Zuiver

Ik slaap in een etnisch zuivere stad, niet ver van de Servische grens. Van de 17.000 moslims uit 1991 zijn er minder dan 1.000 over. Op de plaats van de grootste moskee is nu een parkeerplaats met grind en vuilnisbakken. Moskee II: hier is een kerk in aanbouw. Moskee III: Jamia Pero bouwde er direct een pannenwinkel, die handige boef. Moskee IV: een marktplein met roestige stalletjes. De kinderen weten al niet meer dat hier ooit vier moskeeën waren.

,,De oorlog kwam op 31 maart 1992'', vertelt mijn gids. ,,Om twee uur 's middags kwam ik thuis, niks aan de hand. Om half vijf zat de tuin vol Servische sluipschutters.'' Op 9 maart 1993 werden de moskeeën opgeblazen. In de zomer van 1994 werd bij alle moslims de telefoon afgesloten. In september werden ze gedeporteerd. Hun huizen werden weer in beslag genomen door Servische vluchtelingen uit moslim-streken, in de massale, wederzijdse ontworteling van dit land.

Langs de straten wordt verdiend. `Bobar' staat overal, op het tankstation, de bank, de makelaar, een pittig vignet met de duim omhoog. Het is het ruige, vroege roofkapitalisme dat Karl Marx al beschreef. Bobar startte met een flinke greep in de kas van de Bosnische ANWB-in-ontbinding. Nekovic is er net zo een, begonnen met het stelen van militaire brandstof. Overal klinkt de nieuwste hit van folkzangeres Ceca, de vrouw van oorlogsmisdadiger Arkan.

Ik bezoek het kerkhof. Tweederde van de graven dateert van na 1992, een vlakte vol fonkelend nieuw marmer. Een jongen staat manshoog op zijn grafsteen geportretteerd, een machinegeweer om de nek, knallend de hemel in.