De waarheid heeft vele versies

Heeft u het al gehoord? `Het kerstverhaal berust voornamelijk op fictie'. Stond vrijdag in de Volkskrant. Dat is uit onderzoek gebleken, meldde men daar. En dat er wel meer niet klopt van de evangeliën, om te beginnen het geboortejaar van Christus al niet: die werd in vijf voor Christus geboren. Het was een pagina om een beetje lacherig van te worden – zo veel oud nieuws, gebracht alsof het hier om kersverse ontdekkingen ging, in plaats van om onderzoek waaraan men in de vorige eeuw is begonnen. Maar goed, kranten moeten van tijd tot tijd herhalen wat al bekend is, en er was een aantal boeken verschenen die uitvoerig ingingen op deze en andere kwesties. Het merkwaardigste was eigenlijk dat de schrijver van het stuk het allemaal voor het eerst gelezen leek te hebben en dat hij dingen schreef als: ,,De kerststal ontbeert, hoe spijtig misschien ook in verband met het komende kerstfeest, een historisch fundament.'' Het klonk bijna alsof hij voorzichtig probeerde te vertellen dat kerstmis niet door zou kunnen gaan dit jaar.

Onlangs verscheen ook een schitterend nummer van het tijdschrift Kunstschrift, gewijd aan afbeeldingen van Jezus. Op de omslag staat een aandoenlijke babypop, bol buikje, kleine-jongenspiemeltje, mollige beentjes, maar wel het handje met de gestrekte duim, wijs- en middelvinger en de gebogen ringvinger en pink, zodat we meteen begrijpen wie dit kereltje is. Een pop die meisjes meekregen als ze het klooster ingingen. Er staan meer van zulke poppen in het nummer, compleet met bedjes en kleertjes. Er wordt verteld hoe nonnen met hun Jezusbaby omgingen, hoe ze het kindje voedden, verschoonden, wiegden – als kleine meisjes met hun poppen inderdaad, of als moederloze vrouwen met eindelijk een kind. Het stond nogal ver af van de bijbel en van wat wij nu denken dat geloven is, maar in de late Middeleeuwen was ook het mystiek verzorgen van een denkbeeldige baby of een pop een weg naar boven of naar binnen.

Geloof gaat zijn eigen wonderlijke gang en trekt zich weinig aan van logica of historie. Onlangs vertelde een vriend hoe zijn jongste zoon ruw bevrijd is van zijn Sinterklaas-geloof en nu heus goed begrijpt dat zijn vader en moeder de schoenen vullen, de pakjes verzorgen en de gedichten schrijven. Maar diep in zijn hart blijft hij geloven dat de Echte Sinterklaas wèl ergens bestaat, die krijg je alleen nooit te zien. Tegenover de buitenwereld doet hij stoer en ongelovig, maar ziet hij onverwacht een foto van Sinterklaas, dan kan hem ontsnappen: ,,Is dat de echte?''

Het is lichtelijk verwarrend dat de bijbel, een boek vol mythen en verhalen over geloof, tegelijkertijd als fundament dient voor een godsdienst die moet volhouden dat het allemaal waar is. Het is ook allemaal waar, zoals alle mythen `waar' zijn, maar letterlijk moet het bepaald niet genomen worden. Alleen al de varianten en tegenstrijdigheden binnen de bijbel zelf zijn toch eigenlijk aanwijzing genoeg dat het hier niet in de eerste plaats om geschiedschrijving gaat (al is die ook zelden eenduidig) en al helemaal niet om geschiedschrijving die voldoet aan de twintigste-eeuwse eisen.

