O la lá (2)

Eindelijk, na lang aandringen, is madame Dalmont bereid mij het verhaal te vertellen over het grote huis beneden in het dal, bij de tweesprong aan de weg naar Cussy. Tot nog toe zei ze alleen maar: ,,Dat huis, o la lá''.

Stokoud is ze, maar helder van geest. We zitten in het centrale woonvertrek van haar oude boerderij boven op de heuvel. Buiten rammelt de wind aan de luiken, binnen laaien de vlammen hoog op in de foyer (haard). Ze zit aan het hoofd van een lange tafel; zij vertelt en ik noteer:

,,Het verhaal is me verteld door mijn zuster. Het speelt in de tijd toen ik zelf nog heel jong was. En ik ben al negentig, voyons (moet u begrijpen). Er heerste toen een schrijnende armoede in de streek; een armoede waar u geen voorstelling van heeft. Ik zelf ook niet trouwens. Aucune idée...

Het huis daar beneden was toen een herberg gedreven door een echtpaar, Lucie en Jean-Pierre Durand, beiden geliefd in de streek. Jean-Pierre stond in de keuken, Lucie ontving de gasten.

Er kwam nog wel eens een reiziger op doorreis, om hier hout te bestellen of wijn in de Côtes de Beaune of Nuits Saint Georges. Nu moet u weten dat de mannen in die dagen 's ochtends vroeg de bossen in trokken om bomen te vellen waarvan de stammen ontschorst werden en in vlotten afgedreven over de rivieren, een riskant werk. Nog staan er borden hier in de Morvan bij de plaatsen waar de `flotteurs' het hout heen brachten. De vrouwen verzamelden zich in de herberg, om Lucie te helpen. In de herberg brandde altijd vuur; het was de enige plaats waar nog geld omging.

Aan de andere kant van de tweesprong stopte de diligence. De vrouwen zaten bijeen in de gelagkamer en wachtten gespannen de komst van de diligence af. Want die bracht de reizigers en die kwamen uit de andere wereld, de wereld van de dromen, van weelde, van geld en comfort. En van fooien die zij soms gaven. Eh oui (ach, ja), het was een andere tijd, monsieur. De ogen van de vrouwen waren gericht op de klink van de deur... Daar ineens ging de deur open en tegelijk met een windvlaag kwam een reiziger binnen, nat en verkleumd, dat kon je zien... Maar, o, wat droeg hij een mooie jas. Lucie nam zijn brede flambard aan en hing hem aan de kapstok om te drogen. De vreemdeling zette zijn valies neer. Hij bestelde een Dubonnet en bleef staan bij de toog. Of er een kamer was voor de nacht, vroeg hij. Jazeker, meneer, u zult moe zijn en koud. Lucie gaf hem de sleutel van kamer zeven op de verdieping. ,,Wij komen zo dadelijk het bed opmaken, meneer'', voegde zij er aan toe.

De vreemdeling nam zijn valies en ging de trap op naar zijn kamer. Lucie gaf aan Margot de sleutel van de linnenkamer en vroeg: ,,Margot, wil jij onze gast even het beddengoed brengen en het bed opmaken?'' Margot nam de sleutel en stond op om naar de linnenkamer te gaan. De ogen van de vrouwen volgden haar toen ze even later ook de trap opliep. Jaloerse blikken volgden haar. Want Margot, met dat lange glanzende haar opgestoken, was jong en mooi...

Er ging een uur voorbij. Om twaalf uur kwam Jean-Pierre met een grote ketel soep die boven het vuur werd gehangen. Lucie deelde kommen uit en brak enkele stokbroden in stukken die ze ronddeelde. De vrouwen zetten zich aan tafel en praatten verder. De stemming steeg. Tot het moment waarop ineens Margot de trap weer af kwam. Lucie nam haar snel mee naar achteren om te helpen haar haar weer op te steken. Het was nu stil geworden. Ogen kleefden aan Margot toen zij zich weer bij hen voegde. Hoe was hij, die vreemdeling? Zou hij blijven? ,,Nee'', zei Margot, ,,hij is gekomen om hout te bestellen in Lucenay''. En verder? Had zij verteld hoe het is met een kachel zonder hout? En een lege broodmand? En van haar zieke kind? En was hij gul geweest? Margot glimlachte en keek naar de rode plavuizen op de vloer. Maar zweeg. En boven lag de vreemdeling warm toegedekt en tevreden te slapen...

De volgende ochtend ontdekten omwonenden tot hun verbazing dat er een rookpluim opsteeg uit de schoorsteen van het huisje van Margot. En er kwamen meer vreemdelingen naar Cussy en ook andere schoorstenen begonnen te roken. Men noemde die tijd `La Belle Epoque' (de mooie tijd).''

Dit is de laatste aflevering van de serie Village.