Doodgeknuffelde nihilisten

Eigentijdse helden zingen en wanneer ze sterven en kunnen ze bijna een hemelse status bereiken, zeker als er sprake is van een tragische dood. Dat geschiedde met Kurt Cobain van de popgroep Nirvana waaraan een tentoonstelling is gewijd in Londen.

Als afronding van de eeuw heeft het Engelse muziekblad New Musical Express een top-100 samengesteld met gedenkwaardige rockmomenten: `100 Ways Rock Shook Up The World'. Op de eerste plaats, vóór John Lennons bewering dat The Beatles groter waren dan Jezus Christus, en vóór Bob Dylans overstap van akoestisch naar elektrisch, staat de zelfmoord van Kurt Cobain, zanger/gitarist van Nirvana, op 5 april 1994. Volgens de redactie van de NME was dat `de dag dat de muziek stierf'.

Cobains status is versteend op het moment van zijn dood, op 27-jarige leeftijd. De blonde, getroebleerde zanger was een ster tegen wil en dank en lijkt dat voorlopig te blijven. Terwijl zijn vroegere bandleden langzaamaan in vergetelheid dreigen weg te zakken – The Foo Fighters van Dave Grohl hebben problemen met weglopende muzikanten en van Krist Novoselics groep Street 75 werd nooit meer iets vernomen – is Kurt Cobain nog altijd het onderwerp van artikelen, films en boeken (en zelfs romans, zoals Nick Hornby's About A Boy). Bij concerten valt het aantal T-shirts met zijn afbeelding op, en er wordt uitgekeken naar de volgend jaar eindelijk te verschijnen Nirvana-box met zeldzame liedjes, live-opnamen, en de langverwachte, nooit uitgebrachte nummers die Cobain vlak voor zijn dood in zijn eentje opnam.

In de Proud Gallery in Londen is op dit moment een fototentoonstelling te zien die Nirvana, maar onvermijdelijk vooral Cobain, als thema heeft. Een aantal Britse fotografen exposeert zijn portretten, gemaakt tijdens de verschillende tournees van Nirvana door Engeland, in verschillende fasen van hun bekendheid.

Het aardige van deze tentoonstelling is dat je er niet per se voor naar Londen hoeft. Ten eerste omdat de foto's gebundeld zijn tot een boek, Nirvana: Winterlong, en bovendien omdat zestig van de honderd afbeeldingen ook op het Internet te bekijken zijn – al is het dan op visitekaartjes-formaat (www.lastminute.com/proud).

De foto's vertellen het verhaal van Cobains Werdegang: hoe succesvoller de band, des te ingewikkelder zijn bestaan – wat op de foto's blijkt uit zijn steeds zorgelijker gelaatsuitdrukking en schichtige blik. Had Cobain eerst alleen zijn eigen problematische geschiedenis van gescheiden ouders en jeugdige verwaarlozing om mee in het reine te komen, na de internationale doorbraak van 1991 – met de cd Nevermind – was er ook nog zijn ambivalente houding jegens het succes. Want Nirvana kreeg erkenning voor iets waar de bandleden eigenlijk geen erkenning voor wilden. Niet voor niets was de groep in ideologisch opzicht verwant aan The Sex Pistols. Cobains reactie op de hysterie rond Nirvana was te vergelijken met hoe Johnny Rotten zich gevoeld zou hebben als koningin Elizabeth zich ingenomen had getoond met zijn snerende God Save The Queen.

De leden van Nirvana noemden zich `nihilisten' en kregen plotseling te maken met geld en adoratie. Cobain had het gevoel alsof hij daarmee zijn achterban verried. Terwijl zijn vrouw Courtney Love zich met genoegen liet rondrijden in limousines, was Cobain daar blijvend ongemakkelijk onder. Een limousine was niet `punkrock'.

De foto's in de Proud Gallery zijn gemaakt door Martyn Goodacre (bekend van zijn foto's voor de NME), Stephen Sweet (Melody Maker) en Steve Gullick (NME). Goodacre maakte een van de bekendste foto's die van Kurt Cobain zijn gemaakt en die op vele T-shirts staat afgebeeld: gemaakt tijdens de tournee van 1990, toen de drie muzikanten nog in derderangs hotels logeerden. Cobain heeft blond piekhaar en met oogpotlood omrande ogen, en staart met een smekende blik in de camera. Op de expositie zijn meer foto's van deze serie te zien, met overal die verwezen uitdrukking.

Al waren ze nog vrijwel onbekend, de bandleden waren toen al lastig, zo blijkt uit interviews met de fotografen in het Engelse tijdschrift Mojo. Ze verdwenen net voor de sessie, of keken, als ze er wel waren, balorig. Stephen Street trof de groep, in 1990, aan in de kelder van een jeugdherberg. Ze hadden er geen zin in. Toen het moment van de foto daar was, trokken ze alledrie snel een slaapzak over hun hoofd. Maar als je weet dat onder die slaapzakken Kurt Cobain, Dave Grohl en Kris Novoselic zitten, is zelfs dat een leuke foto.

Expositie Nirvana - A Retrospective. Proud Gallery, tot 21 jan. Buckinghamstreet 5, bij The Strand, Londen. Tel. 00441718394942. ma t/m vr 10-18u30, za/zo 11-18u30.

Boek en foto's te bestellen via www.lastminute.com/proud