Overheid schiet in eigen been bij privatiseren

Bij het privatiseren van staatsondernemingen als de NS en energiebedrijven is de overheid de regie kwijt en streeft zij tegenstrijdig doelen na, meent Menno Tamminga.

Moet de overheid meer zeggenschap krijgen in de besluitvorming bij de Nederlandse Spoorwegen? Sinds de verzelfstandiging van de NS in 1995 is de staat een aandeelhouder op afstand, die niet meer dan 2 van de 9 commissarissen mag benoemen, maar meer invloed is er niet.

Minister Netelenbos laat, nog voor Kamerleden deze week een verzoek hadden kunnen formuleren, scenario's opstellen voor de toekomst van de NS, inclusief vergaander zeggenschap. De kennelijke twijfel over de rolverdeling tussen overheid en NS is illustratief voor de verwarring in kabinet en Kamer over het in gang gezette proces van verzelfstandigingen (overheid blijft aandeelhouder, zoals bij de NS) en privatiseringen (overheid verkoopt aandelen aan particuliere beleggers, zoals bij KPN en het Rijkscomputercentrum).

In de ordening van het publieke en private domein, de essentie van het privatiseringsproces, zijn de publieke beslissers nu plotseling zoekende. Is het proces te ver doorgeschoten, of zijn dit wat toevallige hobbels op de weg die overwonnen moeten worden? Premier Kok heeft de Eerste Kamer enkele weken geleden wat reflectie aangekondigd. De notitie daarover moet nog voor de kerst bij de Kamer liggen.

Ondertussen stapelen de paradoxale situaties zich op. Vorige week bleek een Kamermeerderheid bereid om verdere verkoop van gemeentelijke energiebedrijven tegen te houden zolang de Nederlandse energiemarkt niet is geliberaliseerd. De aanleiding was de verkoop van het gasdistributiebedrijf van de gemeente Haarlemmermeer.

Twee weken daarvoor bleek dat de vergaande privatisering van de uitkeringsinstanties in de sociale zekerheid van de baan is en dat de tegenovergestelde oplossing is gevonden: nationalisatie.

Liberalisatie van markten gaat tevens gepaard met concurrentie tussen publieke bedrijven die de vraag oproepen hoe politiek Den Haag omspringt met de waarde van publieke bezittingen, zoals de nutsbedrijven. In de schemerige overgang van de huidige regionale marktverdeling tussen overheidsbedrijven naar de nieuwe tijden van landelijke marktwerking van private ondernemingen vechten de elektriciteitsdistributiebedrijven bijvoorbeeld een keiharde concurrentieslag uit om hogere marktaandelen. Zij stunten met tarieven voor grote afnemers (bedrijven) tot ver onder de kostprijs. Gevolg: een zo goed als zekere verliesgevende prijsstelling en een overeenkomstige waardedaling van de aandelen van de bedrijven, die in handen zijn van lagere overheden en provincies. Nog navranter is de komende concurrentie tussen regionale busbedrijven, het Amsterdamse Gemeentevervoerbedrijf en de NS om de aanbesteding van de treinen op de Hoge Snelheidslijn (HSL) naar Brussel en Parijs.

Drie ondernemingen die (in)direct door de overheid worden gesubsidieerd, proberen elkaar in de wielen te rijden. Deze crazy race speelt zich af onder regie van de minister van Verkeer en Waterstaat, tevens enig aandeelhouder van de NS, die, nu een beursgang is afgeblazen, graag een deel van de overheidsaandelen wil afstoten aan professionele beleggers.

Dit gedrag van de publieke ondernemers in de elektriciteitsvoorziening en openbaar vervoer mag rationaal zijn voor ondernemers, maar dan wel voor ondernemers in bedrijven met particuliere aandeelhouders. Als Albert Heijn wil stunten met de prijs van de dagelijkse boodschappen of ING met de rentetarieven voor woninghypotheken worden de kosten per saldo gedragen door particuliere beleggers. Zij kunnen vijf dagen in de week beslissen: wil ik aandeelhouder blijven of verkoop ik mijn effecten op de beurs.

De ondernemers bij Gemeentevervoerbedrijf, NS en energiebedrijven werken voor publieke ondernemingen, hun positieve of negatieve resultaten komen per saldo voor rekening van de burger. En de burger kan zich aan de eventuele kosten niet onttrekken, ook al zou hij het graag willen. Deze onvermijdelijkheid legt een zware verantwoordelijkheid op de schouders van de politieke toezichthouders op deze categorie bedrijven. Van die taak kwijten zij zich op dit moment onvoldoende. Waarom bewaken zij de waarde niet van het publieke erfgoed?

Een vergelijking met de Ceteco-affaire is verleidelijk: De Commissaris van de Koningin en enkele gedeputeerden van de provinciale staten van Zuid-Holland verloren hun baan doordat een ambtenaar miljarden gulden leende aan bedrijven en andere kredietbehoeftigen. Van controle van het politieke apparaat op zijn reilen en zeilen bleek nauwelijks sprake.

Ook in de slag om de HSL-Zuid en de energieprijzen schiet de controle tekort. Ernstiger is dat de overheid op meerdere terreinen de regie kwijt is en tegenstrijdige doelen nastreeft. Hoe valt het verlangen naar meer zeggenschap bij de NS te rijmen met de wens een deel van het staatsbelang te verkopen aan professionele langetermijnbeleggers?

En dan is er nog de dreigende schadepost voor de gemeenschap. Energiebedrijven wel met elkaar laten concurreren, maar niet tegelijkertijd privatiseren, heeft een schemerwereld geschapen waarin nu de slechtst denkbare combinatie van publiek en privaat ondernemerschap opbloeit. Het kabinet moet haast maken met de herdefiniëring van het publieke domein, voordat de waardedaling van openbare bezittingen onherstelbaar is.

Menno Tamminga is redacteur van NRC Handelsblad.