kunnen sowieso op weinig hulp rekenen en al helemaal niet wanneer soevereiniteit boven humaniteit gaat.

A.J. van Vuren is generaal-majoor b.d.