Verzamelen voor een betere wereld

In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden (RMO) zijn schoolklassen normaal gesproken graag geziene gasten, maar dit keer komen ze er niet in. Veel te gevaarlijk. Het RMO weet welke kostbare schatten het in huis gehaald heeft. In een klein benedenzaaltje van het museum, dat nu ingrijpend wordt verbouwd, zijn zestig hoogtepunten te zien uit de collectie van het Japanse Miho Museum.

Het zijn stuk voor stuk pareltjes van antieke edelsmeedkunst: sieraden, schalen en drinkhoorns, goed geconserveerd en tot in minieme details afgewerkt, afkomstig uit het oude Nabije Oosten, Egypte, Rome en Griekenland. Hans Schneider, hoofd externe betrekkingen van het RMO, kwam de collectie op het spoor in 1997, toen een deel werd geëxposeerd in New York en Los Angeles. Hij was geïntrigeerd, maar onderzocht, voor hij toenadering zocht, eerst uitgebreid de achtergrond van de eigenaars van de stukken: de `Shumei familie' uit Japan.

De Shumei vormen een `spirituele gemeenschap', waar zich sinds de oprichting in 1970 wereldwijd 300.000 mensen bij hebben aangesloten. Het Shumei-lidmaatschap staat los van de religieuze achtergrond van de leden. Grondlegger is de schrijver en filosoof Mokichi Okada (Meishusama), die in de jaren veertig de twee basisprincipes van de Shumei formuleerde: een groot respect voor de natuur, en de erkenning van het belang van kunst voor de verrijking van het menselijk leven. Sinds Meishusama's dood in 1955 staan de Shumei onder leiding van Mihoko Koyama en haar dochter Hiroko, telgen uit een geslacht van schatrijke textielfabrikanten.

Met de inbreng van het familiefortuin van de Koyama's nam ook de professionalisering toe. In het Shiga-gebergte bij de stad Kyoto verrees in 1990 een imposant hoofdkwartier. In dit Misono kunnen zo'n 10.000 leden bijeen komen voor lezingen en het gezamenlijke beoefenen van de meditatietechniek van de Shumei, Jyorei. De klokkentoren naast het gebouw was van de hand van I.M. Pei, de Chinees-Amerikaanse architect die wereldberoemd werd met zijn ontwerpen voor de westvleugel van het Boston Museum of Fine Arts (1980) en de glazen piramide voor het Louvre (1993).

Pei ontwierp ook het Miho Museum, een soort modernistische pagode van staal, glas en kalksteen, waarin sinds 1997 de kunstcollectie van de Shumei is ondergebracht. Moeder Koyama begon veertig jaar geleden met het verzamelen van Japanse theeserviezen; inmiddels bezit de Shumei familie meer dan duizend voorwerpen van over de hele wereld. De Shumei zijn in niets anders dan het beste geïnteresseerd, en laten zich bij hun aankopen adviseren door internationale experts. Kunst is de ultieme belichaming van schoonheid, vinden zij; schoonheid als een genezende kracht, die de mens voor oorlog en ziekte kan behoeden. Bij de opstelling van de voorwerpen is het enige dat telt dan ook een optimale belichting en presentatie; de historische informatie over de stukken moet wel voorhanden zijn, maar mag niet in het oog vallen.

Deze zuiver esthetische benadering wordt in het doorgaans degelijk-wetenschappelijke Rijksmuseum van Oudheden trouw nagevolgd. Drie sierstroken van blinkend gouddraad (Mesopotamië, 8ste-6de eeuw v. Chr.); een zilveren drinkbeker die uitloopt in een sierlijk hertenlijfje met achterpootjes van bladgoud (Iran, 6de-5de eeuw v.Chr.); een bronzen beeldje van een trotse Cerberus, bewaker van de Griekse onderwereld (Oostelijk Middellandse-Zeegebied, 5de v. Chr.): sereen staan ze de bezoekers op te wachten, elk in hun eigen, glazen vitrine en zorgvuldig van alle kanten uitgelicht, als de kostbaarste verlokkingen van een juwelier.

Ze zijn alleen voorzien van een etiketje met summiere informatie; pas na een druk op de knop mompelt een vriendelijke herenstem je een uitvoerig kunsthistorisch betoog in het oor over het voorwerp waar je bijstaat.

Of iedereen daar behoefte aan heeft is de vraag – sommige verhalen zijn wel erg lang, en als men de doelstelling van de Shumei familie trouw blijft, is stil en aandachtig kijken hier belangrijker dan leren of begrijpen. `Sense' moet immers plaatsmaken voor `sensibility'.

Bij de ingang draait intussen non-stop een kort filmpje over het Miho Museum. Helaas blijkt het een soort verkapte promotievideo te zijn, waarin een geëxalteerde stem hijgt over het `virtual Shangri-La' dat Pei van het museum gemaakt heeft. De jengel van het filmpje blijft door het hele zaaltje hoorbaar.

Dan liever de commentaarstem uit de koptelefoon – zeker wanneer deze volstaat met het precies beschrijven van een kunstwerk. Zonder enige hulp zouden de allerfijnste details, zoals de gevechtstaferelen in de hanger van een collier uit Iran of een kleine cobra op het voorhoofd van een Egyptisch amuletbeeldje, je misschien toch ontgaan zijn.

Tentoonstelling: Ritueel en schoonheid. Antieke meesterwerken uit het Miho Museum, Japan. Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Leiden. Tel: (071) 5163163. Open di t/m vrij 10-17 uur, za en zo 12-17 uur. Toegang ƒ7,50.