Kamerleden luisteren niet naar kiezers

Tweede-Kamerleden hebben in de afgelopen decennia de band met de kiezers verwaarloosd. Dit stelt minister Peper (Binnenlandse Zaken) in een vandaag verschenen notitie over wijziging van het kiesstelsel.

In alle landen van de Europese Unie, behalve in Nederland, zijn recentelijk initiatieven genomen om de band tussen kiezers en gekozenen aan te halen, onder meer via aanpassing van het kiesstelsel, zo stelt Peper.

,,Individuele parlementariërs in ons land steken (...) relatief weinig tijd in het op de hoogte raken van de wensen van burgers. Omgekeerd verwachten de Nederlandse burgers ook weinig van Kamerleden als zij problemen hebben.''

In zijn notitie behandelt Peper zes varianten voor wijziging van het Nederlandse kiesstelsel. Hij geeft hiermee vervolg aan het regeerakkoord, waarin ,,enige versterking van het regionale element en de herkenbaarheid van personen bij de Tweede-Kamerverkiezingen'' is aangekondigd.

Met nadruk stelt Peper dat de Kamer zelf een voorkeur moet uitspreken voor een van de zes varianten. Heldere uitspraken over verandering van Tweede-Kamerverkiezingen moeten vooral uit de Kamer komen, zo meent Peper.

Voorwaarde is wel dat het stelsel van evenredige vertegenwoordiging gehandhaafd blijft. Daarnaast onderstreept Peper dat een gewijzigd kiesstelsel ,,voor de kiezers begrijpelijk'' moet blijven. Invoering van enige vorm van districtenstelsel en meer gewicht voor uitgebrachte voorkeurstemmen mogen er niet toe leiden dat vrouwen en minderheden minder kans maken tot de Tweede Kamer door te dringen.

De Tweede Kamer moet als eerste de vraag beantwoorden of ze enige vorm van districtenstelsel wil invoeren.

Een andere mogelijkheid is om kiezers per verkiezing drie stemmen te laten uitbrengen. Volgens Peper zijn in beide scenario's drie varianten mogelijk. Zelf heeft hij een lichte voorkeur voor de invoer van een gedeeltelijk districtenstelsel.