Juristen in Indonesië ruziën over de generaals

Indonesië maakt de overgang van militair naar burgerbestuur. Ook juristen moeten daaraan wennen. Wie verdedigt de generaals?

De op handen zijnde berechting van enkele Indonesische generaals heeft deze week geleid tot een onverkwikkelijke ruzie over het wezen van het begrip `mensenrechten'. Adnan Buyung Nasution, de leider van het team juristen dat de verdediging van de generaals voorbereidt, is in ongenade gevallen bij enkele van zijn collega's. Gisteren werd hij geroyeerd als lid van de Raad van Curatoren van de Stichting voor Rechtshulp (LBH), die hij in de jaren zeventig zelf heeft opgericht. Nasution (65) zou het uitgangspunt van de LBH met voeten hebben getreden, te weten rechtsbijstand aan de zwakken en machtelozen. Hijzelf verwijt zijn collega's `tirannie' en `machtspolitiek'.

De nieuwe regering onder leiding van president Abdurrahman Wahid maakt haast met het onderzoek naar en de berechting van militairen en politiemannen die zich hebben bezondigd aan geweldsexcessen in Oost-Timor en Atjeh. Daarbij wreekt zich dat de rechtsstaat nog in aanbouw is en dat de wet- en regelgeving inzake bewijslast en procedures nog slechts in embryonale vorm voorhanden is. Onzorgvuldigheden in de rechtsgang leggen de beklaagden in uniform uit als aanwijzing dat een bijltjesdag wordt voorbereid.

De redenen voor de haast waarmee de procureur-generaal en door de regering ingestelde onderzoekscommissies te werk gaan, zijn vooral politiek van aard. Vooral in de grote steden is de roep om reformasi (democratische hervormingen) omgeslagen in een roep om afrekening met de ooit almachtige militairen. Het gevaar bestaat dat de nieuwe regering haar krediet verspeelt als ze de generaals ontziet. De massale steun voor de afscheidingsbeweging in de provincie Atjeh is vooral het gevolg van tien jaar militaire willekeur tegen de burgerbevolking en zowel regering als parlement beseft dat Atjeh zonder een bestraffing van deze ontsporingen niet binnen de republiek te houden is.

In het geval van Oost-Timor staat de eer van Indonesië op het spel. Een VN-commissie heeft onderzoek gedaan naar de bloedige amok van pro-Indonesische milities nadat de meeste Oost-Timorezen op 30 augustus voor onafhankelijkheid hadden gekozen, en constateerde dat ook Indonesische officieren daarbij betrokken waren. De commissie kan secretaris-generaal Kofi Annan aanbevelen deze militairen voor een internationaal tribunaal te dagen. Jakarta wil het land deze vernedering besparen. Ex-president B.J. Habibie gaf in september een commissie opdracht de jongste geweldsuitbarsting in Oost-Timor te onderzoeken. Deze commissie, geleid door advocaat en journalist dr. Albert Hasibuan, publiceerde in november een tussentijds verslag, waarin ze de namen noemt van zes generaals – onder wie de gewezen stafchef van de strijdkrachten en nu coördinerend minister voor Politiek en Veiligheid, generaal Wiranto – die betrokken zouden zijn geweest bij de moorden en brandstichtingen door de milities.

Velen ervaren de openheid van de commissie-Hasibuan als een verademing – `geen doofpotten en geen straffeloosheid meer' – en ze beantwoordt daarmee aan haar (politieke) doel, maar de generaals in kwestie zien hierin een schending van het beginsel dat iemand pas schuldig is als de rechter dit bewezen acht. Hun advocaten – de veteraan Nasution voorop – vallen hun daarin bij en dat leverde Nasution gisteren het royement op van de LBH. Nasution verwijt zijn eigen LBH `vijanddenken' en bespeurt een `ongezonde' verwevenheid met het openbaar ministerie. Procureur-generaal Marzuki Darusman, de hoogste openbaar aanklager, is formeel nog steeds voorzitter van de Nationale commissie voor de mensenrechten (Komnasham), waaruit de meeste leden van de commissie-Hasibuan zijn gerecruteerd, en menig commissielid is verbonden aan de LBH.

Nasution en de zijnen kregen gisteren bijval uit onverwachte hoek. Minister van Justitie Yusril I. Mahendra, zelf een jurist, erkende het statutaire recht van de commissie-Hasibuan om haar bevindingen openbaar te maken, maar onderstreepte dat het noemen van namen vooruitloopt op een gerechtelijke uitspraak. Hij verweet Hasibuan en de zijnen onvoldoende rekening te houden met de politieke situatie. ,,De strijdkrachten'', aldus Mahendra, ,,liggen inmiddels zodanig onder vuur wegens fouten uit het verleden dat er in de samenleving een ware euforie is ontstaan. We beleven een overgang van militair naar burgerbestuur en onder deze omstandigheden is het noemen van namen van verdachte officieren uiterst gevoelig.'' Dat Nasution en zijn collega's de verdediging van de generaals op zich hebben genomen, noemde Mahendra ,,geheel in overeenstemming met hun professie.''

Voor advocaten die tientallen jaren het onderspit moesten delven bij de verdediging van door machthebbers al bij voorbaat schuldig verklaarde cliënten, mogen de generaals dan als de vijand gelden, de minister wees hun er gisteren op dat de rechten van de mens universeel zijn en dat ook beklaagden in uniform in aanmerking komen voor rechtsbijstand.