Het gelijk van de NV Vara

Het was ergens in de jaren zeventig, ten tijde van het kabinet-Den Uyl dat Karel Polak, net gepensioneerd verkeersredacteur van Het Vrije Volk, besloot tot het stellen van een daad. Tot het uiterste getergd door de zoveelste auto-onvriendelijke maatregel van zijn partijgenoten belde hij het hoofdkantoor van de PvdA op. De partij zou het weten! ,,Met Karel Polak. Karel Polak van Het Vrije Volk. Ik wens met onmiddellijke ingang het lidmaatschap van de partij op te zeggen'', bulderde hij. Groot was de ontgoocheling bij Polak toen de stem aan de andere kant van de lijn niet meer zei dan: ,,Zeker, mijnheer dat kan, ik zal uw naam noteren.''

Een soortgelijk gevoel van `niet-begrepen-worden', moeten veel medewerkers van de Vara op dit moment hebben. Het bekend worden van het feit dat de Vara overwoog uit het publieke omroepbestel te stappen om commercieel te worden, had als een bom in Den Haag moeten inslaan. Maar tot veel meer dan schouderophalen heeft de socialistische machtsgreep naar de markt tot nu toe niet geleid. De tijd dat Hilversum een verlengstuk was Den Haag en andersom, lijkt definitief voorbij. Weliswaar stikt het op de omroepburelen nog van de gewezen politici, maar veel affiniteit met hun Haagse roots hebben ze niet meer. Hetzelfde geldt voor de politici in Den Haag die op hun beurt steeds minder affiniteit met de Hilversumse zuilen hebben. De omroep is de laatste jaren op het Binnenhof op de lijst van onderwerpen met een hoge profielwaarde gekelderd naar de onderste regionen.

Maar sommigen is de verandering van het klimaat ontgaan. Typerend voor de verwarring onder hen was de column van Felix Rottenberg in Het Parool van vorige week vrijdag. De voormalig vernieuwer van de `ingeslapen en naar binnengekeerde' PvdA verbaasde zich in hoge mate over de stilte in Den Haag waar de plannen van de Vara in zijn ogen werden afgedaan als een systeemdiscussie. Pathetisch besloot Rottenberg zijn column met de woorden: ,,Het is deze maand twaalf jaar geleden dat Den Uyl stierf. Ik mis hem nu: hij had nooit geaccepteerd dat de Vara voor het grote geld en de vrijheid van de markt zou kiezen. Eén telefoontje naar het tuinhuis van Marcel van Dam in Putten en er was nachtelijk beraad geweest.''

Zou het echt? Misschien twaalf jaar geleden nog wel maar nu echt niet meer. De omroep als vehikel van het politieke cultuurgoed heeft afgedaan. En het is opmerkelijk dat iemand als Rottenberg dat niet ziet. Of is het een kwestie van niet willen zien, want als programmamaker heeft ook hij tegenwoordig belangen in Hilversum. Het mediabestel is het afgelopen decennium gigantisch veranderd. Nadat in 1989 de commerciële omroep in Nederland zijn intrede deed, beter gezegd niet langer was tegen te houden, is de publieke omroep meer dan de helft van de kijkers aan de nieuwelingen kwijtgeraakt. Daar komt bij dat het verschil tussen de publieke omroep en de commerciëlen steeds moeilijker valt te ontdekken. Hooguit heeft de één nog net iets meer reclame dan de ander.

Vroeger, ja vroeger was het allemaal nog overzichtelijk. De KVP had zijn banden met de KRO, de ARP kon rekenen op de NCRV, de PvdA was gehuwd met de Vara enzovoort. Maar nu is er geen touw meer aan vast te knopen. Het cliché dat `ons' bestel niet meer aan het buitenland valt uit te leggen gaat al lang niet meer op: ook een groot deel van het Nederlandse volk begrijpt er niets van. De Nederlandse omroep hangt van de paradoxen aan elkaar. Veronica, Nederlands' meest platvloerse commerciële omroep wordt geleid door voormalig CDA-politicus Joop van der Reijden: ooit staatssecretaris van Volksgezondheid, nu softporno-koning van Hilversum. Bij de Vara, indertijd opgebouwd met de dubbeltjes van de arbeidende klasse, onttrekken de `sterren' zich via eigen BV's aan het bovenmodale CAO-salaris; de NCRV opgericht als spreekbuis van en voor het protestants-christelijke volksdeel benadrukt tegenwoordig de eigen identiteit met behulp van SP-voorman Jan Marijnissen.

De Nederlandse publieke omroep bestaat, met uitzondering van de EO, nog slechts uit een aantal lege zuilen. Op papier wordt de fictie van een pluriform omroepbestel dat recht doet aan levensbeschouwelijke en maatschappelijke stromingen overeind gehouden. Maar in de praktijk doet de publieke omroep volop mee aan de slag om de kijkcijfers. Het treurige resultaat is dagelijks op de televisie te aanschouwen. Ondertussen hollen bestuurders van de omroepverenigingen van de ene na de andere vergadering om zich te buigen over weer een nieuw overlevingsplan. Zelfs een zwaar gesubsidieerd reservaat redt het nu eenmaal niet zonder vernieuwing.

Vandaar het idee van de zenderprofilering. Elk publiek net zijn eigen kleur, dat schept helderheid, is de jongste, op het ministerie van WVC ontwikkelde en aan Hilversum opgelegde gedachte. Zo is er straks een familiaal, levensbeschouwelijk en cultureel-progressief net. De programma's die de verschillende omroep maken worden over die drie zenders verdeeld. Het betekent dat de aloude omroepverenigingen worden omgevormd tot veredelde productiebureaus. Niet de omroepen maken de dienst uit,maar de `netmanagers'. Zij bepalen of het spelprogramma van de Vara op Nederland 2 dan wel op Nederland 3 thuishoort.

In het plan zit misschien nog wel iets van logica als het gaat om het creëren van herkenbare zenders, hoewel de vraag is of dat nog wel nodig is sinds de komst van de afstandsbediening. Maar met het aloude omroepbestel hebben de jongste reorganisatieplannen niets meer te maken. Dat heeft de leiding van de Vara goed ingezien. Wie zo weinig over zijn eigen programma's en over de samenstelling van de eigen televisie-avond te zeggen krijgt, kan er maar beter mee stoppen of een eigen zender beginnen.

Het is even wennen, een geprivatiseerde Vara. Aan de andere kant past zo'n constructie prima in het Derde Weg-denken waar de sociaal-democratie tegenwoordig zo vol van is. Het verklaart wellicht de lauwe stemming in Den Haag. Maar in dit geval stemt die niet-opgewondenheid hoopvol. Als de Vara vertrokken is uit het publieke bestel hoeft de PvdA ook niet langer voor zetbaas van Hilversumse belangen in Den Haag te spelen. Samen met de coalitiegenoten VVD en D66 kan er dan eindelijk eens worden nagedacht over een volwassen publieke omroep die het woord publiek werkelijk inhoud geeft.