Stagnatie

Volgens Jorge Semprun bij het slot van zijn Huizingalezing is het heel goed mogelijk ,,dat de 21ste eeuw zal worden beheerst door het vraagstuk van verandering van de soort'' – verandering van de Homo sapiens wel te verstaan, niet van de een of andere glimworm of cavia. Een modieuzere uitsmijter van de jaarlijkse preek voor intellectuelen had hij niet kunnen bedenken. Het is toch ongelooflijk hoe de genetica de laatste jaren de rol van redder dan wel verdelger van de mensheid krijgt opgedrongen. Al meer dan vijftig jaar gebeurt er genetisch onderzoek waar nooit iemand van buiten zich om bekommerde, en ineens promoveert dit vakgebied tot meest invloedrijke factor in het maatschappelijk leven, iets waar je voor of tegen kunt zijn, iets wat, hoe dan ook, verschrikkelijk belangrijk zal worden.

Ik denk niet dat dit zal gebeuren, omdat de genetica daarvoor te ingewikkeld is. Het in kaart gebrachte menselijk genoom is een gedetailleerd bouwpakket, waar de mensheid als geheel niets aan heeft. Honderdduizenden genen (variabelen) kun je niet manipuleren, je kunt ze niet eens screenen. De gemanipuleerde `veranderde' menselijke soort is een kinderlijk visioen van mensen die dol zijn op idolen en vijandbeelden en geen idee hebben van het praktisch nut en de kosten van toepassingen van wetenschappelijk onderzoek.

Voor de volgende eeuw verwacht ik eerder stagnerende dan op hol geslagen wetenschap. Ik vrees dat de wetenschap haar beste tijd gehad heeft, althans het soort wetenschap dat dingen ontdekt waar iedereen profijt van heeft. Elektriciteit is daar een voorbeeld van. Verlichting door middel van gloeilampen is een grote vooruitgang, vergeleken bij olielampen of kaarsen. De auto, het vliegtuig, de telefoon, radio en televisie, de ijskast, centrale verwarming zijn allemaal toepassingen van wetenschappelijke inzichten die het leven aangenamer maken en waar elke middeleeuwer enthousiast over zou zijn. Al deze voorbeelden van vooruitgang zijn van voor 1950. Wat er daarna is ontwikkeld (computers, medische technologie, pijnbestrijding, de furby) is een technische vervolmaking van eerdere inzichten. De vooruitgang in de natuur- en sterrenkunde heeft geen weerslag op de kwaliteit van het dagelijks leven. De vooruitgang in de medische wetenschap is in toenemende mate van het statistische soort. Na de ontdekking dat roken sterk samenhangt met longkanker en met hart- en vaatziektes zijn er nooit meer van die mooie correlaties tussen dagelijks leven en ziektes aangetroffen. Elk nieuw antibioticum lokt nieuwe resistentie uit. De wetenschap bedient op het ogenblik splinter- en belangengroepen. Mensen met voortplantingsproblemen bijvoorbeeld of mensen die een orgaantransplantatie nodig hebben.

Dit is niet iets wat ik de wetenschap verwijt, het geeft alleen aan dat de grenzen van lotsverbetering zijn bereikt. Iedereen zit goed gevoed en gekleed in een comfortabel huis, omringd door apparaten en hebbedingetjes, zichzelf te amuseren tot hij/zij gemiddeld 76 jaar wordt. Of crosst in campers en cruiseschepen over de globe heen om eens een ander behangetje te zien. Wat heeft de wetenschap hier verder nog aan toe te voegen? Levensduurverlenging soms? Het menselijk organisme zit net als andere levende wezens zo in elkaar dat op een gegeven ogenblik alle systemen falen. Aan de dood valt niet te ontkomen en aan ouderdomsziektes ook niet.

Aan het dagelijks leven in de Derde Wereld of in de sociale onderklasse valt nog genoeg te verbeteren, maar hier ligt geen taak voor de wetenschap meer. Dat moet de politiek doen. De fysieke omgeving is in het Westen nu al zo comfortabel dat 20 procent van de mensen aan overgewicht lijdt. De voortgang van de wetenschap zit in steeds verdere verfijning (nanotechnologie) en in gepriegel op details die vooral voor specifieke belangengroepen relevant zijn (genetica). Een grote doorbraak is niet meer mogelijk. De wetenschap kan tevreden achterover leunen. Zij heeft alles bereikt wat in haar macht lag. Verandering van de soort Homo sapiens hoort daar niet bij. In de 21ste eeuw zullen het zoals gewoonlijk de heethoofden en bijgelovigen zijn die de dienst uitmaken.