MEDIASPEKTAKEL IN 1999

Het was een oorlog waarbij de regie voor de media soms betrekkelijk strak in handen was van de Navo. Maar alleen waar het ging om het strijdtoneel. Buiten de grenzen van Kosovo, waar de etnische Albanezen uit Kosovo zich ophoopten in vluchtelingenkampen, was het terrein redelijk vrij voor verslaggevers, fotografen en cameraploegen. Een enkeling waagde zich in Kosovo zelf, trok met een gids de bergen in en zag de vluchtelingen over smalle paadjes richting Albanië trekken. Het strijdtoneel – de dorpen en steden – werd gemeden.

Wat daar gebeurde hoorde de wereld van Jamie Shea, de woordvoerder van de Navo, die elke dag opnieuw een batterij camera's tegenover zich zag in een zaal vol journalisten. In lange persconferenties toonde Shea waar de Navo aanvallen had uitgevoerd, welke `objecten' waren gebombardeerd en welke doelen getroffen waren. Waar een bom het doel miste of een piloot zich vergist had, stonden de Serviërs met camera's klaar. Het effect daarvan was in vrijwel alle gevallen een barrage van vragen en verwijten in de richting van de Navo. Shea moest de klappen opvangen, de missers verklaren. Soms trok hij het boetekleed aan, maar even vaak trok hij fel van leer tegen de Serviërs, tegen Slobodan Miloševic. Hij was méér dan zomaar een woordvoerder, die braaf de vragen noteert met de mededeling dat hij ze voor zal leggen aan het verantwoordelijk gezag. Shea vertolkte met verve het standpunt van het bondgenootschap, de political resolve waarmee de Navo de oorlog was aangegaan. Het deed de vraag rijzen wie hij eigenlijk was en menig actualiteitenrubriek en krant portretteerde hem.

Zijn optreden bleef ook niet zonder kritiek. Sommigen vonden dat hij te ver ging, dat hij zich terughoudender diende op te stellen. Voor tegenstanders van de oorlog werd Shea de verpersoonlijking van de `agressor', de verstrekker van leugens en propaganda. Shea bleef ogenschijnlijk koud onder deze kritiek en hamerde – zonder zelfs maar de schijn van twijfel – rustig verder op het regime in Belgrado, als een generaal die voor de troepen uit gaat.

(Tekst Z.C.A. Luyendijk, foto AP)