Eigenlijk ziet het corpus verhalen uit de bijbel er helemaal niet zo anders uit dan de Griekse of zelfs de Indiase mythen. Ook daar kunnen vele versies van gebeurtenissen naast elkaar bestaan, de varianten betekenen juist het leven van die verhalen. De bijbel begint meteen al met twee scheppingsverhalen (Adam uit klei en Eva uit een rib van Adam) – dat tekent al om wat voor boek het gaat. Ook tweeduizend jaar geleden, toen het Nieuwe Testament ontstond, was men nog niet zo hartstochtelijk bezig met consequentie en logica als om het spirituele zaken ging. Zo wordt in het Volkskrant-artikel bijvoorbeeld de kwestie van `het huis van David' genoemd, waaruit Jezus voortgekomen zou zijn. Dat was nu eenmaal geprofeteerd, de Messias zou van de stam van David zijn. Jozef de timmerman is, dus, familie van David, zodat zijn zoon inderdaad, zoals voorspeld, een loot van diezelfde oudtestamentische stam is. Nu heeft weer eens iemand quasi-snugger zich afgevraagd waar dat goed voor was, want Jozef was immers toch de vader van Jezus niet. Wat doet het er dan toe uit welke familie Jozef kwam?

Het doet er mythisch toe. In aardse zin is Jezus het kind van Jozef en Maria en dus gelieerd aan het huis van David, in hemelse zin is hij een zoon van God. Tegelijkertijd. Zo is ook Helena van Troje een dochter van Zeus en tegelijkertijd de dochter van de Spartaanse koning. Het heeft geen zin om te zeggen: het is of het een of het ander. In mythes is het niet of het een of het ander. Het is én het een én het ander. En met een beetje geluk is het nog een derde en een vierde ding ook. Dat kun je onlogisch nomen, en dat is het ook, maar het gaat niet om logica. Je kunt het ook rijkdom noemen.

Het al genoemde Kunstschrift-nummer laat zien `op welhaast schokkende wijze', schrijft hoofdredacteur Mariëtte Haveman, hoe concreet het geloof ooit was. Niets metaforen en beelden, alles gewoon letterlijk, liefst tastbaar, liefst botten van heiligen of anders een stukje van hun mantel. Als geschreven wordt over `het lam Gods' dan vatte men dat letterlijk op – eindeloos veel afbeeldingen zijn er van een lam met een aureool. Het is een zeer verdwenen wereld waaruit al die beelden en reliekschrijnen komen, de zweetdoeken met de `vera icon', de ware afbeelding van Christus' gezicht, de splinters kruishout, de vereerde navelstreng van het Christuskindje. Nu schrijft een veelgelezen dominee als Nico ter Linden steeds weer dat we het allemaal niet zo letterlijk moeten nemen, dat het beelden zijn, metaforen, verbeeldingen van waarheden die we vermoeden maar niet kennen.

Hij heeft gelijk, zeker in deze tijd waarin het alternatief alleen nog maar is om het allemaal tot onlogische onzin te verklaren. De enige manier om de mythen te redden is, voor ons, om ze te zien als verhalen die iets uitdrukken wat waar is maar die niet zelf letterlijk waar zijn. Zoals literatuur dat doet – maar dit is een literatuur die aanspraak maakt op nog iets anders, op een bestaande maar onzichtbare waarheid. ,,Omdat wij hun beelden vernielden/ omdat wij hen verdreven uit hun tempels,/ daarom zijn de goden helemaal niet gestorven'', schreef Kaváfis. Soms zijn ze voelbaar aanwezig, bijvoorbeeld op een augustusmorgen in Ionië, dan `gaat door uw atmosfeer iets van de gloed van hun leven'.

Heeft het nu zin om tegen zo'n gedicht te zeggen dat niet alle godenverhalen zo goed met elkaar kloppen, dat Apollo wel heel veel verschillende gestaltes lijkt aan te nemen, dat het wemelt van de inconsequenties en inconsistenties in de Griekse godenwereld? Nee, want daar gaat het niet om.

Natuurlijk is Jezus niet in de nacht van 24 op 25 december in het jaar nul geboren. Natuurlijk klopt er heel veel niet – daar gaat het niet om. Het is toch allemaal waar. We vieren elk jaar Sinterklaas, in zekere zin uit naam van de Echte Sinterklaas, de Echte is misschien het feest zelf. We vieren Kerstmis omdat we straks Pasen vieren en de datum is in vroeger tijd heel goed en slim gekozen: op het donkerste van het jaar als we in de duisternis weten dat straks het licht weer komt. Je hoeft het niet te geloven om dat te kunnen begrijpen.