Door nazi's begraven collectie gevonden

Bij een van de vestigingwerken van Kaliningrad, het voormalige Königsberg, zijn onlangs tienduizend archeologische voorwerpen uit het bezit van het Pruisisch Museum van die voormalige Duitse stad ontdekt. De Duitsers hebben ze daar in 1944 begraven. Het gaat om onder meer keramiek, zilveren en gouden munten, ruitersporen, potscherven en sierstukken uit de riddertijd, afkomstig uit Oost-Pruisen. De stukken dateren zowel uit de Steen- en Bronstijd als uit de Middeleeuwen.

,,Menig voorwerp ziet eruit als een verroeste spijker, maar het is een sensatie voor archeologen en wetenschappers'', aldus Anatoli Bachtin, historicus en verbonden aan de archieven van de Kaliningrad-regio, tussen Polen en Litouwen. ,,Voor het eerst zijn nu verloren gewane kunstschatten daadwerkelijk teruggevonden.'' Hij doelt daarmee onder meer op de verdwenen, barnstenen kamer uit het zomerpaleis Tsarskoye Selo, een klein Versailles even buiten St. Petersburg. Dit volledig uit barnstenen, gedecoreerde reliëfs opgetrokken vertrek is, tot verdriet van de Russen, tot nu toe nog steeds niet getraceerd.

Men kwam op het spoor van deze Pruisische schat door een illegale verkoping op een markt in Kaliningrad. Een amateur-archeoloog bood daar september jongstleden zo'n duizend archeologische fragmenten aan. Hij groef ze op bij een van de twaalf vestingfragmenten van de fortificatie van Koenigsberg. Een passant herkende de herkomst van de voorwerpen en speelde de informatie door. Na een onderzoek in de archieven naar het bezit van het Pruisisch Museum werd onmiddellijk een begin gemaakt met de opgravingsoperatie.

Bachtin schat de waarde van de collectie niet op miljoenen guldens, zoals het Russische persbureau AVN vandaag meldde. Hij onderstreept vooral het wetenschappelijk belang ervan. Voorlopig komt er geen tentoonstelling. Het materiaal wordt eerst uitgebreid onderzocht. Bachtin verwacht niet dat de Duitsers er aanspraak op zullen maken.