Spaanse wielerronde in 2000 minder zwaar

De Ronde van Spanje is volgend jaar minder zwaar dan de Vuelta van 1999. Er worden aanzienlijk minder kilometers gereden, geen enkele rit is langer dan 190 kilometer, er zijn twee kort achter elkaar ingelaste rustdagen (na de elfde en na de twaalfde etappe) en drie tijdritten.

De organisatie hoopt met deze maatregelen tegemoet te komen aan de roep om een `menselijker' gezicht van een grote wielerronde. Dit jaar was de Vuelta, die werd gewonnen door de Duitser Jan Ullrich, mede door de slechte weersomstandigheden erg zwaar.

De Vuelta 2000 begint in verband met de Olympische Spelen van Sydney wat eerder dan normaal, op 26 augustus, met een tijdrit over twaalf kilometer in Malaga, in het zuiden van het land.

De Ronde van Spanje is 2.933 kilometer lang, bijna 700 kilometer minder dan dit jaar. De slotrit op 17 september is eveneens een tijdrit, over 36 kilometer in Madrid. Ook de negende etappe is een tijdrit, op 3 september in Barcelona over 38 kilometer. Dit jaar werd een etappe gereden in Barcelona, maar die werd wegens bijzonder slechte weersomstandigheden na protesten van de renners ingekort.

De langste etappe in de Vuelta van 2000 is de derde, over 187 kilometer, van Montoro naar Valedepenas. Er zijn aankomsten op hoogte in Xorret de Cati (vijfde rit), Super-Molina (tiende), Arcalis-Andorra (elfde), Lagos de Covadonga (veertiende), Angliru (zestiende) en Alto de Abantos (twintigste).

Met de Angliru is voor het tweede achtereenvolgende jaar een van de zwaarste beklimmingen in de wielersport in de Vuelta opgenomen. De Alto de l'Angliru heeft niet ver van de top een stijgingspercentage van 23,6. De Spanjaard José Maria Jiménez was de eerste renner in de Vuelta die de Angliru bedwong.