Multimediale ontdekkingsreis van Hollandia

De plunjezak bevat gepekelde noten: iets dergelijks moeten de zeevaarders destijds hebben gegeten. Historische rantsoenbrieven bepalen de inhoud van onze proviand en even wanen wij ons de voorvaderlijke verkenners van ruige wateren.

Dat we zijn ingescheept op een gewone Amsterdamse rondvaartboot, dat doet er minder toe. Belangrijker is de suggestie: van gevaar en grootse ontdekkingen. Samen met poptempel Paradiso in Amsterdam en de Interfaculteit voor Beeld en Geluid in Den Haag organiseert Hollandia, de experimenteerlustige theatergroep uit Zaandam, een festival rond film, video, elektronische muziek en theater - en uiteraard zoeken de initiatoren naar grensverleggende combinaties.

Die zoektocht begint zoals een zoektocht meestal begint, namelijk moeizaam. We stoppen bij New Metropolis aan het IJ, waar een elektronische laboratorium is ingericht. Bandrecorders met maar één tape produceren schurende klanken; bolle spiegels doen aan planeten denken en wie z'n voet op een pedaal zet verandert de plaatjes op een videoscherm in bizarre landschappen. Heel aardig, maar waarom roept die actrice in haar pathetische jurk steeds: `Laat me niet alleen'?

Op de Schreierstoren zingt iemand een zeemanslied over het afscheid van vrouw en kind. En in de NZH-Reddingmaatschappij dreigen twee kameraden elkaar te verlaten. Of de hersens in te slaan, of nog erger. Jeroen Willems en Peter Paul Muller zitten elk in een te krap bootje. Omdat een van hen de buit heeft verdonkeremaand, schildert de ander de wijze waarop hij zijn makker zal straffen. Een rode kool, zogenaamd het hoofd van de vriend, gaat aan flarden en als de woede is bekoeld verheugen de soldaten-te-water zich op de plundering van Amsterdam. Regisseur Johan Willems laat de spelers in Bloeddorst ook zingen. Madrigalen, van Monteverdi.

Daarmee slaat hij een brug tussen de Gouden Eeuw van Amsterdam en die van Venetië, tussen de bloederige exploratie van de wereld en de vernieuwingen in de kunst. Bloeddorst is niet echt vernieuwend maar wel spannend. Vanaf Bloeddorst komt er samenhang in het eerst zo chaotische aanbod van beeld en geluid. Want ook de volgende voorstelling is aan Monteverdi gewijd. We leggen aan bij de St. Nicolaaskerk en binnen zingt Arianne de Vos Burchart het klaaglied van Ariadne, die door Theseus verlaten werd. Frieda Pittoors, een vroom zwart mutsje op het hoofd, smeekt vanaf de kansel of God haar bij wil staan. Haar kleurige Nederlands, van de zestiende-eeuwse dichteres Anna Beijns, wordt omlijst door aluminium panelen, het ene beslagen door regisseur Paul Koek. Op zijn bovenaardse muziek verschijnt vanachter een bol een prachtige Maagd Maria. De hele nacht zal zij het met wezenloze computerkunst gevulde programma in Paradiso overstralen.

Festival: Sonic Acts, door Theatergroep Hollandia e.a. Gezien: 21/12 in A'dam. T/m 23/12 aldaar. Inschepen om 17.25 of 18.10 bij Rederij Kooy t.o. het Amsterdamse CS. Res. (0900) 0191.