Geffens glorie

Hij scoort bijna altijd, meestal één keer, soms wel twee keer. Wanneer hij een keer niet scoort vallen vrienden en vijanden over hem heen. Dan zeggen ze dat hij uit vorm is of misschien wel over het paard getild. Wanneer hij twee of zelfs drie keer niet scoort, is hij ineens niets meer waard. Dan wordt er gezocht naar de oorzaken van zijn wonderbaarlijke improduktiviteit. Zou Ruud nog wel kunnen scoren? Is er iets mis in zijn hoofd of misschien wel met zijn voeten?

Ogenschijnlijk onverstoorbaar hoort PSV'er Ruud van Nistelrooy de analyses aan. Gaat het over mij? Wat nu weer? Dan weer hoort hij dat hij niet ècht een goede is. Dan weer leest hij dat hij een vervelend ventje is. Dan weer eigenen verdedigers zich het recht toe hem te beschuldigen van onsportief gedrag. Breed wordt dan in de pers uitgemeten dat verdedigers hem een matennaaier vinden. Verdedigers, ja, die voetballers die geen enkel recht van spreken hebben. Verdedigers zijn namelijk slechts voetballers die aanvallers het spel onmogelijk maken. Verdedigers moeten zwijgen en aanvallers als Van Nistelrooy ruim baan geven, zodat we kunnen genieten van fraaie treffers.

Dan is er nog deel van de mensheid dat durft te beweren dat Van Nistelrooys doelpunten meestal het gevolg zijn van verdedigersfouten. Dat hooghartige Ajax-volk bijvoorbeeld, dat nooit waardering wenst uit te spreken voor de kwaliteiten van de tegenstander. Dat Ajax-volk dat de drie doelpunten die Van Nistelrooy onlangs in de Amsterdam Arena maakte, slechts wenst toe te schrijven aan slordigheid van de Ajax-verdedigers. Wat een naar volk toch! Kinnesinne, noemt men dat op z'n Amsterdams.

Zulke spitsen als Van Nistelrooy worden niet meer in Amsterdam gemaakt. De kweekvijver staat droog. Van Nistelrooys worden alleen gemaakt in Geffen, het Brabantse dorpje onder de rook van Oss waar een groot deel van de bevolking de naam Van Nistelrooy draagt. Waar Ruud en zijn drie jaar jongere broer Ron opgroeiden en onder de bezielende leiding van vader Tini bij Nooit Gedacht uitgroeiden tot voetbaltalenten. Margriet in Oss, waar het broertje nog speelt, was voor Ruud slechts een tussenstapje op weg naar Den Bosch, Heerenveen, PSV, het Nederlands elftal en Real Madrid, Manchester United, Milan of Juventus.

Profvoetballer wilde hij altijd al worden, natuurlijk. Hij zei het weliswaar nooit hardop, maar zijn vader had het al gauw gezien. Hij zag zijn oudste zoon oefenen en nog eens oefenen. Altijd met een bal onder de arm of aan de voet, altijd zeurend en verlangend naar betere trainers en betere elftallen. Ruud was geen spits, hij was een middenvelder die graag aanviel. Bij Den Bosch probeerde trainer Chris Dekker hem voor het eerst als spits. Pas bij Heerenveen groeide hij uit tot de gevreesde schutter.

Groot en sterk is de 23-jarige Ruudje , zowel lichamelijk als geestelijk. Wie zo groot en sterk is, zo hard en zuiver kan schieten, zo goed kan koppen, zo snel is en ook nog zo technisch onderlegd, verdient een transfer naar de beste club van de wereld. Het zal wennen zijn, daar in het buitenland. Want in Spanje, Italië en Engeland wemelt het van verdedigers die provoceren tot kunst hebben verheven. Daar wemelt het van verdedigers die zich het recht toe-eigenen aanvallers te beledigingen en het spelen onmogelijk te maken. Maar ook daar zal de grote en sterke Van Nistelrooy zichzelf blijven. Onverstoorbaar en verwonderd opkijkend wanneer men weer vraagtekens bij zijn spel zet. Soms zal hij niet scoren, vaak wel. Zoals het een `spits-met-scorend-vermogen' betaamt.