Onder de modder ligt een vers kerkhof

Vijf dagen na de grote overstromingen in Venezuela begint de omvang van de ramp duidelijker te worden. Ten minste vijfduizend doden, schat de regering. Tienduizenden, denken anderen. Het leger neemt het voortouw, maar vooralsnog is de chaos compleet.

Onder de flauwe zon begint het water te zakken en de modder te drogen. De lijkenlucht wordt steeds indringender. ,,Hieronder is het een kerkhof'', verzekert de oude man. Hij loopt over het meegesleurde puin van wat eens zijn sloppenwijk was. Afgelopen woensdagnacht spoelde de wijk Blandin de berg af waartegen hij was aangebouwd. ,,Waarom zegt de regering niet eerlijk hoe groot deze ramp is?''

Verderop klinken de boze kreten van een vrouw. ,,Mijn man is al helemaal ontbonden'', zegt ze tegen een brandweercommandant. Ze wil haar man begraven, maar dat mag niet van de brandweer en van de soldaten die bij tientallen met hun karabijnen en machinegeweren over het puin lopen te lanterfanteren. De vrouw staat voor een klein huisje met een golfplaten dak. Binnen ligt haar dode man. De stank is niet te harden. Waarom mag ze hem niet begraven? ,,We moeten alles registreren'', verklaart de commandant. Maar als zijn eigen chef in Caracas nog geen paar uur geleden verklaard heeft dat ,,we nooit zullen weten hoeveel doden er zijn''? De commandant haalt zijn schouders op en loopt weer verder.

Vijf dagen na de grote overstromingen is de chaos in Venezuela compleet. Niemand weet hoeveel doden er zijn, niemand telt de gewonden. Schattingen zijn er wel. Ruim duizend doden, zegt generaal Isaias Baduel, die de reddingsoperatie leidt. ,,Maar waarschijnlijk veel meer.'' Ten minste vijfduizend, stelt minister van Buitenlandse Zaken José Vincente Rangel. Tienduizenden, menen anderen.

Sinds zaterdagochtend vroeg is het op het militaire vliegveld van Caracas een komen en gaan van kleine vliegtuigjes. Ze voeren gewonden aan uit de zwaar getroffen kuststreek Vargas bij de hoofdstad. Dokters en vrijwilligers rennen naar de toestellen en trekken gehavende, bloedende en uitgehongerde mensen tevoorschijn.

Een vrouw van wie alleen de bemodderde benen uit het vliegtuig steken, schreeuwt het uit van de pijn. De vrijwilligers takelen haar terug en proberen opnieuw. Vanuit een ander vliegtuig wordt een jonge vrouw met een piepklein baby'tje in een rolstoel gezet. Waar gaat ze naartoe? ,,Ik weet het niet'', zegt de vrouw. Waar is haar familie? ,,Ik weet het niet.'' Probleem is dat ook haar familie in Caracas niet weet dat ze leeft.

Een haag van gewapende soldaten houdt de mensen buiten het vliegveld op een afstand. Nergens zijn lijsten aangeplakt. Geen informatie over wie is gered en wie naar welk ziekenhuis is gebracht. Wanhopige familieleden klampen iedereen aan die van het vliegveld komt. Door de ruiten van de ambulances die de poort uitscheuren, is niets te zien.

,,Heeft u misschien mijn zoon Carlos Trijulio uit een vliegtuig zien komen?'', vraagt een man. Hij weet dat de vraag nutteloos is, maar hij heeft al bij elk ziekenhuis in de stad gekeken. Nergens vond hij zijn zoon en schoondochter. ,,Dat is niet onze taak'', antwoordt een officier op de vraag waarom het leger deze mensen geen informatie geeft.

In Venezuela is sinds de jaren tachtig geen volkstelling meer gehouden. Er is geen bevolkingsregister. En, zoals altijd met rampen in dit deel van de wereld, vooral de armen zijn getroffen. Ze wonen in gevaarlijke, illegale stadsuitbreidingen, in kwetsbare huisjes of zelfgebouwde hutten. Toch lijkt het erop dat de regering de cijfers van de ramp bewust laag houdt. ,,Ik wil dat iedereen kalm blijft'', zegt president Chávez.

Al dagenlang vliegt Chávez in zijn gevechtsuniform en zijn rode baret door het land. Eigenhandig instrueert de luitenant-kolonel – die na zijn mislukte couppoging van 1992 uit het leger werd gezet – `zijn' parachutisten, de marine, de infanterietroepen. Het is of het land met de ramp militair is bezet. Want helpen zie je ze zelden, de nieuwe `volksstrijdkrachten' van Chávez. Ondanks de prachtige naam die Chávez voor de operatie heeft bedacht: `Reddingtaak Bolivar 2000'.

,,Ik vind het belangrijker om een vrouw met drie kinderen te troosten die haar huis is kwijtgeraakt, dan om een journalist te woord te staan die wil weten hoeveel daklozen er zijn'', antwoordt Chávez vinnig als een verslaggeefster toch blijft doorvragen naar cijfers. ,,Ik zal u vertellen'', gaat de president verder, terwijl hij staalhard de camera inkijkt. ,,Dit is een revolutie. Wij zullen de mensen niet terugsturen naar hutjes van golfplaat.''

De stad La Guaira bij Caracas is letterlijk van de kaart geveegd. Een hele berg is door het regenwater naar beneden gestort. Al bijna een week waden overlevenden als schimmen door de modder. Zonder water, zonder eten, zonder telefoon of elektriciteit. ,,Alleen al hier schat ik het aantal doden op 25.000'', zei de burgemeester van La Guaira. De stad is van de buitenwereld afgesloten. Chávez heeft er zijn parachutisten laten landen.

Iets dichterbij de hoofdstad zijn mensen met de moed der wanhoop gaan lopen. Lange kolonnes dodelijk vermoeide mensen sjokken over de kapotte snelweg naar Caracas. Vrouwen met kinderen, bemodderd en uitgeput. Sommigen hebben wat bezittingen gered voordat de regen hun huis wegspoelde. Er loopt een man met een butagasfles op zijn schouder. Even verderop laat hij hem staan.

En dan zijn er nog al die andere gebieden. De deelstaat Miranda, waar nog steeds hele dorpen en steden tot boven de eerste verdieping blank staan door de overstroomde rivieren. Het mooie oude stadje El Guapo, waar alleen de brandweerkazerne droog is gebleven. De twintigduizend daklozen van deelstaat Yaracuy, de vijfduizend van Sucre, de zesduizend van Zulia.

,,Dit is echt het ergste dat ik ooit heb gezien'', zegt ziekenbroeder José Cardenas. Hij staat doodmoe tegen zijn ambulance aangeleund. Sinds woendsdagnacht is hij in touw. Eerst doden en gewonden afvoeren in Caracas. Later hetzelfde werk in de deelstaat Vargas. ,,Daar zag ik dat mensen een paar soldaten hun wapens afpakten en de supermarkt begonnen te plunderen'', vertelt hij. De broeder gelooft niet wat de bisschop van Caracas zaterdag tijdens zijn mis voor de slachtoffers zei. Dat deze zondvloed de `straf van God' is voor de arrogantie van president Chávez. Maar dat er door deze ramp ,,iets heel erg zal veranderen'' staat voor Cardenas als een paal boven water. Mismoedig kijkt hij naar soldaten die Rode Kruis-werkers de ganzenpas in commanderen.