De dode bomen regeling

Romantici onder u moeten hooguit de eerste alinea lezen.

Geen boom is zo mooi als een dode boom. Een bewoonde dode boom. In een jong, maar aangeplant bos zie je nu juist in die ene dode beuk of eik het nieuwe leven verschijnen. Schimmels, mossen paddestoelen, en op allerlei manieren hakkende en borende insecten. Spechten maken hun opwachting. Je ziet dat boommarters in zo'n uitgeholde boom hun jongen grootbrengen. Ze nemen graag een oude broedplaats van zwarte spechten over, het liefst met eigenaar die ze opeten. Vervolgens neemt een bosuil zijn intrek, of een clubje vleermuizen. Iedereen wil in dode bomen wonen.

Geen kwaad woord dus over dode bomen. Ze vormen bovendien een onderkomen voor romantische gedachten bij mensen. De vorm, de geur, de toevalligheid waardoor zo'n boom is doodgegaan en toch is blijven staan bij het bosbeheer.

Helaas. De dode boom is volwaardig onderdeel geworden van het Nederlands natuurbeheer. Werd vroeger ieder landgoed aangeharkt, gesnoeid en geschoffeld, tegenwoordig houdt men z'n handen liever van de natuur af, heet het. Hooguit geeft men natuurlijke ontwikkelingen een duwtje in de rug.

Soms is dat een behoorlijk hard duwtje. Het besef dat een boom dood op zijn best is, vindt zijn weerslag in de dode-bomenregeling. Iedereen wil nu dode bomen, of moet van de overheid dode bomen hebben. Dus worden er steeds meer bomen dood gemaakt.

Let er in het vervolg eens op. Bij een boom die er pittoresk verdord bij staat in de natuur: hij is geringd. Netjes is er onderaan een reep schors en bast weggehaald, zodat de bovengrondse boom, verstoken van levensappen, wegkwijnt. Het is een langzame en, zou prinses Irene vermoedelijk zeggen, pijnlijke dood. Soms zie je een halsstarrige beuk of eik die wist te overleven ondanks zo'n ring. Dan krijgt hij het volgende jaar een nieuwe ring, want dood moet de boom.

Er worden inmiddels meer bomen dan vogels geringd. Dat heeft te maken met de vergoedingen van staatswege. Voor natuurbos krijg je een vergoeding. Voor eenzelfde oppervlak aan semi-natuurlijk bos krijg je alweer minder, en voor exploitatiebos bijna niets. De eigenaar wil dus graag in de categorie `natuur' vallen en daarin tellen onder meer de dode bomen.

Maar dan begint het geschipper. Menig bosgebied is gemengd; een beetje productie, randjes halve natuur en stukjes echte. Het overzicht van het totaal staat meestal netjes op papier, en op grond daarvan zou je een berekening kunnen maken. Maar de regeling waarmee geëxperimenteerd wordt, steekt anders in elkaar. Als was het op `Het Bureau' verzonnen: er wordt gewerkt met blokken van twee hectaren groot die als zelfstandige eenheid moeten scoren op de natuurschaal. Per blok wordt bekeken of je voldoet. Een landgoed dat als geheel veel afwisseling kent met natuurlijke elementen, kan door die aanpak met apart beziene twee hectare-blokken, opeens weer heel anders scoren. ,,Vroeger viel je veel makkelijker in de prijzen'', vertelt een eigenaresse van zo'n gemengd landgoed.

En de dode-bomenregeling speelt hier weer al even lastig doorheen. Het minimum aantal dode bomen per blok mag weer niet te dicht op elkaar staan – dat is te makkelijk. Op de Veluwe voldeed een stukje bos niet. Netjes had men drie bomen het leven ontnomen. Maar die stonden te dicht bij elkaar. Dan tellen ze niet. En een luxueus teveel aan dode bomen in één blok mag je voor de telling niet overhevelen naar de belendende hectaren, vindt de natuurambtenaar. De dode-bomenbewoners, zoals boommarters en spechten, zijn veel ruimhartiger over de scheiding van hun woon- en werkgebied.

Niet alleen de blokken zelf bezorgen menige boswachter hoofdpijn. De grote vraag is: hoe gaat de matrijs met die blokken gelegd worden bij de telling? Dat bepaalt de beheerder niet zelf, maar wordt ook op Het Bureau verzonnen. En daar hangt nogal wat vanaf. Afhankelijk van die ligging moeten er misschien nog wel wat extra bomen geringd. Er heerst dus onrust in bomenland.

En er zijn nog meer mogelijkheden om bomen te doden. De werkgroep `Storm over Nederland', ringde tot voor kort niet alleen bomen, maar trok ze ook met man en macht scheef, vaak met een lier. Zo kregen al te net ogende bossen een wat spontaner aanzien. Je hoort de laatste tijd weinig meer over die bezigheid – vermoedelijk omdat de overheid inmiddels zulke sluitende regelingen maakt. Het wachten is op een aanvullende regeling over gewenste en vereiste scheefstand onder bomen. Met aantallen en hellingspercentages. Ook moet er wat mij betreft minstens één boom per hectare plat op de grond liggen, met aparte scoringscategorieën voor mate van ontschorsing.

De cultuuromslag wat betreft de omgang met de natuur is indrukwekkend. Voor bosbeheerders van een vorige generatie, die bestraft werden als ze hun bos niet netjes genoeg bijhielden, is het nauwelijks meer te volgen. Voor de spechten, holenduiven en boommarters is de regeling wel heel prettig. Toch schudden ze soms het hoofd over de ontwikkelingen. ,,Zo heb je niets, dan weer zoveel. Het is zo onrustig wónen in Nederland.''