Koorddansen boven drijfzand van democratie

Met de ontslagaanvraag van zijn kabinet wilde premier D'Alema drie dwarse regeringspartijtjes wegwerken. Maar hijzelf is ook beschadigd.

Massimo D'Alema geldt als een koele, maar zelden heeft een Italiaanse premier zo afstandelijk, met zo weinig passie, zijn kabinet verdedigd als D'Alema zaterdagavond in de Kamer van Afgevaardigden en de Senaat.

Hij moest er de resultaten van zijn voorganger als premier, Romano Prodi, bijhalen om het lijstje presentabel te maken. En hij claimde voor het gemak ook maar het krediet voor vijf miljoen internetaansluitingen (nog veel minder dan elders in Europa) en het feit dat driekwart van de brieven binnen drie dagen wordt bezorgd.

Het tekent de malaise waarin zijn centrum-linkse coalitie en D'Alema zelf verkeert. Op vlakke toon las hij zijn achttien velletjes papier voor, hier en daar al stukjes aas uitgooiend om te proberen weifelaars achter zijn plannen te krijgen voor een terugkeer met een enigszins gewijzigd kabinet.

D'Alema is terechtgekomen in het drijfzand dat de Italiaanse politiek al decennia lang zo instabiel maakt. Vroeger was het vooral de richtingenstrijd binnen de dominerende christen-democratische partij die frequente wisselingen van premiers nodig maakte. Nu is dit het machtsspel van kleine politieke partijen die zich voortdurend moeten manifesteren om zichtbaar te blijven. En wat is daar beter voor dan een premier ten val te brengen? Zo is ook aan het 56ste kabinet sinds de Tweede Wereldoorlog een einde gekomen.

Met meningsverschillen over de politieke koers of over specifieke beleidsplannen heeft deze crisis niets te maken. D'Alema is een volbloed politicus die zichzelf als een meester in het politieke koorddansen beschouwt. Maar met negen coalitiepartijen om zijn nek was zijn val bijna onvermijdelijk. Zoals het financiële dagblad Il Sole 24 Ore schreef: de centrum-linkse coalitie was verworden tot ,,kleine mannetjes die bezig zijn elkaar kleine gunsten te verlenen''.

Italië ,,heeft een regering nodig die in een positie verkeert om de hervormingen te realiseren die nodig en mogelijk zijn,'' zei D'Alema in zijn toespraak. Daarom heeft hij de crisis geforceerd. Eigenlijk stond die voor januari op het programma, maar D'Alema probeerde een vlucht vooruit te maken om te voorkomen dat hij langzaam zou worden gaargekookt en geen kans meer had om terug te keren als premier.

Achtergrond van de crisis is de angst van `het klavertje', waarin drie partijen met samen 17 van de 630 kamerleden samenwerken, om buitenspel te komen te staan. Romano Prodi, die in 1996 voor centrum-links de verkiezingen heeft gewonnen, en Antonio di Pietro, die begin jaren negentig als officier van justitie een lawine van smeergeldonderzoeken in gang heeft gezet, hebben een paar maanden geleden een nieuwe partij opgericht, de Democraten. D'Alema had aangekondigd dat hij in januari mensen daarvan in zijn kabinet wilde hebben, om die partij steviger aan de coalitie te binden. De kleine klaver-partijen (republikeinen, socialisten en een groep rondom oud-president Francesco Cossiga) vreesden daardoor minder zichtbaar te worden en stuurden aan op een crisis.

D'Alema probeert nu de persoonlijke schade zoveel mogelijk te beperken. Maar het is duidelijk dat de Italiaanse Volkspartij en de Democraten alleen akkoord gaan met zijn terugkeer als premier omdat ze zelf geen tegenkandidaat voorhanden hebben. Op de langere termijn zijn zijn kansen om de leider van centrum-links te blijven, verzwakt. De rechtse oppositie lacht in haar vuistje.