In de kou

Ik zette de televisie aan en zag een merkwaardige verzameling mannen van veelal middelbare leeftijd en ouder het voetbalveld opkomen: bolle kroegbazen, kalende boekhouders, broodmagere kruideniers, morsige taxichauffers, kwabbige varkensboeren, glazig kijkende opa's. Hier en daar een bekend gezicht, maar velen leek ik nooit eerder gezien te hebben.

Het bleek om de `Wedstrijd van de eeuw' te gaan, een initiatief van Johan Cruijff om al onze voetbalhelden van de afgelopen eeuw nog één keer in het zonnetje te zetten. Het was ook nog voor een goed doel, dus dat was mooi meegenomen. Na afloop was iedereen vertederd en tot tranen geroerd, men had genóten. ,,Het gaat niet om de wedstrijd, maar om de nostalgie'', riep de tv-commentator met verstikte stem.

Het was aan mij helaas niet besteed, ik kon er alleen maar droevig van worden. Zelden zoveel lichamelijk verval op één avond gezien. De schok was te groot. Met je eigen verval en dat van je omgeving groei je op, het verval van anderen blijft anoniem. Maar hier werd er opeens een bekende naam aan toegevoegd.

Ik zag een man met de omvang van een overvolle aardappelzak en het bleek Piet Keizer te zijn. Wie was die wandelende peer aan de linkerkant die geen bal meer kon raken? Rob Rensenbrink? Ja, Robbie. En die Dik Trom op leeftijd, was dat soms Sören Lerby?

Het werd een macaber feest van herkenning. Ik had ze in de kracht van hun leven gezien, en zo wilde ik ze in mijn geheugen bewaren. Het ligt aan mij, ik weet het – ik hoef de ontslapene ook nooit in zijn doodskist opgebaard te zien, vereeuwigd in zijn wezenloosheid. Laat hem gaan, hij is er niet meer.

Er stond een oude man, bevend van de kou, aan de zijlijn. Stramme kalkbenen die hem moeizaam naar de middencirkel brachten. Het kon mijn vader zijn, zonder pyjama op weg naar de wc. Het was Faas Wilkes.

Ach nee, Faas. De afgelopen dagen hoorde ik voetbalkenners steeds zeggen dat ze Faas eigenlijk nooit hadden zien spelen. Ik wel, zeg ik niet zonder trots, want hij voetbalde in de jaren vijftig voor mijn club, VVV in Venlo. Schitterende voetballer, qua stijl vergelijkbaar met Cruijff. Dribbels over twintig meter, scoren vanuit het linkergedeelte (voor de keeper) van het strafschopgebied met strakke, diagonale strepen. Hij kon tien wedstrijden op rij voor de club winnen om vervolgens een maandje verstrooid een luchtje te scheppen in de middencirkel.

Hij kon ook slecht tegen de kou, Faas. Dan was hij vaak licht geblesseerd. Ook gisteravond genoot hij niet echt, ik zag de scepsis op zijn gezicht. Wilkes is een zeer nuchter mens, hij vindt het voetbal – en zeker het moderne – een hoop poppenkasterij om niets. Over zijn eigen carrière praat hij altijd met een zekere onwil. Hij had dat talent nu eenmaal – nou én?

En daar stond hij dan, omdat hij niet nee had willen zeggen tegen Johan Cruijff, die opeens wél een zeer nostalgisch baasje is geworden. Faas in de kou. Doe het hem (en mij) nooit meer aan.