De droogkomieke gave van een paard

Bij de kerstdagen hoort een bezoek aan een circus, bijvoorbeeld in het Amsterdamse Carré. Of bij voorkeur, al was het maar omdat Carré van oorsprong een circustheater is. Er zijn stallen, er is een piste, er is voldoende hoogte voor uitvoerige trapeze- en nog wildere vliegacts. Er is dus gelegenheid voor een `echt' circus. Niet een theatershow met acrobatiek-, jongleurs- en clownsacts zoals een aantal schouwburgen in het land organiseert, maar een circus: iets zinderends en ongecontroleerds en vol van het gevoel dat eigenlijk is voorbehouden aan een enorme, ronde tent. Bovendien is er in Carré een traditie opgebouwd: dit jaar wordt er voor de vijftiende achtereenvolgende keer het `Wereldkerstcircus' gebracht en de organisatie (Van Liempt/Strottman & Van der Meijden) belooft ook dit jaar dat de acts van wereldniveau zijn.

Wat betreft het hart van het Wereldkerstcircus wordt die belofte nagekomen. Fredy Knie, telg uit een fameus Zwitsers circusgeslacht en lid van de vaste kern van het kerstcircus in Carré, weet met zijn regie een authentiek circusgevoel te wekken dat ook de grootste cynicus op de knieën krijgt. Knie volhardt in het afzien van moderne fratsen en showeffecten. Hij houdt vast aan wat een circus altijd is geweest: een rafelige aaneenschakeling van oooh en aaaah, met een tamelijk willekeurige opeenvolging van artiesten die het onmogelijke doen en soms nog een beetje meer, met hun eigen lichaam of in samenwerking met dieren.

Fredy Knie zelf, van origine een paardenman, komt met een geslaagd nummer met drie tijgers, dat op een verrassende manier niet de klemtoon legt bij angst en agressie maar bij de gratie van de roofdieren. Zijn dochter en zijn echtgenote presenteren wel paardendressuur. Zijn dochter waagde zich aan een omvangrijk klassiek nummer dat behalve twaalf paarden en een pony ruimte biedt aan vier speelse kamelen. Het is geestig en indrukwekkend en, met zijn rijtjes steigerende paarden tot slot, een juweeltje van klassieke circuskunst. Knie's echtgenote Mary-José waagde zich aan een duet met een schimmel met de opera Carmen als aanleiding en daar is ze niet uitgekomen. Vrouw en paard dansen tegelijk maar niet samen en drama wil het niet worden, hoe smachtend de artieste ook beweegt en kijkt.

Om deze drie forse dier-accenten heen drapeerde Knie de andere acts. Sommige zijn weergaloos, met name een bungeejump-trapeze-nummer uit Noord-Korea en de acrobatiek van zes Italiaanse evenwichtsartiesten (de Pelligrini's). Achteloos vertonen ze onwaarschijnlijke krachtpatserij, met grijnzende smoelen, net of ze aan het strand bezig zijn met op mekaar te klimmen om de meisjes te imponeren.

Maar anders dan voorgaande jaren werden er ook acts opgenomen die het geheel in de weg zitten. De ritmebox-muziek die bij een van de nummers het levende orkest wegdrukt, verkilt de hele sfeer. Dat artiesten geen weg weten met orkestmuziek zou een reden moeten zijn om dan maar af te zien van het hele nummer. Verder is er een erg beperkt rolschaatsnummer dat wat uiterlijk en aanpak betreft meer in een nachtclub thuishoort; en de Canadese muzikale clown doet het als straatartiest vast goed maar voor deze circuspiste volstaat hij met een veel te dun nummertje lollig doen.

Gelukkig is de voornaamste clown, de Fransman Pieric, een vondst. Niet opdringerig en nooit schreeuwerig strooit hij een keur aan knap gedetailleerde mopjes en grapjes in het rond. Hij blijkt een verholen paardendompteur te zijn, die gewiekst het feit uitbuit dat zo'n paard veel heeft en kan, maar volslagen humorloos is en dus zeer geschikt als droogkomieke partner.

Voorstelling: Wereldkerstcircus. Regie: Fredy Knie jr.; spreekstalmeester: Peter van Lindonk; orkest o.l.v. Martin Aeby. Met 12 acts van internationale circusgroepen/artisten. Gezien: 19/12, Amsterdam, Carré. Aldaar t/m 9 jan.