Néé, Smeets

Als Mart Smeets in de leiding van de NOS zou zitten, stopte hij onmiddellijk met het praatprogramma Mtwee, dat hij samen met Maartje van Weegen presenteert. De anchorman bekende dat in een interview in de Haarlemse boekwinkel De Vries. Na de Mtwee-uitzending van afgelopen vrijdag kreeg hij `een geweldig pak op de flikker' van zijn vriendin Karin. Smeets: ,,Zij constateerde dat ik door Maartje heenlulde, en Maartje door mij. Ze vond dat het een wedstrijd was geworden. Er deugde niks van. Nou, dat komt dan vreselijk aan. Daar luister ik wel naar. Waarschijnlijk zal ik de volgende keer proberen mijn natuurlijke neiging om te interveniëren wat te temperen.''

Jij staat als presentator zo krachtig in je schoenen, dat er automatisch een soort verschroeide aarde om je heen ontstaat.

,,Dat hoor ik wel meer. Ik kan daar niks aan doen. Ik weet niet hoe ik het moet oplossen.''

Misschien moet je niet met een kwetsbaar iemand als Maartje van Weegen zo'n programma maken.

,,Ben ik met je eens. Als ik de NOS-leiding zou zijn, dan zou ik er ook mee stoppen. Ik zou zeggen: `Dit kán niet, ga maar wat anders doen'.''

Had je niet tevoren kunnen weten dat deze combinatie niet werkt?

,,Ja. Ik ben ook de grootste criticaster van het programma. Ik roep steeds dat het niet zo kan, en dat het anders moet.''

Waarom ben je er überhaupt aan begonnen?

,,Omdat ik altijd aan dingen begin met het idee: kijken hoe ver ik kan gaan voordat de kruik barst. Luister, ik geloof óók niet in het programma Hallo 2000, dat wij gaan uitzenden op 31 december, van kwart over elf tot de volgende dag kwart over elf. Vier-en-twin-tig uur achter mekaar! Ik denk niet dat mensen de tijd en de mentaliteit hebben om op die dag nou `s lekker naar een informatief NOS-programma te kijken. Toch doe ik het, toch presenteer ik het.''

Je maakt zo je werkomgeving tot een laboratorium voor persoonlijke groei. Dat gaat soms ten koste van anderen – bijvóórbeeld Maartje van Weegen.

,,Ja, klopt.''

Je beseft het, maar je gaat er mee door. Ik snap het niet.

,,Ik moet waarschijnlijk ergens een keer zo hard tegenaan knallen, dat ik zeg: `Dit was het, dank u.' Dat moment is nog niet gekomen.''