Geesink rekent af met zijn tegenstanders

Vandaag heeft oud-judo- kampioen en IOC-lid Anton Geesink in Utrecht zijn boek Tot hier en niet verder gepresenteerd. Oud-bestuurders en partij- dige media worden niet gespaard in zijn poging tot eerherstel. Geesink haalt zijn gelijk.

Een wanhopige, bijna kansloze strijd heeft Anton Geesink de afgelopen twaalf jaar moeten leveren om zich staande te houden in een cultuur die nooit de zijne is geweest – en nooit zal worden. Maar een kampioen als Geesink weigert de strijd uit de weg te gaan en zal niet rusten voordat hij iedereen ervan heeft overtuigd dat hij een sterk gevoel voor rechtvaardigheid heeft en dat sport niet is gebaat bij bestuurders die vooral op macht uit zijn.

Het is de strekking van het boek Tot hier en niet verder dat Geesink na nauwgezet onderzoek en puzzelen over de inhoud vandaag eindelijk heeft kunnen presenteren. Het is vooral een persoonlijke publicatie geworden, waarin hij op soms treffende wijze de bestuurscultuur in de Nederlandse sport en met name de machtsmechanismen van de voormalige NOC-voorzitter Wouter Huibregtsen en zijn vazallen in het comité en enkele media doorprikt. Geesink wilde nu eindelijk eens afrekenen met degenen die hem onheus hebben bejegend en maar doorgaan hem te betitelen als onbetrouwbaar, hinderlijk en dom. En dat is hem aardig gelukt.

In het voorwoord geeft zijn vrouw Jans aan in welk giftig web Geesink zich na zijn sporters- en trainersloopbaan heeft laten vangen. Ze heeft het over `onheus gedrag van NOC-medebestuurders' tijdens de Olympische Spelen van 1992 toen Huibregtsen zijn netwerk probeerde aan te wenden om haar man uit het IOC te zetten. ,,De prijs om aan `kaltstellen' te ontkomen is hoog geweest'', laat ze weten. Buiten de economische en morele schade die we hebben opgelopen, werd niets nagelaten hem te hinderen of te blokkeren in zijn funtioneren als mens en meer speciaal als IOC-lid.'' Ze noemt het gedrag van anderen `soms misdadig'.

Geesink heeft bijna niets nagelaten om zijn onschuld aan te tonen inzake de olympische corruptie-affaire. Uit niets blijkt na onderzoek in de dossiers van het IOC dan ook dat hij een officiële waarschuwing heeft gehad vanwege het geld dat door Salt Lake City aan der Stichting Vrienden van Anton Geesink is gegeven. Er rest slechts een briefje van IOC-voorzitter Samaranch waarin deze hem voortaan maant tot voorzichtigheid. De kruistocht tegen degenen die nog altijd argwaan koesteren jegens zijn handel en wandel, hoopt hij daarmee succesvol te hebben afgerond. Maar Geesink begrijpt dat het gif dat door zijn tegenstanders via enkele media over hem is uitgestort, nog niet is uitgewerkt.

Als plichtsgetrouw IOC-lid zet hij zich af tegen (voormalige) NOC-bestuurders die het IOC hebben bestempeld als ondemocratisch en ondoorzichtig. Vooral Huibregtsen moet het ontgelden naar aanleiding van zijn uitlatingen in de Volkskrant na de verkiezing van de kroonprins tot IOC-lid. Nota bene een van de journalisten (Hans van Wissen) die Huibregtsen in zijn (zogenaamd onafhankelijke) communicatie-commissie had opgenomen, werd daarvoor gebruikt.

Hoezo is het IOC ondemocratisch en ondoorzichtig? Wat te denken van het NOC, schrijft Geesink, en hij toont aan de hand van talrijke voorbeelden uit vergaderingen en kopieën van brieven hoe gesloten het netwerk van Huibregtsen binnen het NOC was. Waar bleven de jaarlijke IOC-bijdragen aan het NOC ten behoeve van het Nederlandse IOC-lid? Waar bleef jaarlijke IOC-bijdrage ten bate van de Nederlandse sportmensen? Begrotingen en besluiten werden onder de hamer van de voorzitter snel door de vergadering geloodst.

Nieuw is het allemaal niet wat Geesink publiceert. Maar toen het wel nieuws was (in 1997) dat een onderzoek naar de NOC-organisatie door McKinsey&Company-Bakkenist (McKinsey is de werkgever van Huibregtsen, red.) een vernietigende resultaat had, werd het door het NOC-bestuurders in samenwerking met de bevriende media afgezwakt. Geesink werd destijds de mond gesnoerd. De voorzitter en zijn bestuur konden blijven zitten. In de Volkskrant verklaarde Huibregtsen dat het onderzoek `totale onzin' was.

Een jaar later gaf interim-voorzitter Van der Reijden Coopers&Lybrand opdracht tot een nieuw onderzoek. ,,Het resultaat was niet alleen een bevestiging van de inhoud van het eerste rapport, maar verbijsterender omdat het zo concreet en gedocumenteerd was.'' Van der Reijden vroeg in het IOC-archief het omvangrijke dossier op van alle brieven en stukken die Geesink in de loop der jaren over de bureau-organisatie had geschreven maar waren genegeerd. Van der Reijden maakte publiekelijk bekend dat het NOC een `puinhoop' was en dat er `oncontroleerbare geldstromen' waren.

Zo rakelt Geesink in zijn boek nog tal van (ook voor hem) onverkwikkelijke zaken op die sterk de indruk wekken dat hij door doorgewinterde bestuurders is misbruikt en ten onrechte niet serieus is genomen. Indrukwekkend is vooral de wijze waarop hij zich na zijn sportloopbaan jarenlang heeft ingezet als kenner en ambassadeur van de sport.

Talrijk blijken de door hem opgesomde activiteiten op sport- en bestuurlijk niveau. Talrijk zijn de prijzen en onderscheidingen. Ze blijken niet voldoende om de strijd tegen onrecht en inferieure mechanismen te winnen. Geesink is van een andere wereld, een wereld waarin sport nog sport is en niet wordt beheerst door politiek, geld en macht.

`Tot hier en niet verder', Anton Gee-

sink. Herinneringen van een topatleet en internationaal sportbestuurder. Uitgeverij Tirion.