Vrijen als proefpersoon

`In de herfst van 1991 nam Pek contact op met mijn partner Jupp. Als hij dat doet heeft hij meestal iets bijzonders. Het ging erom om met een modern scan-apparaat zichtbaar te maken hoe het er nu echt uitziet als een man en een vrouw met elkaar vrijen. Het was voorzover bekend nooit eerder gedaan en wie weet wat er voor onvoorziene, nooit gedachte beelden te voorschijn zouden komen. Los daarvan zou het ook heel mooi zijn om zoiets in beeld te brengen. Pek had gesuggereerd dat dat nou net iets voor ons was, omdat we slank zijn, en vanwege onze achtergrond als acrobaten.

In het voorjaar van 1992 zaten we in de trein naar Groningen, met een blocnootje op de knieën om onze voorwaarden te formuleren. We wilden niet alleen `proefpersoon' zijn, maar inspraak hebben op wat er met eventuele opnamen ging gebeuren. Mijn achtergrond in de vrouwenbeweging geeft me niet veel aanleiding om bij voorbaat vertrouwen te hebben in medemenselijk gevoel van medici, met name specialisten. En opnames van vrijen kunnen, zoals een ieder weet, voor doeleinden worden gebruikt waarvoor ik me niet graag zou lenen. Na de eerste gesprekken met Weijmar Schultz en de andere `heren medici' ontstaat al snel een goede sfeer. Een deel van mijn gewapendheid verdwijnt door de nuchterheid en de humoristische ondertoon van de conversatie. We mogen elkaar wel, geloof ik, en dat is eigenlijk de eerste voorwaarde voor verdere samenwerking.

Vanuit de controlekamer heb je door een raam zicht op de grote witte ruimte waar het MRI-apparaat opgesteld staat. In het midden van de enorme koektrommmel zit een buis, waar via een sledebed mensen in- en uitgeschoven kunnen worden. De buis is zo'n 60 centimeter breed en op het hoogste punt nog geen 35 centimeter hoog. Ietwat bevangen door de aanblik houd ik mijn gedachte maar voor me dat we daar waarschijnlijk nooit in kunnen. We spreken af dat we het in ieder geval wel zullen proberen.

Na enig geschuif met data, werd 24 oktober 1992 vastgesteld als DE DAG. Ik maakte me, nu het echt ging gebeuren, ook wel weer zorgen over de gevolgen. Wat zouden collega's zeggen? En buren, vrienden, familie? Een instemmend `Net iets voor jullie!' of toch: `Hoe krijg je het in je hoofd je voor zoiets te lenen?' Maar de meeste en belangrijkste gedachten voorafgaand aan het gebeuren waren toch over onszelf: hoe zal het zijn in zo'n steriele witte buis? Zouden we de omgeving kunnen uitschakelen en er met ons tweeën gewoon iets van kunnen maken? Zo'n buis in te moeten vereist een erg groot vertrouwen in wat je met elkaar doet en hoe je het doet. Wat doen we als een van ons geen enkele seksuele opwinding kan opbrengen `in dat ding'? Hoe helpen we elkaar om te doen waarvoor we gekomen zijn? Zou er op de een of andere manier een knop of zoiets zijn, waarmee je de afgesloten controlekamer kunt bereiken? Zouden we trouwens zo ongeveer vastzitten in die buis of toch nog enige `speel'ruimte hebben?

Willebrord [Weijmar Schultz, red.] stond ons in de hal op te wachten. Het MRI-gebouw was alleen voor ons toegankelijk. Het was aangenaam samenzweerderig, zoals we daar door die lege ruimten liepen. Eduard [Mooyaart red.] heeft de apparatuur ingesteld. Het raam tussen koektrommel en controlepaneel is met grote blauwe lappen afgeplakt. Maar hoe begint men aan zoiets? Opnieuw, zoals het eerste gesprek met Willebrord, met koetjes en kalfjes. Pek stelt vragen en vertelt over een artikel dat hij erover gaat schrijven. Nòg een kopje koffie en dan zeg ik `Jupp, zullen we maar eens...' Iedereen komt in actie: we bekijken, passen en plassen. Opeens word ik me er van bewust dat dit toch wel een rare positie is: als enige vrouw tussen vier mannen, op het punt staand om met mijn geliefde intiem te worden in dat apparaat, terwijl de drie andere heren in de ruimte ernaast allerlei ingewikkelde apparatuur bedienen om onze binnenkant op de gevoelige plaat vast te leggen.

We kleden ons uit, gaan op het sledebed liggen en worden door Eduard naar binnen geschoven: we liggen op onze zij en kijken elkaar aan. Dat is de houding waartoe we hebben besloten en die het dichtst in de buurt komt van wat de heren fotografen hadden verwacht: op elkaar, mannetje boven, vrouwtje onder... Het idee om zo opeengepakt op elkaar te liggen verwerpen we in ieder geval, veel te zwaar en bovendien een houding die voor mij nauwelijks tot enige opwinding kan leiden.

In de buis is het nauw – wat viel er anders te verwachten – maar het gààt. Ik kan nog nèt mijn linkerhand daarheen manoeuvreren waar ik haar wil en boven ons begint het gestamp van de magneten. Dan een tijdje niets. Door de ruimte beperkt maken we ervan wat er van te maken valt en dat is niet eens zo ongezellig. Op een bepaald moment klinkt door de microfoon, dat `de erectie geheel zichtbaar is, met wortel en al.' Dan weer een tijdje niets. We melden de controlekamer toch maar dat ze de microfoon open moeten laten staan, omdat we anders niet weten hoe of wat. De eerste opnamen worden gemaakt: `nu even héél stil blijven liggen en de adem inhouden gedurende de opname!' Veertig ritmische bonkjes van de magneten boven ons en dan mag je uitademen. We giechelen wat af, omdat opwinding, welke dan ook, met als meest zichtbare de erectie, nu eenmaal pijlsnel daalt als je secondenlang je adem moet inhouden.....en dan weer verder. Het wordt gezellig warm in de buis en we slagen er warempel in om van tijd tot tijd vertrouwd van elkaar te genieten. Als de microfoon gemeld heeft dat we klaar mogen komen – voor zover mogelijk – en we dat alleen even moeten laten weten in verband met de foto, barsten we in schaterlachen uit en doen even later wat de bedoeling is. Gniffelend blijven we nog even liggen voor we aankondigen dat we er nu graag weer uit zouden willen. Als een paar broodjes die uit de oven geschoven worden komen we naar buiten.

Enthousiasme alom, het is gelukt en snel kleden we ons aan om in de controlekamer de opnamen te gaan bekijken. Natuurlijk is een aantal zeer wazig, want bewogen. Maar een paar andere zijn van een wonderlijke schoonheid: dat zijn wij nou! Niet bepaald een pasfoto voor regelmatig gebruik, maar wel een opname die zoveel laat zien, dat ik er stil van word. Daar zit mijn baarmoeder en jawel, daar zit Jupp, natuurlijk op een manier zoals ik uit eigen gevoel ken: onder de baarmoedermond. Haarscherp zijn alle details zichtbaar van ons beider binnenkanten tot en met de gemeenschappelijke grens tussen onze beide buiken. Pas twee dagen later voel ik een soort trots: we hebben het toch maar gedaan en het is nog gelukt ook!''