Fascinatie voor de ultrastad

Fantasieën over `de stad van de toekomst' hebben nogal eens totalitaire trekjes. Het zijn geen steden waarin mensen willen wonen.

Het ontwerpen van geheel nieuwe steden is niet voorbehouden aan technobeluste tekenaars uit de twintigste eeuw. Al in 1623 publiceerde de Italiaan Tommaso Campanella zijn ontwerp van de Zonnestad. De muren van de stad vormden zeven concentrische cirkels rondom een centrale tempel.

Het is niet alleen een uiterst gedetailleerd uitgewerkt architectonisch ontwerp, maar ook een beschrijving van de bijbehorende samenleving. Gezien de architectuur zal het niet verbazen dat het een centralistische, hiërarchische en zeer geordende samenleving betreft. Uiteraard komen ziekte en criminaliteit vrijwel niet voor. De bewoners betalen wel een prijs voor die idylle: kaarten en schaken zijn verboden, vrouwen mogen zich niet opmaken – daarop staat de dood door steniging – en homoseksuele gedragingen worden bestraft, bij herhaling met de dood. Er bestaat geen vrije partnerkeuze en de voortplanting is strikt gereguleerd volgens eugenetische beginselen.

Concentrische cirkels en vierkanten vormen vaker de plattegrond van een gedroomde stad. Het zijn steden zonder begin en einde. Ze zijn niet geleidelijk tot stand gekomen, maar in één keer gebouwd. En ze groeien ook niet, ze zijn. Datzelfde geldt eigenlijk voor de samenlevingen in die steden. Zowel de vierkante stad van James Buckingham uit 1849 als de ronde van Charles Caryl uit 1897 kennen strikt gescheiden woongebieden voor de diverse, in detail beschreven maatschappelijke klassen. Caryl rekent tot op de vierkante meter voor hoe groot de woning van een arbeider of opzichter is. Alle mannen in zijn stad hebben een militaire rang. Ook de sociale structuur van de stad ligt voor de eeuwigheid vast, inclusief het aantal generaals of sergeants. Net als in de meeste stadsfantasieën is zijn metropool een vrijwel autarkische eenheid. Verbindingen met de buitenwereld zijn dun, aan forensen is niet gedacht.

Caryls Grand Model City is een van de eerste voorbeelden van een stadsontwerp dat grotendeels uit hoge flats bestaat en waarin een fenomenale bevolkingsdichtheid wordt bereikt. Op zich is een bevolkingsdichtheid van ruim tien keer die van de Kinkerbuurt – de dichtstbevolkte buurt van Nederland, met driemaal zo veel inwoners per vierkante kilometer als Hongkong – best denkbaar. Maar het gaat wel ver om zo vijf miljoen mensen opeen te pakken. Dat is geen stad meer in de moderne betekenis van het woord; dat is een ultrastad met kilometerslange gebouwen die allemaal met elkaar zijn verbonden.

In twintigste-eeuwse stadsfantasieën spelen zulke ultrasteden een hoofdrol. Nevenstaande tekening van Frank Paul uit 1939 is een van de vele die er in die tijd in het blad Amazing Stories verschenen. Ruimtevaart, kernenergie en andere aankomende verworvenheden van wetenschap en techniek vormden de inspiratiebron. Ook in de film Metropolis van Fritz Lang uit 1927 is zo'n ultrastad te zien, met wolkenkrabbers zo hoog dat de vliegtuigen er tussendoor vliegen.

Zulke ultrasteden hebben alleen een buitenkant. Aan de enorme gebouwen is niet te zien of er mensen in wonen of dat er kantoren in zijn gevestigd. Frank Paul laat mensen buiten lopen over brede wandelboulevards. Er zijn wel wat auto's te zien, maar het meeste vervoer is aan het oog onttrokken. Dat is bij Fritz Lang anders: twintig lanen breed boort het gemotoriseerde verkeer zich een weg tusen de flats.

Opmerkelijk is het contrast tussen ontwerpen voor steden van de toekomst en voor huizen van de toekomst. Het gedroomde huis is veelal vrijstaand, met ampele parkeergelegenheid voor ten minste twee motorvoertuigen, die niet zelden ook nog kunnen vliegen. Niet alleen is in de gedroomde steden geen plek ingeruimd voor zulke huizen, maar vooral ook niet voor de levensstijl die daarmee gepaard gaat. Maar ontwerpers van de grote schaal hielden niet van suburbia.

Een enkele keer worden steden met een grand design ook echt gebouwd. In Nederland komt de Bijlmer daar het dichtste bij. Het is geen succes geworden, grote delen worden nu gesloopt. Maar de ontwerpers geloven nog altijd in hun concept: dat het fout ging ligt aan de bewoners. De vraag is wat bewoners van vlees en bloed van zo'n gefantaseerde ultrastad zouden maken.