`Arabieren kopen wapens, geen zorg'

De Arabische landen in het Midden-Oosten zijn onder de grootste wapenkopers in de wereld, maar hun investeringen in fundamentele voorzieningen als onderwijs en gezondheidszorg zijn minimaal.

Dat heeft de secretaris-generaal van de Economische en Sociale Commissie voor Westelijk Azië van de Verenigde Naties (ESCWA), Hazem Beblawi, gisteren gezegd op een persconferentie in de Libanese hoofdstad Beiroet. Van de ESCWA maken Bahrein, Koeweit, Oman, Qatar. Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte, Irak, Jordanië, Libanon, Syrië, Jemen en de autonome Palestijnse gebieden deel uit.

De Arabische landen gaven in 1998 gemiddeld 8,8 procent van hun bruto binnenlands product uit aan hun defensie, terwijl ruim een kwart van hun onderdanen ongeletterd is, zo onderstreepte Beblawi gisteren. ,,De regio was de afgelopen paar jaar bijzonder uitzonderlijk in die zin dat zij het meeste geld ter wereld uitgaf aan militaire doelen'', zei hij op de persconferentie ter gelegenheid van de publicatie van een VN-studie naar de ontwikkeling van de regio in 1999.

Defensie-uitgaven zijn jarenlang in vele Arabische landen prioriteit geweest in verband met de langdurige Iraaks-Iraanse oorlog (1980-'88), de Golfcrisis van 1990-'91 en het Arabisch-Israelische conflict, dat inmiddels ook op zijn eind lijkt te lopen. Beblawi zei te hopen dat een definitieve vredesregeling tot vermindering van de defensie-uitgaven zal leiden, maar hij toonde zich sceptisch.

Volgens VN-cijfers gaven de ESCWA-landen in 1985 12,7 procent van hun BNP uit aan wapens, driemaal zoveel als het wereldgemiddelde van 4 procent. Toen de Koude Oorlog tot een eind was gekomen, daalden de wapenaankopen in de wereld tot 2,4 procent in 1996, maar de Arabieren hielden het op 7,8 procent, een percentage dat twee jaar later dus tot 8,8 procent was gestegen (Nederland 1,8 procent). In 1997 gaven de Arabische landen 35,7 miljard dollar uit aan wapens, en een jaar later 38,7 miljard.

Beblawi zei dat de Arabische landen het zich niet kunnen veroorloven onderwijs en menselijke ontwikkeling te verwaarlozen in een tijdperk van internationale informatie en handel. ,,Ontwikkelingslanden die niet beschikken over de menselijke hulpbronnen die nodig zijn om deel te nemen aan op kennis gebaseerde economische activiteit, lopen gevaar achter te blijven in de wereldmarkt.'' (Reuters)