Een bonte celebratie van het shoppen

Op zondag gaan de mensen niet meer naar de kerk maar naar De Bijenkorf. Letterlijker valt het niet te illustreren dat winkelen religie is geworden. Eerder waren sport en kunst al aan deze kwalificatie ten prooi gevallen. Met kerkgebouw, stadion en museum hebben religie, sport en kunst specifieke architectuur opgeleverd. Tegelijk met de afbraak of profanisering van het kerkgebouw door er bijvoorbeeld een tapijthal van te maken, is ten behoeve van het winkelen in de laatste decennia de shopping mall uit Amerika overgewaaid. Dat is een compacte, overdekte stad waar het shoppen - een woord dat in ons taalgebruik het hopeloos ouderwetse `winkelen' heeft vervangen - feestelijk wordt gecelebreerd.

In het hartje van Den Haag, op de Groenmarkt, is zo'n kleine stad verrezen. Op een driehoekig gebied, begrensd door Maison de Bonnetrie, restaurant 't Goude Hooft en het oorspronkelijke, zestiende eeuwse stadhuis, staat daar ineens een opvallend bouwsel dat het midden houdt tussen een luidruchtige markthal en een Aziatische pagode. Al direct bij de opening, half november, werd het winkelcentrum door de Hagenaars tot `de Snoeptrommel' gedoopt. De bijnaam slaat vooral op het ronde hoofdgebouw dat met veelkleurige bombarie het straattoneel op de Groenmarkt beheerst. De drieledige zuilen die de groenkoperen deksel van de trommel dragen zijn bespikkeld met een mozaiek van gele, rode, groene, blauwe en witte tegeltjes. Het oosterse karakter is vooral afkomstig van de kapitelen boven de zuilen die, in blauw gepigmenteerd beton, de bamboe kruiscontructies nabootsen waarop de daken van boeddhistische tempels rusten. De thermenvensters vlak onder het dak dragen opbollende, diagonaal lopende tralies die, mede door de lichtbruine kleur, doen denken aan het vlechtwerk op de ronde appeltaart.

De Haagse Snoeptrommel is ontworpen door de Engelse architect John Outram. Het kan niet anders of deze architectenkeuze is een reactie op het bouwwerk dat werd afgebroken om dit winkelcentrum mogelijk te maken. Eerder stond, of liever gezegd misstond op deze plek het gemeentelijk voorlichtings- en informatiecentrum in een behuizing naar ontwerp van de nu 94-jarige Amsterdamse architect Piet Zanstra. Hoekig opgetrokken uit grintbeton en glas, was het een nors en onverbiddellijk staaltje moderne architectuur waar de jaren zestig en zeventig in uitblonken.

Na een bestaan van slechts een kwart eeuw zag Zanstra een aantal jaren geleden zijn ongenaakbaar `Maupoleum' aan de Amsterdamse Jodenbreestraat tegen de vlakte gaan. Met het gebouw op de Haagse Groenmarkt dat eenzelfde lot trof, is hij de bekendste, bij leven meest `gesloopte' architect van Nederland.

Het karakter van het werk van John Outram staat diametraal tegenover dat van Piet Zanstra. Afstand en onaandoenlijkheid bij de Hollander; warme omhelzing en verleiding met kraaltjes, spiegeltjes en wat dies meer zij bij de in 1934 in Brits Indië geboren Engelsman. Met een spectaculair pompstation aan de Theems in Londen dat het overtollige oppervlakte- en rioolwater van het Isle of Dogs moet wegpompen, maakte Outram in de tweede helft van de jaren tachtig een krachtig entree in het postmoderne kamp. Vol symbolische verwijzingen creëerde hij een `tempel van noodweer' met gevels van blauwe, rode en gele baksteen, vrolijk gekleurde kapitelen, groen geglazuurde dakpannen en boven de monumentale ingang, in het midden van een klassiek timpaan, kijkt een turbine-oog ons aan als een cycloop. Met dit pompstation en het bijna onbesuisde, kleurrijke Cambridge Management Centre uit 1995 was duidelijk dat de werken van Outram een breed publiek willen behagen. Heb je eenmaal de verwantschap met de architectuur van Walt Disney's World gezien, dan laat deze gelijkenis je niet meer los.

In Den Haag wist de opdrachtgever, projectontwikkelaar MAB, precies wat voor vlees zij met Outram in de kuip had. Winkelcentrum Groenmarkt moest een sprookje worden, een verlangen dat kennelijk door de gemeente en de welstandscommissie werd gedeeld. Het is een overmoedige onderneming gebleken. De Snoeptrommel vloekt met de historische omgeving waarin hij achteloos lijkt te zijn gedeponeerd. In plaatsen zonder geschiedenis, in Atlanta, Houston of Orlando kan dat zonder problemen. In de oude Haagse binnenstad is zo'n opgedirkte winkelfuik - niet eens een shopping mall want hier heerst uitsluitend kledingmagazijn The Sting - een permanente verschrikking. De postmoderne pastiche hoort hier evenmin thuis als de moderne betonconstructie die eraan vooraf ging.

Wat is het toch teleurstellend dat het niet mogelijk blijkt om voor de nieuwe religie die shopping heet een tempeltje te componeren dat volmaakt geschikt is voor die ene plaats, de Groenmarkt in Den Haag.

Gebouw: winkelcentrum, Den Haag. Architect: John Outram. Outram. Opdrachtgever: MAB.