In de klas

Presentator Philip Freriks noemde het Journaal ooit de nationale hoogmis. Vooral zondagavond moeten sommige kijkers bij het klinken van de elektronische openingsgalm stiekem salueren. Dan is het door Freriks gepresenteerde Groot Dictee der Nederlandse taal de opper-hoogmis die zou moeten openen met wapperende vlaggen en ritmisch juichende schrijvers van ingezonden brieven. De taal en de spelling als bastion tegen globalisering.

De uitzending begon gisteren ook op het avondmis-uur in de Eerste Kamer, helaas niet live, want het was nog licht bij aankomst van de deelnemers. In dit dictee zijn alle nationale hebbelijkheden verenigd. Na jaren schikken en plooien in de Taalunie eindelijk onlogische regels verzinnen en dan de goegemeente op fouten betrappen. Zonder de spellingsvernieuwing was het Groot Dictee oninteressant omdat er minder fouten zouden worden gemaakt.

Henk Vonhoff heeft veel plezier in zijn rol als bovenmeester. De masochistische deelnemers aten uit zijn hand. Zo'n onderdanige klassituatie kan in een oogwenk worden opgeroepen, met giechelige sfeer en al. ,,Onjuist gebruik van koppel- of afbrekingstekens, niet op juiste manier aaneenschrijven van samenstellingen, foute accenten, apostrofs....'', galmde hij.

Ook Freriks genoot van zijn macht als voorlezer. In het schrift van Brinkhorst hield dit opperwezen van het beeld jolig de schrijfvorderingen bij: ,,Even kijken bij de Minister van Landbouw. (...) Ik geloof dat ik bij de eerste slachtoffers al schrijfkramp signaleer. (...) Ik heb zelden zo'n aandachtige klas hier meegemaakt.''

Er won dit keer eens geen Vlaming maar een Nederlandse lerares. Ik ben nog steeds in de war, 37 fouten, dat is vier meer dan het gemiddelde van de deelnemers, slechter dan vorig jaar, want toen zat ik eronder. Ik schrok me een ongeluk want ik dacht nog wel dat ik het zo goed gedaan had. Zeven fouten meer dan Margriet Vroomans van Nova die hoog scoorde onder de bekende Nederlanders. Van Remco Campert hoorde ik niet meer. Voor minister Van Boxtel geen eervolle vermelding, en bolleboos Brinkhorst keek teleurgesteld. Hij had nog wel de show gestolen door op de fiets met zijn vrouw achterop naar het Binnenhof te komen. Zijn vrouw had een lekke band, zei hij trots. De terugrit moet somberder zijn geweest. ,,Het moet wel zo zijn dat de moede minister het hoofd buigt'', zei hij achteraf. Ik troostte me met de gedachte dat het gemiddelde werd opgevijzeld door locale kampioenen die de woordenlijst van buiten hadden geleerd.

Nog steeds lijd ik aan hypercorrectie: ik veronderstel dat de spellingsverandering erger is, maar in het poldermodel valt alles altijd mee. Als je ,,sacherijnig'' moet schrijven, dan zal het ook wel ,,sjeuïg'' moeten zijn. Niet dus. Er wordt massaal tegen de nieuwe regels gezondigd, gedoogd dus. Oude en nieuwe teksten worden door elkaar gebruikt en niemand gaat nieuwe woordenlijsten bestuderen. De oude spelling is nog niet zo'n slechte leidraad en dan is er nog het spelprogramma in de computer. De Duitsers hebben het met hun spellingsvernieuwing bonter gemaakt.

De uitzending was beter aangekleed dan vorig jaar. Er deden vier docenten Nederlands uit het buitenland mee, goed sprekende vrouwen. In filmpjes werden die ingeleid. Van hen wonnen de Russische en de Joegoslavische, dankzij het degelijke Oost-Europese onderwijs zonder internet of computerspelcheck.

Oppervlakkig vond ik het verslag van het tripje van Freriks naar Zuid-Afrika en zijn interviewtje met schrijver André Brink. Hij maakte slechts zeven fouten in het dictee van de Zuid-Afrikaanse klas, knap hoor, maar er zou meer over deze minderheidstaal kunnen worden geweld. Bij het corrigeren van de fouten werden wetenswaardigheden gemeld, bijvoorbeeld dat de Kop van Jut stamt van Hendrik Johan Jut, pleger van een dubbele moord in Den Haag. Ok, goed spellen is anders dan goed schrijven. Toch laat ik me volgende eeuw weer kwellen.