Chorrillo gedenkt invasie met zelfverbranding

Panama herdacht gisteren de Amerikaanse invasie van 1989 met anti-Noriega én anti-Amerikaanse betogingen.

Chorrillo brandt. De inwoners van deze volksbuurt in Panama-Stad kijken stilletjes toe hoe vuurpijlen een metershoge maquette van hun wijk met de grond gelijk maken. Zoals Amerikaanse troepen dat tien jaar geleden deden, op 20 december 1989. Die nacht kwam de dood 417 keer uit de lucht vallen. Chorrillo, met zijn houten huisjes uit het begin van deze eeuw, brandde als een lucifer.

Voor Pablo, die niet met zijn echte naam in de krant wil, was de kerst van 1989 ,,de beste ooit''. Drie dagen na de Amerikaanse invasie waagde hij zich op straat en tot zijn vreugde lagen de supermarkten er onbewaakt en verlaten bij. ,,Met hele gerookte hammen, een half varken op het dak van mijn auto en een kofferbak vol blikken soep ben ik naar huis gereden.'' De massale plunderingen, zowel door burgers als door losgeslagen soldaten, gingen een week door. Toen was alles op.

Panama herdacht gisteren met demonstraties bij de Amerikaanse ambassade en herdenkingsmissen een zwarte bladzijde uit zijn geschiedenis: de Amerikaanse invasie van 1989. Doel daarvan was een einde maken aan het regime van generaal Manuel Noriega, eens de op handen gedragen loopjongen van de CIA, later een horzel in de Amerikaanse pels. Noriega onderhield warme banden met het Colombiaanse Medellín-kartel en annulleerde in 1989 verkiezingen die niet goed voor hem uitvielen. Maar de maat was pas echt vol toen Noriega's militie, `het Bataljon van Waardigheid', Amerikanen begonnen te molesteren.

De animo voor de mars op de ambassade is laag – elders in de stad is een aanmerkelijk grotere menigte op de been om een pop van Noriega te verbranden. Enkele honderden mensen staan in de druilende regen op de Plaza Porras. Volgens een jonge demonstrant zijn veel mensen bang om voor pro-Noriega te worden uitgemaakt als ze zich tegen de Amerikaanse invasie uitspreken.

De deelnemers denken dat er meer steekt achter de invasie. ,,Noriega was een excuus'', zegt Sebastian Vergara, voorzitter van de Vereniging van Nabestaanden. ,,Het werkelijke doel was het testen van nieuwe massavernietigingswapens.'' Er zouden lasergeweren zijn gebruikt, waarmee een mens zo tot een hoopje stof wordt gereduceerd. Anderen menen dat George Bush, destijds president van de VS, iets aan zijn imago van whimp (slappeling) wilde doen. Of dat de VS een rechtvaardiging zochten voor blijvende aanwezigheid langs het Panamakanaal. Hoe dan ook, zegt Vergara, ,,het gebruikte geweld was excessief. De invasie was niet op een persoon gericht, maar op een heel volk.''

Chorrillo, waar de armoede op straat ligt, werd het hardst getroffen door de bombardementen die aan de invasie voorafgingen, omdat het hoofdkwartier van Noriega midden in deze buurt was gevestigd. Ironisch genoeg was de vogel al lang gevlogen op het moment dat de Cobra's en Blackhawks hun bommen loslieten. Noriega dook op in de ambassade van het Vaticaan, waar hij en zijn gastheren wekenlang werden blootgesteld aan oorverdovende Amerikaanse rockmuziek. Op 3 januari 1990 gaf Noriega zich over, op pauselijk aandringen. Hij kreeg 40 jaar gevangenisstraf wegens drugshandel, wat onlangs tot 30 jaar werd teruggebracht. Ook in Frankrijk en Panama is hij bij verstek veroordeeld, wegens witwassen van drugsgeld en de moord op enkele officieren.

Natuurlijk stemt de verdwijning van Noriega de meeste Panamezen tevreden, maar de invasie maakte ook veel onschuldige slachtoffers. Over hun aantal verschillen de meningen. De Amerikanen zeggen dat ongeveer vijfhonderd mensen zijn omgekomen, van wie de helft burgers. De auteurs van het werk El Libro de la Invasión komen op 7.000 tot 8.000. Veel lijken zouden spoorloos verdwenen zijn, in massagraven, verbrand of gedumpt in de oceaan. In de Vredestuin, een begraafplaats in Panama-Stad, werd in 1990 een massagraf ontdekt met tientallen lijken.

,,Manol Carol, Alejandro Hubart, Braulio Rivas, allemaal kameraden waarvan elk spoor is verdwenen'', zegt Benjamin Colamarco Patiño. Colamarco was leider van het Bataljon van de Waardigheid. Een civiele verdedigingsgroep om het land tegen een invasie te verdedigen, maar vooral actief in het terroriseren van politieke tegenstanders. ,,Ik vocht uit patriottisme'', zegt Colamarco, die alle vragen over Noriega ontwijkt.

De bewoners van Chorrillo hebben er sinds de invasie heel wat speeltuinen bijgekregen. Op de plek waar Noriega kwartier hield, staan nu klimrekken, schommels en wipeenden. In snel tempo zijn betonblokken uit de grond gestampt, maar dat heeft de kale plekken in de wijk niet kunnen verhullen. En op een van die plekken smeult het mini-Chorrillo nog na.