Regie van het toeval

In de sterk georganiseerde samenleving gebeurt zelden iets dat echt onverwacht is', meldde de Volkskrant. Een mooie zin, geschreven door Edie Peters, bij een foto in de reeks `Wereldfoto's'. Deze toont wat toeval kan betekenen. Twee bouwvakkers, aan het werk op een hogere verdieping, zien een jonge vrouw voorbij komen, rechtstandig vallend, de haren horizontaal omhoog. Het blijkt een mislukte stunt te zijn. Ze had zich moeten laten zakken, vastgebeten in – ik denk een stuk leer, het staat er niet bij – aan een kabel, maar `op een gegeven moment hield ze het niet meer' en viel twaalf meter. Het is nog betrekkelijk goed afgelopen. De foto laat de bouwvakkers zien in de flits van hun maximale verbijstering.

Het toeval is hier het product van ontelbare factoren. Ik noem het reclamebrein dat deze krankzinnige stunt heeft bedacht; de eerzucht van de stuntvrouw die groter was dan de kracht van haar kaakspieren; de omstandigheden die de fotograaf op de plaats van het ongeluk hebben gebracht; de andere omstandigheden waardoor de arbeiders juist daar aan het werk waren; het feit dat juist op dit moment de zon scheen; enzovoort.

Mij gaat het om deze zin, meer een uitspraak, een statement. Ik ben het er niet mee eens. Natuurlijk, je kunt dat in een fotobijschrift niet uitvoerig verklaren, maar ik denk dat in deze samenleving juist de behoefte om alles sterk te organiseren er de oorzaak van is dat er meer dan vroeger onverwachte dingen gebeuren. Want hoe meer organisatie, hoe groter de kans dat het misloopt. Zo is het nu eenmaal; dat is het menselijk tekort. `Ja, mach nur einen Plan, sei nur ein grosses Licht, und mach dann noch ein'n zweiten Plan, gehen tun sie Beide nicht!' (Brecht).

En nu komt het ingewikkelde. In deze tijd proberen de mensen niet alleen alles zo goed mogelijk te organiseren; ze scheppen er bovendien luidruchtiger dan ooit over op. Dat heeft twee effecten. Wat altijd en eeuwig gesmeerd loopt, wordt vervelend. Wie telkens met hetzelfde kabaal over eigen prestaties de anderen lastig valt, wordt ook vervelend. Daardoor ontstaat tweemaal het verlangen, zelfs de hoop, dat er eens iets goed mis zal lopen. Op de vrije markt wordt aan iedere behoefte tegemoetgekomen om er geld uit te slaan. Er ontstaan organisaties, beroepen tot exploitatie van het onverwachte. Om te beginnen de krant en de journalistiek; uiteindelijk het `infotainment' van de reality-tv.

Maar dat is, in deze veeleisende tijd, niet voldoende. Daarom organiseren we evenementen die het risico in zich dragen dat er zoveel mogelijk op een zo opzienbarend mogelijke manier mis zal lopen. In het vooruitzicht op het niet beoogd kabaal nemen we de maatregelen die alles wat we tot nu toe in dit genre hebben beleefd, overtreffen. Ik noem de aanstaande wereldkampioenschappen voetbal, met het in stijgende opwinding verbeide hoogtepunt, de wedstrijd Duitsland-Engeland in Charleroi, waardoor dit stadje voor het eerst sinds het begin van de Eerste Wereldoorlog weer grondig zal worden verbouwd.

Als de hooligans zich verder blijven mobiliseren, zal, zoals het er nu uitziet, de NAVO moeten ingrijpen. Is dat `echt onverwacht' of ingebouwd, georganiseerd onverwacht? Wat het televisiejournaal en de persfotografen dan zullen vastleggen, valt nu wel te voorspellen. Toch is het nieuws. De organisatie heeft ondanks alle inspanningen het loodje gelegd. Velen hadden erop gehoopt, velen zullen er schande van spreken.

Ik wil niet de moralist uithangen; ik kom terug op de foto in de Volkskrant, de foto van een mislukte stunt. Als ik het voor het kiezen zou hebben, zou ik een andere nemen, waarbij de fotograaf door het toeval werd geholpen. Deze vertoont een plechtigheid. Een groep meisjespadvinders staat naar een toespraak te luisteren, rug naar de camera. In het midden de twee leidsters, geflankeerd door de welpen, die bij de meisjes, geloof ik, `kabouters' worden genoemd. Hoe verzin je het. Een kabouter, in het vooraanzicht nog altijd haar plechtige houding bewarend, slaagt erin, met haar rechtervoet een schop tegen het achterste van een van de leidsters te geven. Op dit ogenblik is de foto genomen.

Op deze foto zien we de revolutie puur. Deze verzetskabouter heeft met haar voetbeweging – niet hard, eerder humanitair – het plechtig gedoe van de organisatie onderuitgehaald (om een voetbalterm te gebruiken). Het is een bevrijding, en een gelukkig toeval dat de fotograaf, anoniem gebleven, zijn tegenwoordigheid van geest bewaarde. Of zou, denk je in deze tijd van sterke organisatie, het tafereel geregisseerd zijn? Bederf de illusie niet.