Carve-schaats

In het artikel van Ward op den Brouw `Sneller op de Carve-schaats' (NRC Handelsblad, 29 november) wordt geschreven dat Hans Veldhuis – technisch directeur van Raps – zich heeft laten inspireren door carve-ski's.

Het principe van de carve-schaats bestaat echter al veel langer. Rond 1880 heeft Captain Dowler een concaaf schaatsijzer ontworpen voor kunstschaatsen. In een boek uit 1880, A system of Figure-skating van H.E. Vanderwell en Maxwell Witham, wordt dit systeem uitvoerig besproken: ,,Aan het einde van het schaatsseizoen 1878/'79 verbaasde Captain Dowler de andere leden van de Londense Skating Club door een schaats mee te brengen met concave ijzers. sommige leden probeerden het en het was duidelijk: niet alleen dat het goed werkte, maar dat alle schaatsbewegingen veel gemakkelijker en met meer kracht konden worden uitgevoerd dan op de schaatsijzers in de oude vorm. Vooral de bochten konden gemakkelijker `genomen' worden. Het beviel zo goed en Captain Dowler werd zo overtuigd van de juistheid van zijn principe, dat hij onmiddellijk een patent ging aanvragen.''

Dit patent is ook verstrekt, want in mijn schaatscollectie heb ik een paar fraaie kunstschaatsen, gemaakt door de firma Hill & Son in Londen, waar Dowlers patent in het ijzer geslagen is.

Maar niet alleen in Engeland is dit principe van de carve-schaats toegepast. Eén van de beste en bekendste schaatsenmakers in Friesland, de firma Hoekstra uit Warga, heeft in het begin van deze eeuw houten zwier- of schoonrijdschaatsen gemaakt, waarbij het ijzer in het midden smaller is dan aan de uiteinden. Voor zover bekend is Hoekstra de enige schaatsenmaker die ijzers volgens het concave-principe gemaakt heeft.