Opvolging Jeltsin is nog niet beklonken

In de Russische parlementsverkiezingen heeft de partij van premier Poetin een enorme voorsprong genomen. Dit betekent niet dat hij automatisch de opvolger van president Jeltsin is, meent Hubert Smeets.

Zondagnacht leek Boris Berezovski, de transport- en mediamagnaat van Rusland, nog kansloos. Hij had zich gekandideerd in Karatsjajevo-Tsjerkessie voor een van de 225 rechtstreekse districtszetels die de 450 leden tellende Doema rijk is. De lokale communist stevende bij het tellen der stemmen af op een overwinning. De volgende morgen bleken de kansen gekeerd. In een paar uur was het percentage van Berezovski naar ruim vijftig procent omhoog gesprongen. Een waarlijk `wonder' waar veel Russen zo dol op zijn? Niet voor de kijkers van de staatsomroep ORT die door Berezovski wordt gecontroleerd. Het eerste net had zondagavond al aangekondigd dat Berezovski het zou halen. De lokale waarnemers hadden in de verkiezingsnacht evenwel een heel ander beeld van de nakende uitslag.

Het mirakel-Berezovski is een voorbeeld uit een reeks wonderen. De stembureaus waren zondagavond nog niet gesloten of de postelectorale politieke strijd, die conform de wet twee etmalen op sterk water was gezet, barstte weer los. Bij anderhalf procent van de stemmen in Vladivostok was de quasi-staatsomroep al overtuigd van malversaties in Moskou, het bolwerk van de nieuwe vijand van het Kremlin (burgemeester Loezjkov). De `jonge' democraten van voormalig premier Kirijenko kondigden via de ORT meteen protest aan. Elders gebeurde precies het omgekeerde. Ondertussen was geen enkel Russisch televisiekanaal in staat om op basis van de reeds getelde stemmen tot een serieuze prognose te komen. Aan extrapolaties waagde men zich niet. Te link, omdat je maar nooit weet wat de dag van morgen zal brengen? Wellicht. Het is ook denkbaar dat de verkiezingsanalisten na acht jaar vrije verkiezingen nog steeds over onvoldoende data beschikken om voorspellingen te kunnen doen. Een reële terughoudendheid. Zeker bij parlementsverkiezingen als zondag waar de helft van de ruim honderd miljoen stemgerechtigden aan de vooravond nog `zweefde', twee partijen uit het niets naar de kiezersgunst dongen en de kans groot was dat het volk op de valreep voor de macht zou kiezen.

Hoe dan ook. Zelfs als je de uitslag volledig vertrouwt, dan nog is er maar een conclusie mogelijk: tweederde van de bevolking wil krachtig bestuurd worden. Of die sterke mannen nu communisten (een kwart), het Kremlin (een vijfde) of `machers' als Loezjkov (een zesde) zijn, de meeste burgers luisteren weer naar hun heren. De Doema vertegenwoordigt in dit klimaat de hoogste vorm van cliëntelisme.

Rusland wenst een stabiel en groot land te zijn met zijn eigen rechtmatige plaats onder een zon die niet alleen voor Amerika en Europa schijnt. Dit verlangen wordt nu belichaamd door premier Poetin, de voormalige KGB'er en judoka die door Jeltsin is uitverkoren om de continuïteit te garanderen. Zijn partij Eenheid, die als organisatie amper bestaat, nauwelijks ervaren politici heeft en onvoldoende lokale kandidaten kon rekruteren – de tweede man is een worstelaar die in veel opzichten gelijkenis vertoont met de Nederlandse vechtsporters Wim Ruska en Jon Bluming – moet deze defensieve taak in de Doema op zich nemen. De communisten kunnen namelijk bogen op een vast electoraat van ongeveer dertig procent. Het is dus zaak hun komend half jaar niet de kans te geven bij de resterende twintig procent (van bijvoorbeeld Loezjkov en ex-premier Primakov) in te breken.

De tactiek voor komend half jaar is dan ook helder. Ze is een kopie van die uit 1996 toen Jeltsin uit een diep dal aan zijn herverkiezing moest worden geholpen. Het scenario ziet er als volgt uit. Bouw eerst zorgvuldig een vijandbeeld op (toen de echte communisten van Zjoeganov, nu de `verklede' communisten van Loezjkov en Primakov), zet naast de beoogde president ook kandidaten op de flanken en ondersteun hun campagne via de achterdeur (toen generaal Lebed, nu Kirijenko), verdeel aldus het electoraat en hoop er vervolgens op dat de man van het Kremlin tegenover een obsolete communistische uitdager komt te staan, waarna het gezonde verstand van de kiezer de zaak afmaakt.

