Ger van Elks films zijn nog steeds verrassend actueel

Heroïsch staat de kunstenaar op de punt van de scheepsboeg. Achter hem schittert de zon in de rimpelloze oceaan. De gelijkenis met de beroemde scène uit de film Titanic, waarin Leonardo DiCaprio schreeuwt dat hij zich `king of the world' voelt, dringt zich op. Maar de kunstenaar heeft geen oog voor de omgeving. Onverstoorbaar en geconcentreerd richt hij zich op het kleine voorwerp in zijn handen. Als de camera inzoomt, zien we dat hij heel serieus bezig is een klein houten blokje wit te schilderen.

Het maagdelijk witte blokje (La Pièce, 1971) heeft binnen de kunstwereld inmiddels een legendarische reputatie verworven als de ironische belichaming van het ultieme modernistische kunstwerk. Ger van Elk (1941) schilderde het op de zuiverste plek op aarde: op de kruising der winden, ergens bij Newfoundland. Hier is de lucht nagenoeg stofvrij en kon hij zijn kubusje zo perfect mogelijk lakken. De film, een soort `The making of La Pièce', doet verslag van Van Elks vergaande inspanningen en vormt het bewijs dat de bizarre performance werkelijk heeft plaatsgevonden.

In tegenstelling tot het blokje heeft de gelijknamige film nooit veel bekendheid gekregen. Datzelfde geldt voor de andere korte films die Van Elk tussen 1969 en 1972 maakte en die sinds die tijd vrijwel nooit meer vertoond zijn. Het is volkomen terecht dat het Van Abbemuseum, na een overzichtstentoonstelling van Van Elks fotografische en sculpturale werk eerder dit jaar, nu een aparte presentatie wijdt aan dit relatief onbekende deel uit zijn oeuvre. De werken zijn nog zo actueel dat je geen moment het gevoel hebt naar films van dertig jaar geleden te kijken.

Van Elk maakte de korte films in de periode dat hij met tussenpozen in Los Angeles verbleef, de stad waar op dat moment ook zijn vriend Bas Jan Ader met film experimenteerde. Net als Aders werken zijn Van Elks filmpjes eenvoudig, conceptueel en absurdistisch. En terwijl Ader in zijn beroemde filmpje Im too sad to tell you uit 1971 zijn tranen de vrije loop liet, maakte Van Elk in datzelfde jaar een opname waarin hij achtereenvolgens bloost, transpireert en kippenvel krijgt. Hij gaf deze film de titel Some Natural Aspects of Painting and Sculpture, en maakte zo duidelijk dat in zijn ogen het menselijk lichaam evengoed als materiaal kan dienen als olieverf of marmer.

Hoewel de filmwerken op het eerste gezicht een vrij losstaand en coherent geheel binnen het oeuvre van Van Elk lijken te vormen, zijn er toch raakvlakken met het werk waarmee de kunstenaar later bekendheid verwierf. Zo leveren veel van de films een scherp commentaar op kunstgeschiedenis. De diaserie Um den Fisch (Paul Klee, I hate it, that's why I ate it) uit 1970 bijvoorbeeld, toont hoe de kunstenaar een vis tot op de graat opeet. Het geënsceneerde tafereel is een vrij gedetailleerde reconstructie van het stilleven van Klee uit 1926.

Ook stelt Van Elk met zijn films ons begrip van de werkelijkheid ter discussie, zoals hij dat later met het medium fotografie zou doen. In het Van Abbemuseum projecteert Van Elk filmbeelden van een plintje op een bestaande plint en heeft hij een houten schutting aan de museumwand gehangen op de plek waar ook al een gefilmde schutting te zien is. Er treedt een vreemd soort verdubbeling op. Wanneer er vervolgens een voet achter de plint probeert te kruipen, of plotseling het hoofd van de kunstenaar boven de schutting opduikt, wordt de suggestie dat er zich werkelijk iemand achter het hout bevindt, wel erg groot.

Dat het filmische werk van Ger van Elk nog niets aan actualiteit heeft ingeboet, blijkt wel uit de opvallende overeenkomsten die zijn films vertonen met werken van veel jongere collega's als Jeroen Eisinga, Marijke van Warmerdam en Job Koelewijn. Soms zijn de gelijkenissen zelfs zo frappant dat je je nauwelijks kunt voorstellen dat deze kunstenaars de films van Van Elk nooit gezien hebben. Het filmpje van Jeroen Eisinga, waarin hij in een kano vastzit in een smalle sloot, lijkt een letterlijk vervolg op Van Elks poging om zittend in een rubberbootje het wateroppervlak met een troffel glad te strijken. En de video van Job Koelewijn waarin de kunstenaar steeds als een mol uit een gat in de grond tevoorschijn komt, is een hedendaagse variant op de schutting-film van Van Elk.

Met die recente filmpjes in je achterhoofd, krijg je alleen maar meer bewondering voor Van Elks originaliteit en diepgang. Het werk van deze jonge kunstenaars is grappig en leuk bedacht, maar vaak ook eendimensionaal. Voor Ger van Elk is de humor nooit het enige doel. Zijn films zijn vaak onnozel en hilarisch als een aflevering van Mr. Bean, maar getuigen intussen wel van een scherpe visie op kunst en kunstgeschiedenis.

Tentoonstelling: De cadillac en de non. Films en diawerken van Ger van Elk. T/m 9 januari in het Van Abbemuseum, Vonderweg 1, Eindhoven. Di t/m zo 11-17u. Catalogus fl. 45,00.