Het Feitenrelaas: een opsomming

Prostitutie, ruilhandel en alcoholmisbruik — in het Feitenrelaas de sfeer binnen Dutchbat als ,,uitstekend'' omschreven.

In het najaar van 1995 werden alle uit Srebrenica teruggekeerde Dutchbatmilitairen door een speciaal debriefingteam van Defensie op de Johan Willem Friso-kazerne in Assen gehoord. Het gisteren openbaar gemaakte Feitenrelaas is een uitvoerige samenvatting van deze gesprekken:

168 Dutchbat-militairen hebben verklaard dat zij, al dan niet onder bedreiging, wapens of voertuigen en/of persoonlijke bezittingen hebben moeten afstaan, in de meeste gevallen aan leden van het Bosnisch-Servische leger BSA, soms ook aan leden van de moslim-strijdmacht ABiH.

Vele militairen hebben verklaard dat zij wapens en uitrustingsstukken ruilden met Serviërs en moslims of hebben gezien dat collega's dat deden. Ook werden, vooral toen Dutchbat in juni/juli 1995 niet meer normaal kon worden bevoorraad, uitrustingsstukken geruild voor brood, ander voedsel en drank. Of werden er uitrustingsstukken verkocht, bijvoorbeeld gevechtslaarzen voor 300 tot 500 Dmark. Overigens verklaarden veel Dutchbatters dat delen van hun uitrusting vaak werden gestolen, bijvoorbeeld door lokale moslim-wasvrouwen.

In 73 verklaringen is er sprake van dat Dutchbat-militairen geregeld door moslims en Serviërs werden benaderd met verzoeken om, vaak met een eigen commissie van tien procent of meer, geld van of naar Bosnische families in West-Europa te helpen vervoeren of uit Nederland over te maken. In 74 verklaringen wordt van medewerking aan geldsmokkel gesproken. Het spectaculairste voorbeeld daarvan was volgens circa twintig getuigenverklaringen de vondst, eind juni 1995, van 116.000 Dmark in een postpakket met twee blikken nasi van een toevallig afwezige militair.

Militairen in omstreeks 110 verklaringen zeggen dat zij wisten, dan wel hadden gehoord, dat sommige Dutchbatters meer dan eens seks hadden met lokale moslim-vrouwen. Soms werden zij daarbij door de afrastering ,,afgezogen'' door een moslim-prostituee die zulke diensten verleende tegen betaling van potten jam of pindakaas of voor sigaretten of een geldbedrag tot 10 Dmark. In andere verklaringen over de leniging van ,,seksuele nood'' duiken een moslim ,,wasvrouwtje'', een schoonmaakster en een zogeheten ,,chocolademeisje'' op.

Circa 60 verklaringen maken melding van drugsgebruik en alcoholmisbruik en van geweld en ander wangedrag door Dutchbatters tegen de moslimbevolking. Dat geweld varieerde van klappen met de blote hand of met een houten knuppel tot bedreiging van een opdringerig moslim jongetje met een vuurwapen, waarmee in de lucht werd geschoten en later over het hoofd van het vluchtende kind.

In omstreeks 300 verklaringen wordt de sfeer in Dutchbat III als uitstekend beschreven, ook toen de omstandigheden juni/juli 1995 door het oprukken van de Bosnische Serviërs steeds moeilijker werden.