Column

Snifcity

Vorige zomer las ik aan mijn kinderen Alleen op de wereld voor. Iedere avond, voor het slapen, deed ik een paar hoofdstukken. In eerste instantie was ik bang dat het boek erg ouderwets zou zijn, maar het tegendeel bleek het geval. Zelden heb ik ze zo aan mijn lippen zien hangen en hoe zieliger het werd, hoe mooier ze het vonden. Vooral de dood van Vitalis maakte een onuitwisbare indruk. De kinderzieltjes werden diep getroffen. Mijn zoontje vocht tegen zijn tranen, maar verloor en zijn twee jaar oudere zusje verklaarde om de drie minuten dat ze niet hoefde te huilen. Ze knipperde heel hard met haar glinsterende ogen. Ik merkte dat het mijzelf ook weer ontroerde en wat ik vooral zo aardig vond: er zit zo lekker veel leed in. Iedereen van wie Remy houdt gaat dood of laat hem in de steek. Heerlijk. En het rondreizende circus spreekt natuurlijk tot ieders verbeelding. Vette romantiek. Dat wil iedereen toch. Meereizen met een kleine troep komedianten. Volgens mij zitten hele afdelingen van suffe banken en saaie verzekeringsmaatschappijen massaal te dagdromen over een tournee met een rondreizend circus. Wie wil nou zijn leven slijten in een zakenbunker in Amsterdam Zuid-Oost?

Zelf koester ik al jaren het plan om een keer een zomer met een circustent door Nederland te gaan reizen. Een echte tent en prachtige pipowagens, mijn vrouw in de kassa en mijn kinderen moeten de kaartjes scheuren. Na de voorstelling stoken we met alle medewerkers een vuurtje en vertellen we elkaar sterke verhalen. Ik kijk altijd jaloers naar De Parade, ga iedere vakantie naar het kleine Wiener Circusje dat langs de Belgische kust trekt en als ik morgen een baantje kan krijgen bij mijn favoriete Cirque Plume, dan doe ik het. Helemaal voor niks. Dit Franse circus is eigenlijk het beste voorbeeld en duizend keer leuker dan het veel te kille en perfecte Cirque du Soleil. Daar ben ik een keer naar toe geweest, vond het allemaal razend knap wat ze deden, maar het zei me helemaal niks. Ik vond het vooral aanstellerij.

Ik lach ontzettend graag, maar eigenlijk vind ik huilen nog lekkerder. Wat dat betreft kwam ik afgelopen zondag volledig aan mijn trekken. Met de hele familie zijn we in het Amsterdamse City-theater naar het oer-Hollandse Kruimeltje geweest. Wat een heerlijk tranenfeest. Onbekommerd heb ik ze de hele film laten stromen. Geklemd tussen vrouw en zoon liet ik mijn tranen de vrije loop. Wat een heerlijke kinderfilm en wat kan je er schaamteloos om sniffen. Kruimeltje en zijn hond Moor. De aardige Wilkes, de verstandige inspecteur, de gluiperige Buikie en de chagrijnige vrouw Koster. Zelden heb ik iemand zo krakkemikkig zien sterven, maar het was heerlijk. Iedereen moet naar deze film en als je kinderen hebt is dat een heel goed alibi. Alleen al om de prachtrol van de oude Kraaykamp als hondenbewaker en de scene waarin Kruimeltje alle honden bevrijd, moet je er naar toe. Vorig jaar vermaakten we ons kostelijk bij Abeltje, maar die was me toch een beetje te snel gemonteerd. Bij Kruimeltje is het tegendeel het geval. Heerlijk langzaam glij je de film in en voor je het weet zit je er echt middenin. Sommige rollen kloppen niet helemaal, veel dialogen zijn vooral qua taalgebruik en intonatie een beetje oubollig, niet alle rollen zijn top, maar je voelt de liefde en vooral de zorgvuldigheid waarmee de film gemaakt is. Mijn zoontje keek opzij naar zijn vader, zag dat mijn ogen glinsterden, vocht nog even door heel stoer naar boven te kijken, maar ging toen los! Ik keek opzij en zag ook mijn vrouw hartstochtelijk glimmen. Achter mij werden neuzen gesnoten, voor mij gingen de Tempootjes rond en naarmate de film vorderde werd het gesnif steeds erger.

Gelukkig doolde de werkelijkheid ook nog gewoon door de bioscoop. Juist op het moment dat de prachtmoeder van Kruimeltje ontdekt dat ze haar eigen zoon bijna heeft doodgereden, ging er achter mij een mobiele telefoon af. Lang en hard. Even overwoog ik een rituele moord, maar zag daar toch maar weer vanaf.