Geld voor Una, 590 miljoen, verdeeld

Amsterdam gaat meer dan de helft van de opbrengst van de verkoop van energiemaatschappij Una besteden aan infrastructuur. Dat heeft het college van B en W besloten.

Amsterdam is samen met de gemeente Utrecht en de provincie Noord-Holland aandeelhouder van de Una. Verkoop aan het Amerikaanse bedrijf Reliant levert de gemeente 1,3 miljard gulden op. Na aftrek van diverse posten houdt de stad daarvan 590 miljoen over.

B en W reserveert 240 miljoen voor de aanleg van de Noord-Zuidlijn, de IJtram en een vernieuwd stationseiland. Onlangs kwam de gemeente met minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) overeen dat het rijk hiervoor ruim twee miljard gulden betaalt. Amsterdam draait op voor de rest en de risico's. Dat komt neer op maximaal 350 miljoen gulden.

Verder wil het stadsbestuur 100 miljoen gulden besteden aan het participeren in publiek-private financiering van andere infrastructuur. Zo staan de tweede Coentunnel en de Westrandweg op de nominatie om met publiek-private financiering te worden aangelegd, waarbij mogelijk ook opbrengsten van het rekeningrijden worden betrokken.

Naar het opvangen van lacunes in het grotestedenbeleid – de aanpak van leefbaarheid en veiligheid – gaat 140 miljoen gulden.

De rest van het geld gaat naar de bouw van parkeergarages (20 miljoen), werkloosheidsbestrijding (20 miljoen), bodemsanering (20 miljoen), duurzaam bouwen (15 miljoen) en geluidsschermen langs de A10 (15 miljoen).