Te veel geld

Ergens las ik dat ene John Veldman, in dienst van Vitesse maar niet in staat om bij de Arnhemmers een basisplaats te bemachtigen, mogelijkheden op een aardig contract verre van zich heeft geworpen, omdat hij zijn particuliere verlangens dermate hoog heeft opgeschroefd dat geen aspirant-koper daarmee akkoord gaat. Hoeveel wil Veldman dan wel verdienen? Eén miljoen gulden per jaar! 't Is of je een reusachtige emmer leeggooit. Beperkt presteren en tegelijkertijd het maximale eisen – de wereld is krankzinnig geworden.

Nu ken ik die speler niet persoonlijk en ook Nwankwo Kanu heb ik slechts een doodenkele maal (in de persruimte van Ajax) gesproken, maar zijn pittige salariseisen bij Arsenal zijn bekend geworden en daar kun je ook knap duizelig van worden. Arsenal heeft hem weliswaar een sterk verbeterd contract aangeboden, maar dat is door de Nigeriaan met een verachtelijk gebaar van tafel geschoven. Exclusief premies kan hij in Londen 65.000 gulden per week verdienen, maar voor die fooi trekt hij zijn schoenen niet eens uit. Hij verlangt 125.000 gulden.

Er zit een tragische kant aan dit grote talent. Ajax had hem onder betaalbaar contract, maar bij zijn overstap naar Italië kwam een hartziekte aan het licht waardoor hij omstreeks een jaar gedwongen stil lag. Eenmaal genezen ging hij waarlijk uitblinken en gaf hij kleur aan het voetbal in Engeland. Dat hij vanuit de verte een ietwat slungelige indruk maakt, wordt veroorzaakt door zijn lengte: hij zit dicht tegen de twee meter aan.

Maar lang, kort, dik of dun: dit zijn belachelijke eisen. Arsenal heeft groot gelijk dat men daaraan niet wenst te voldoen. Het zal best zo zijn dat Kanu ettelijke familieleden wil laten meeprofiteren van zijn uiterst riante inkomen, maar ergens ligt de grens en hopelijk weet Arsenal waar die grens ligt.

Ik herinner me van een andere Nigeriaan, Finidi George, die de ene dag zijn waardering voor Ajax en zijn verdiensten op financieel gebied uitkraaide en die de volgende dag naar Spanje afreisde, waar Betis Sevilla aanzienlijk meer betaalde. Desgevraagd verklaarde de speler dat hij zijn halve dorp in Afrika liet meegenieten van zijn welvaart. Dat klinkt sympathiek. Het is echter sterk de vraag of clubs tot in het belachelijke toe met deze wensen rekening moeten houden.

Het is met voetballers net als met schilderijen. Ze zijn waard wat een gek (of een dolle liefhebber) er voor geeft. Op zichzelf is het niet reëel om te verlangen dat alles hetzelfde moet blijven.

Dezer dagen was ik in Warmond bij de nationale tennismasters. De hoofdprijzen liepen op tot een bedrag van 15.000 gulden. Daarvoor hadden de winnende finalisten vier partijen gespeeld. Van zo'n bedrag kun je moeilijk schrikken, al herinner ik me dat de winnaar of winnares een aantal jaren geleden met slechts 800 gulden naar huis ging.

Vijftienduizend is een bedrag waar Kanu niet eens de kleedkamer voor uit komt. Wat zeg ik? Hij trekt er zijn jas niet eens voor uit. Nu is Kanu een ster. En sterren schroeven hun verlangens soms tot in het ridicule op.

Maar wie is John Veldman? Een tot nu toe mislukte voetballer uit de eredivisie.