De huidige voorsprong van Poetin betekent niet dat hij juni volgend jaar in een zetel naar het Kremlin wordt vervoerd. Talloze politieke verrassingen liggen op de loer. De medewerkers van Loezjkov vierden hun nederlaag gisteravond niet toevallig in het hippe restaurant Poesjkin. De verhoudingen tussen de financieel-industriële conglomeraten noch de posities van het militaire apparaat zijn namelijk uitgekristalliseerd. Zo hebben de grote financiële tycoons weer bezit genomen van het toneel. Behalve Berezovski is ook privatiseerder Anatoli Tsjoebais terug van weggeweest. Hij is de architect achter de comeback van Kirijenko en diens Unie van rechtse krachten. Deze formatie afficheert zich in modieuze vrijetijdskleding expliciet Europees en appelleert daarmee aan de primaire verlangens (zoals reizen) van de jeugdige middenklasse in de grote steden (eentiende van het electoraat). Anders dan de concurrerende sociaal-liberale partij Jabloko van de oppositionele econoom Javlinski, zegt de Unie komende maanden echter wel een `rechts regeringsblok' te willen vormen met Poetin. Op het eerste gezicht is dat niet moeilijk. De hoge olieprijs heeft de regering, die zich fixeert op de natuurlijke bodemschatten in Rusland en de ogen liever sluit voor de gevolgen van de westerse kenniseconomie op langere termijn, weer wat lucht gegeven. Er ligt eind dit jaar misschien zelfs een beetje economische groei in het verschiet.

Maar op het tweede gezicht laten de belangen die Kirijenko behartigt zich niet zo makkelijk verenigen met die van de premier. Poetin staat voor een hybride coalitie: een paar oliebaronnen, een groter aantal lokale gouverneurs die straks eieren voor hun geld moeten kiezen en de miljoenen militairen die dankzij de oorlog om Tsjetsjenië nu de hoop der natie zijn. Om hen allemaal te bevredigen moet Poetin de touwtjes strak aantrekken, zonder de speelruimte van Berezovski c.s. te beperken. Dat vergt veel kunst- en vliegwerk. Temeer daar Tsjoebais ook een verlanglijstje heeft. Als directeur van het nationale elektriciteitsbedrijf heeft Tsjoebais greep op significante kasstromen in en uit de overheidsbudgetten. Voor Jeltsins herverkiezingscampagne in 1996 moest hij nog bij de oligarchen met de pet langs voor donaties, nu is hij een van hen geworden. Om electorale redenen heeft Tsjoebais de militaire campagne in Tsjetsjenië tot nu toe krachtig ondersteund. Als die te duur wordt kunnen de zaken anders komen te liggen. Bovendien is een uitwisseling van belangen nu minder eenvoudig. In 1996 sloot Tsjoebais een deal met de `oligarchen'. In ruil voor investeringen in staatsobligaties kregen ze de aandelen van de staatsbedrijven. Dat kan niet herhaald worden. Obligaties zijn sinds de financiële systeemcrisis van augustus 1998 niet meer gewild.

Bovendien kan Poetin noch Tsjoebais de operatie in Tsjetsjenië zomaar stoppen, ook al heeft die haar politieke werk gedaan. Voor leger, luchtmacht en marine is dat onaanvaardbaar. Die hebben weer andere belangen. Ondanks de beroerde verhoudingen tussen de minister van Defensie en de chefs van staven, is deze tweede Kaukasische oorlog voor hen geen eendagsvlieg maar het begin van een militaire renaissance. Hun eis om een groter budget zal dus op een of andere manier gehonoreerd moeten worden. Niet in de laatste plaats omdat er binnen de strijdkrachten minstens twee stromingen zijn: een die zich concentreert op de binnenlandse vijand en daarom mensen en wapens behoeft en een andere die zich richt op herstel van de nucleair-strategische positie van Rusland en dus niet zo blij is met de woorden van Poetin dat het ook `goedkoop maar adequaat' moet kunnen.

Het zijn alles bij elkaar geen categorieën die zich simpel in termen als `links, midden of rechts' laten vertalen. Het is een schema dat begrepen moeten worden via een bril die zicht geeft op een diep gewortelde patronagecultuur die door de democratisering niet is afgebroken maar de afgelopen jaren wel haar samenbindende nationale idee is kwijtgeraakt en daarom behoefte heeft aan eerherstel.

Premier Poetin is ongetwijfeld de man waarmee de buitenwereld rekening moet houden. Maar dezelfde buitenwereld moet niet de illusie koesteren dat het op de afwikkeling invloed kan uitoefenen. Zelfs het feit dat Rusland schulden heeft bij het Westen speelt niet meer zo'n grote rol als een jaar geleden. Want die hebben juist het `parasitaire importkapitalisme' gestimuleerd waarvan de meeste Russen zich nu juist willen bevrijden.

Hubert Smeets is redacteur van NRC Handelsblad.