Cary Grant

Archibald Leach schiep zelf Gary Grant, een vederlichte man van de wereld.

`All of a sudden I went gay!', luidt het antwoord van Cary Grant, gehuld in een met bont afgezette damespeignoir, in Bringing Up Baby (Howard Hawks, 1938) op de vraag waarom hij zo gekleed is. Het is een van de zeldzame momenten in een lange filmcarrière (1932-1966) dat Grants privéleven doordringt tot het witte doek. Het publiek wist niets van Grants biseksualiteit, van zijn jarenlange verhouding met B-western-ster Randolph Scott, van zijn somberte en zijn woede-uitbarstingen, van zijn therapeutische experimenten met LSD, van zijn vergeefse huwelijksaanzoek in 1957 aan de jonge Sophia Loren, als enige vrouw die hem seksueel `op het rechte pad' zou kunnen houden.

Achteraf, vooral na de verschijning in 1989 van Charles Highams en Roy Moseley's biografie Cary Grant: The Lonely Heart, kreeg Grants elegante, beheerste en intens charmante imago een tragische dimensie. Misschien vormt het levensverhaal van Archibald Alexander Leach (Bristol, 18 januari 1904 – Davenport, Iowa, 29 november 1986), vermoedelijk buitenechtelijk kind van een joodse moeder die hij nooit gekend heeft en getekend door een jeugd aan de onderkant van de Engelse arbeidersklasse, ook wel een verklaring voor zijn uitzonderlijke kwaliteit. Archie Leach heeft zelf Cary Grant geschapen, een vederlichte man van de wereld en een hartenbreker. `Cary Grant' paste Leach als een maatpak, hij speelde de rol van oppervlakkige charmeur alsof zijn leven er vanaf hing. En juist die noodzaak van schone schijn maakte hem tot de ideale ster.

Dat Mae West Grant zou hebben ontdekt als figurant op de Paramount-set is een door haar verspreide legende, die past bij Grants absurde aangeversrol van sterke vrouwen als West, Marlene Dietrich, Katharine Hepburn in de screwball comedies uit de jaren dertig en veertig. De vier films die Grant maakte onder regie van Alfred Hitchcock, nog zo'n briljante poseur met een Britse jeugd vol duistere geheimen, vormen hoogtepunten in de filmhistorie, niet in de laatste plaats door Grants sublieme verdwazing: Suspicion, Notorious, To Catch a Thief en North by Northwest.

In de lijstjes van grootste sterren aller tijden staat Grant vaak in de top 5, maar haast nooit bovenaan, zoals Humphrey Bogart of Katharine Hepburn. De enige Oscar die Grant kreeg werd hem in 1969, drie jaar na het beëindigen van zijn carrière, honoris causa toegekend. Wat een onrecht, maar ook de andere allergrootsten (Marilyn Monroe, Greta Garbo, Fred Astaire) werden in actieve dienst consequent overgeslagen bij de Oscaruitreiking. Het zijn de sterren die niet lieten zien wie ze waren, maar wie ze zouden willen zijn. Ze schaafden net zo lang aan hun publieke verschijning totdat ze er zelf in konden geloven. En wij, de kijkers, geloven stiekem dat wij ook zo mooi, zo elegant, zo geestig en zo handig in het vormgeven van onszelf zouden kunnen worden.