Schiphol volgend jaar privatiseren

De luchthaven Schiphol zal waarschijnlijk volgend jaar worden geprivatiseerd. De staat en de gemeenten Amsterdam en Rotterdam zullen daartoe hun aandelen in Schiphol verkopen.

Dat hebben minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) en Schiphol-directeur Cerfontaine gisteren in televisieprogramma Buitenhof gezegd. Vrijdag nam het kabinet een besluit over de toekomst van Schiphol. De luchthaven zal op de huidige locatie blijven bestaan en binnen vastgestelde milieunormen beperkt mogen groeien.

Netelenbos stelde dat, nu de toekomst van Schiphol ,,voor de komende 20, 25 jaar duidelijk is'', er een begin gemaakt kan worden met de privatisering. Cerfontaine zei in januari gesprekken te zullen voeren met de luchtvaartmaatschappijen die op Schiphol vliegen en daarna met Netelenbos te praten over ,,én de toekomst van Schiphol én de economische regulering''. In april kan het kabinet dan een beslissing nemen over de voorgenomen privatisering, verwacht Cerfontaine.

Volgens Cerfontaine is privatisering van de nationale luchthaven ,,noodzakelijk'', om te kunnen blijven concurreren met andere grote luchthavens in Europa. Schiphol wil een belang nemen in onder meer de vliegvelden van Rome en Milaan, maar stuit op verzet van die luchthavens omdat Schiphol nog een staatsbedrijf is.

Netelenbos: ,,De luchthaven moet of de tucht van de staat, of de tucht van de markt hebben. Een beetje er tussenin is niet aan te sturen.'' Cerfontaine wijst erop dat Schiphol, dat ook in als private onderneming nog een ,,relatieve monopolist'' is, duidelijke afspraken moet maken met luchtvaartmaatschappijen over hoe de tarieven voor landingsrechten vastgesteld zullen worden. Schiphol is ongeveer vijf tot zeven miljard gulden waard. De staat is voor 72,8 procent aandeelhouder, de gemeente Amsterdam voor 21,8 procent en Rotterdam voor 2,4 procent.

Cerfontaine noch Netelenbos verwacht dat de privatisering op verzet bij de Kamer stuit. ,,De discussie over privatiseringen moet je case for case bekijken, dit is iets heel anders dan de privatisering van de spoorwegen'', aldus Cerfontaine.