Ouderlijke (On)macht

In het artikel `Ouderlijke onmacht' van Joke Mat (Z 11 dec.) over de controverse tussen de ouders van de ernstig zieke Nicole en de behandelende artsen, is sprake van een merkwaardig woordgebruik bij de woordvoerders van het betreffende ziekenhuis en bij een hoogleraar gezondheidszorgrecht. Zij spreken over de `wens' van de ouders die strijdig zou zijn met `de zorg van een goed hulpverlener'. Deze woordkeuze maakt indirect duidelijk dat het morele gelijk bij de medici ligt. Hùn bekommernis is altruïstisch en hùn zorg gaat uit naar het kind. De wens van de ouders is `herkenbaar' en `invoelbaar', maar in wezen egocentrisch.

De toenmalige wens van de ouders om de behandeling van Nicole te staken werd echter ingegeven door zorg van een andere orde dan overleven-tot-elke-prijs, namelijk zorg om Nicole als persoon. Dat soort zorg schrijf je met een hoofdletter Z.

,,Ouders kunnen niet zomaar alles doen met hun kind'', zei de hoogleraar ook nog. Medici wèl? Zorg die puur medisch gezien verantwoord is, kan er vanuit de invalshoek van de ouders toch onverantwoord uitzien. Dat medische zorgvuldigheid en de Zorg van ouders echter niet haaks op elkaar hoeven te staan, demonstreerde een week eerder de kinderarts Richard de Leeuw, in het artikel `Doen of laten' (Z 4 dec.), waarin hij over ouders sprak die de behandeling van hun pasgeboren, zwaar gehandicapte kind wilden beëindigen. Hij zei: ,,Mensen die doordenken, die niet bij voorbaat aannemen dat alles wat een arts zegt goed is. Ze wilden dat we ophielden met de behandeling en hun kind zouden helpen om te overlijden.(...).'' Het ging over grenzen van medisch verantwoord handelen en over de eindverantwoordelijkheid van ouders.