Ein Gleichnis

Gerrit Komrij's bijdragen aan de Achterpagina zijn altijd gekenmerkt door de zorgvuldigheid waarmee zijn analyses op poëtisch gebied worden opgebouwd en uitgewerkt. Des te merkwaardiger is de vreemde lapsus in zijn artikel op 9 december.

Komrij vergelijkt daarin een gedichtje van Jan F.E. Celliers met wat wel eens het mooiste gedicht in de Duitse taal wordt genoemd (in zijn eigen woorden behorend tot `de familiejuwelen van de Duitse literatuur'), Goethe's `Ein Gleichnis'.

Van dit gedicht van slechts 24 woorden, nog soberder dus dan Celliers' `Dis al', citeert Komrij de eerste zes regels, waarna hij vervolgt: ,,- wat er dan, zoals u weet, in de laatste twee regels mee eindigt dat de zanger zichzelf toeroept dat hij – Warte nur, warte nur! – ook zelve weldra zal rusten.'' En verderop verwijst hij nogmaals nadrukkelijk naar `de herhaalde uitroep Warte nur!...'

Het verrassende is dat Komrij zich op dit punt kennelijk heeft laten meeslepen door zijn enthousiasme, daarbij zondigend tegen het eerste gebod voor wie iets van belang wil citeren: vertrouw nooit blindelings op je geheugen.

De bewuste twee regels van Goethe bevatten namelijk geen herhaling; zij luiden:

Warte nur, balde

Ruhest du auch.