Het is dringen voor de estafette

Met Pieter van den Hoogen- band als de onbetwiste kop- man is de estafetteploeg op de 4x100 vrij kandidaat voor olympisch goud. Over de aanstekelijke werking van een medaille.

Nog niet zo lang geleden kreeg Nederland slechts met veel pijn en moeite een estafetteploeg op de 4x100 vrije slag op de been. Vier vrijeslagzwemmers vinden, dat lukte nog wel. Maar vier zwemmers die én de series tot een goed einde brachten én in de finale meestreden om de medailles? Nee, dat bleek moeilijk, om niet te zeggen ondoenlijk.

Die tijd is voorbij, want anno 1999 baadt het Nederlandse zwemmen in luxe. De 4x100 vrij is daarvan het beste bewijs. Met Australië en de Verenigde Staten geldt Nederland over negen maanden in Sydney als de favoriet voor olympisch goud. Bondscoach Stefaan Obreno worstelt dan ook met een luxe-probleem, zoals de afgelopen drie dagen bleek bij de nationale winterkampioenschappen in het 50-meterbassin in Eindhoven.

Het aanbod van talentvolle vrijeslagzwemmers is zo overweldigend dat Obreno zelfs zou kunnen overwegen om twee teams samen te stellen voor de Olympische Spelen: één voor de series en één voor de finale. De Belg gaf gisteren aan dat zijn voorkeur uit gaat naar ,,een ploeg van maximaal zes à zeven man, want hoewel ik de toppers zoveel mogelijk wil ontlasten, weiger ik in de series te veel risico's te nemen''.

Drie zwemmers lijken zeker van een plaats in de olympische estafetteploeg. Met zijn magistrale tijd van 48,35 – de op één na snelste tijd ooit gezwommen (het wereldrecord van de Russische grootmeester Alexander Popov: 48,21) – is Pieter van den Hoogenband uiteraard boven elke discussie verheven. Achter `VDH' is het echter dringen geblazen. Plaatsen twee en drie lijken voorbehouden aan Johan Kenkhuis (49,73) en Mark Veens (50,08). Zij zijn ook nog verwikkeld in een strijd over de vraag wie in Sydney Van den Hoogenband mag vergezellen op de individuele 100 vrij. Hoewel Kenkhuis sinds zaterdag over de beste papieren beschikt, is Veens nog allesbehalve kansloos. Pas na de zomerkampioenschappen, begin juni in Drachten, maakt de technische staf de eindbalans op.

Zo groot is de concurrentie op de 4x100 inmiddels dat zelfs de nestor van de Nederlandse zwemploeg, routinier Marcel Wouda, voorlopig plaats heeft moeten nemen in de wachtkamer. Met zijn 51,62 bezet de 27-jarige wereld- en Europees kampioen (200 wissel) momenteel de zevende plaats in `de tussenstand om de vierde startplek', die wordt aangevoerd door Dennis Rijnbeek (51,01), gevolgd door Ewout Holst (51,16) en Martijn Zuijdweg (51,36).

Het perspectief van een olympische medaille was voor Hans Bijlemans zelfs aanleiding om zijn vaderland vaarwel te zeggen. In eigen land trok de 26-jarige Belg jarenlang moederziel alleen zijn baantjes. Die weinig inspirerende omgeving ruilde hij twee jaar geleden in voor het Brabantse zwembolwerk PSV van trainer Jacco Verhaeren. Met in het achterhoofd het voornemen om in het kielzog van Van den Hoogenband in Sydney olympische roem te vergaren.

Waarop die hoop is gebaseerd, werd niet duidelijk, want indruk wist Bijlemans, in afwachting van een Nederlands paspoort, niet te maken in Eindhoven. Zijn 50 meter vrij was vrijdag al ver beneden de maat, op de dubbele afstand kwam hij een dag later niet eens in actie. Obreno was gisteren niet verbaasd over het teleurstellende optreden van zijn landgenoot. Met een knipoog: ,,Hans is vooral een goeie voor de tweede week van de Spelen, als het zwemmen erop zit.''

Drie jaar geleden maakte Bijlemans deel uit van de Belgische estafetteploeg op de 4x100 wissel. Maar tot een duik in het olympische bassin kwam het niet, omdat de rugslagzwemmer om duistere redenen plotseling verstek liet gaan. Bijlemans besloot vervolgens om twee weken lang de bloemetjes buiten te zetten in Atlanta. In Sydney hoopt de Belg die boze droom weg te spoelen, maar de kans daarop is klein gelet op de moordende concurrentie. Hoewel Bijlemans' persoonlijk record op de 100 vrij (51,07) er mag zijn, kwam hij dit jaar nog niet verder dan 51,20. Die tijd is niet toereikend om straks in Sydney aan de zijde van Van den Hoogenband en de zijnen een gooi te doen naar olympisch goud.

Obreno noemde de verbeten concurrentiestrijd op de 100 vrij gisteren in zijn slotbeschouwing ,,een voorbeeld van hoe we het graag zien''. Waarmee de coach maar wilde zeggen dat een vlijmscherpe competitie de zwemmers bij de les houdt en hen naar grote hoogten opstuwt. ,,Omdat ze voortdurend de hete adem van de ander in hun nek voelen.''

Meer strijd en beleving zou Obreno ook graag zien bij de zwemmers die sinds de EK langebaan (50 meter), afgelopen zomer in Turkije, nauwelijks progressie hebben geboekt, zoals pijnlijk duidelijk werd in Eindhoven. ,,Onze toppers bewijzen zich opnieuw, maar daarachter zit een groepje van wie sommigen nu toch echt in de spiegel moeten kijken.''