Huilen

Het sneeuwt over Bosnië. Het sneeuwt over de glanzend herstelde winkelstraten van Sarajevo, de volgepropte flats in de buitenwijken, de zoutmijn in Tuzla, waar zo'n 1.500 lijken uit Srebrenica nog altijd wachten op een naam en een begrafenis.

Ik tref twee Nederlandse trauma-specialisten, die hier al jaren regelmatig werken. Aanvankelijk kwamen ze vooral voor vrouwen die verkracht waren, maar vrij snel verschoof hun aandacht. ,,Eén probleem blijkt nog veel groter te zijn: de afwezigheid van de mannen. De mannen van Srebrenica zijn niet op reis, ze zijn niet dood, ze zijn nergens. Er is geen lichaam gevonden, er is geen rouwritueel, en een nieuw leven kan dus ook niet beginnen.''

Ze hebben het over kinderen, die elkaar nog steeds vertellen dat hun vader in het bos zwerft, samen met de andere mannen. Over een jonge vrouw die onlangs het meer inliep, met haar twee kleintjes. Over het gekrijs dat iedere nacht terugkomt: meisjes in het bos, het slachten van een jongen, een huilende baby die uit een bus gesmeten wordt. En almaar komen ze terug op de rondspokende mannen, die bijna elk gezin verlammen.

Identificatie is moeilijk en duur. Soms ligt een lichaam zelfs half hier, half daar, door een bulldozer in stukken gehakt. Maar, zeggen ze, wanneer er zekerheid is, knappen de vrouwen direct op. Als Nederland toch wat met zijn schuldgevoelens wil doen, is het zinniger om hier een paar miljoen extra in te steken, dan in de zoveelste onderzoekscommissie. ,,Nu is het huilen, huilen, vier jaar lang huilen, niets meer doen, alles weghuilen, zelfs de kinderen en de toekomst.''