Irak als twistappel

VORIG JAAR DECEMBER bombardeerden Amerikaanse en Britse vliegtuigen vier etmalen lang Irak. De bedoeling was Saddam Hussein murw te maken en hem te dwingen tot toelating van de VN-inspecteurs die hij kort tevoren had uitgewezen. Het heeft niet geholpen. Er is nu meer dan een jaar niet gecontroleerd of Irak zich houdt aan het bevel geen massavernietigingswapens aan te maken en in bezit te hebben. Dat op zichzelf is riskant genoeg. De VN-Veiligheidsraad heeft de afgelopen maanden dan ook een uiterste krachtsinspanning verricht om Irak alsnog te verleiden tot een compromis. Het ging om een Brits-Nederlandse poging de verdeeldheid tussen de vijf permanente leden van de Raad te overwinnen en een unaniem beroep op Saddam te doen. De uiteindelijke resolutie is vorige week aangenomen, maar met vier onthoudingen: Rusland, China, Frankrijk en Maleisië. Het behoeft geen betoog dat men in Bagdad niet onder de indruk is.

Op het oog heeft niemand verloren. De Amerikanen willen het liefst de sancties in stand houden. Dat is nu het geval. De Fransen wilden in Bagdad een wit voetje halen om hun handelstransacties veilig te stellen. De Irakezen hadden liever een veto gehoord, maar ook de onthoudingen komen hun goed van pas, vooral de Franse, omdat daarmee het Westelijke front definitief uiteen is gevallen. Russen en Chinezen hebben het compromis om zeep helpen brengen, hebben daarmee Saddam hun gebruikelijke diensten bewezen, maar hebben zich toch niet regelrecht tegenover `partner' Amerika opgesteld. Eigenlijk moeten alleen de bedenkers van het overbruggingsplan hun wonden likken.

MET DAT AL duurt de impasse voort. Opvallend is daarbij dat Russen en Fransen weigeren de Amerikaanse zorgen te delen over een Irak voorzien van massavernietigingswapens en beschikkend over het vermogen die in de naaste en verdere omgeving te bezorgen. Beide landen worden geconfronteerd met islamitisch-fundamentalistische oprispingen, maar ze beschouwen het regime in Bagdad kennelijk eerder als een obstakel voor, dan als een katalysator van dat fundamentalisme – hoewel Saddam zo nodig en bij tijd en wijle ook de gelovige moslim uithangt. Oude vriendschappen en nieuwe belangen houden Irak, Frankrijk en Rusland voorlopig op hetzelfde spoor.

De verdeeldheid over Irak zou nog wel eens voor spanningen binnen de Europese Unie en de NAVO kunnen zorgen. Met hun pro-Amerikaanse houding staan de Britten inmiddels ver af van wat, onder Franse leiding, een consensus binnen de rest van de Unie zou kunnen worden. Tenslotte houden alleen Amerikanen en Britten de zogenoemde No-fly zones, die Saddam moeten weerhouden van wraakoefeningen-uit-de-lucht tegen Iraks militante minderheden, in stand. Deze operatie leidt regelmatig tot aanvallen op de Iraakse luchtafweer en soms tot niet-bedoelde slachtoffers onder de bevolking.

Voor de kwestie-Irak is hoe dan ook nog geen plaats binnen het Gemeenschappelijke Buitenlandse en Veiligheidsbeleid van de Unie. Dat beperkt zich vooralsnog tot minder explosieve problemen.