Gebroeders Flint grapt bij poëzie Ed. Hoornik

,,Mijn psychiater en ik hebben dezelfde glasbak'', zegt de sombere man. In zes weken tijd is hij slechts zes keer buiten geweest; om naar zijn therapeute te gaan. O ja, ook nog een keer om naar de glasbak te gaan. In Het menselijk bestaan van De gebroeders Flint, wordt een zware depressie teruggebracht tot huiselijke proporties. De depressieve man doet graag poëtisch over zijn ziekte, maar zijn nuchtere echtgenote houdt hem met beide benen op de grond: ,,Jij hebt helemaal geen tijd om gedichten te schrijven. Je bent de hele dag bezig met zelfmedelijden.''

De gebroeders Flint maakt reeds twintig jaar literair muziektheater, gebaseerd op het werk van schrijvers als Nescio, J. Slauerhoff en Louis Paul Boon. Voor Het menselijk bestaan heeft de groep de gelijknamige dichtbundel van Ed. Hoornik (1910-1960) als uitgangspunt genomen; een gedichtencyclus over een zwaarmoedige man die zich een levende dode voelt. Bij zinnen als ,,Later werd doodgaan tot een daaglijks ding;/ voordat ik 's morgens naar het werk ging,/ haalde ik de doden op, dien nacht bezweken'', is het moeilijk om niet aan Hoorniks verblijf in concentratiekamp Dachau te denken.

Rondom de gedichten heeft Justus van Oel grappige, ironische dialogen geschreven, tussen de depressieve man (Felix Strategier) in zijn pyjama en zijn nuchtere vrouw (Fran Waller Zeper) met haar grijze punkkapsel. Over de voorstelling, gespeeld in een stoffige huiskamer vol gedrapeerde doeken, hangt een grauwe sluier van somberheid, die wel gepast is, maar die ook benauwt. Huishoudelijke mededelingen als `Zet jij de vuilnis even buiten' geven soms wat lucht.

Felix Strategier zingt de gedichten met een prettige, ongepolijste stem, zichzelf begeleidend op spinet en accordeon. De liederen zijn volks en cabaretesk. Helaas zijn de dichtregels moeilijk te verstaan. Jammer ook dat de poëzie van Hoornik, omringd door de ironie van Van Oel, niet zo goed overeind blijft. Uit de mond van de zeurende man, onder de sceptische blik van zijn vrouw, worden de aangrijpende regels ineens aanstellerig. Poëzie als: ,,Al wat ik was ging onder in de Lethe./ Wat ben ik nog? Een lijkgezicht, een vlek'', verliest veel van zijn kracht als de vrouw daarna zegt: ,,Jij wordt al suïcidaal als het licht van de gang stuk gaat. Over het plakken van een band doe je anderhalf jaar.'' Hoorniks kwetsbare poëzie verdraagt zich slecht met de spotlust van Van Oel.

Voorstelling: Het menselijk bestaan door De Gebroeders Flint. Tekst: Ed. Hoornik en Justus van Oel. Idee, muziek en spel: Felix Strategier en Fran Waller Zeper. Regie: Aike Dirkzwager. Gezien: De Roode Bioscoop, Amsterdam. Tournee t/m 29/1. Inl. (020) 625 7476.