Lente in Kosovo

Op 24 maart van dit jaar gaf de secretaris-generaal van de navo, Javier Solana, het sein voor de aanval op Joegoslavië. Voor het eerst in zijn geschiedenis was het bondgenootschap in oorlog. Pas na 78 dagen bombarderen gaf Milobetaevic toe. Hoe kon het Westen zich zo verkijken op het verloop van de militaire confrontatie? Waarom was niemand voorbereid op de honderdduizenden vluchtelingen? Stuurde de navo tijdens het vredesoverleg in Rambouil-let al aan op een militaire confrontatie? Was de oorlog eerder beslecht als meteen met grondtroepen was gedreigd? En waardoor bond Milobetaevic uiteindelijk in?

M brengt een reconstructie van de humanitaire interventie die een echte oorlog werd, waardoor de navo bijna uiteenviel.

NRC Handelsblad sprak met hoofd- en bijrolspelers in het conflict, met onderhandelaars, daders en slachtoffers, en reconstrueert in Lente in Kosovo (blz. 10) het politiek-diplomatieke steekspel rond de oorlog.

In De rechter, de slager en de griffier (blz. 34) beschrijft Petra de Koning tot in de kleinste details de gebeurtenissen in de stad Pec , die het meest onder de oorlog te lijden heeft gehad. Janine Schrijver reisde dit najaar door Kosovo en fotografeerde de weder-opbouw. De Servische politiek commentator Stojan Cerovic en de Albanese hoofdredacteur Veton Surroi geven hun totaal verschillende visie op de oorlog. (blz. 32 en 33).

Hoe werkt oorlog? n Toen de navo de oorlog om Kosovo begon, wist ze niet waar ze zich in stortte. Na afloop heerste opluchting dat de navo had gewonnen en bijeen was gebleven. Maar Kosovo en Joegoslavië dragen nog lang de littekens van deze 'humanitaire interventie'.

Het Franse kasteel van Rambouillet, verscholen in een lommerrijk park, is in februari van dit jaar het toneel van de meest bizarre bijeenkomst uit zijn geschiedenis. In een laatste poging een oorlog om Kosovo te voorkomen, brengt de internationale gemeenschap hier op 6 fe-bruari twee delegaties bijeen die geen van beide vrede willen.

De derde etage van het slot wordt toe-gewezen aan het gesloten Servische front onder leiding van de jurist Ratko Markovic . Op de tweede etage vechten de verdeelde Kosovaarse Albanezen hun onderlinge vetes uit. In een bijgebouw zetelt de trojka van de Verenigde Staten, de Europese Unie en Rusland, die verwoed probeert de handtekeningen van de kemphanen onder een akkoord te krijgen dat de status van de provincie Kosovo naar ieders tevredenheid moet regelen. Westerse onmacht, Servische onbuigzaamheid, Albanese onervarenheid. Een hopeloze opdracht.

Na 27 dagen getreiter, getraineer, geheime pendeldiplomatie en druk mobiel telefoonverkeer trekt de trojka de Kosovaren over de streep met de plechtige belofte dat de navo zal bombarderen als Servië niet tekent. De navo houdt woord, maar de Kosovaren ontdekken al snel dat er niks te vieren valt.

Op 24 maart struikelt de navo operatie Allied Force binnen, de eerste oorlog in haar vijftigjarige bestaan. Het heet een 'humanitaire interventie', al valt het velen moeilijk dat woord na 78 dagen bombarderen nog zonder ironie uit te spreken.

Toch vormen moordpartijen de motor van het conflict. De 26 leden van de familie Jashari, die op 28 februari 1998 door Servische ordetroepen worden omgebracht in het opstandige Drenica, zetten Kosovo op de politieke agenda. Dan komt de provincie onder leiding van het Kosovo Bevrijdings-leger uck massaal in opstand. Als na een half jaar vechten in oktober honderdduizenden Albanezen zich onder plastic in de bergen verschuilen, stelt de navo Belgrado voor het eerst een ultimatum. Kosovo is een internationaal probleem geworden.

De Amerikaanse diplomaat Richard Hol-brooke koopt tijd door de Joegoslavische president, Slobodan Milobetaevic , het 'akkoord van Belgrado' te ontfutselen. Ongewapende ovse-waarnemers in oranje jeeps moeten een niet-bestaande vrede handhaven. Maar door met luchtaanvallen te dreigen, is de navo de Rubicon overgestoken. Nu moet het Westen het probleem ook oplossen.

In de zachte winter zwellen de gevechten weer aan. Het uck herovert verloren posities. Het vliegwiel van wraak en vergelding blijft draaien, vooralsnog op lage snelheid. 'One village a day keeps nato away', zo om-schrijft secretaris-generaal Javier Solana van de navo de Servische tactiek.

Ovse-waarnemers onderhandelen, waarschuwen, veroordelen. Maar als op 15 januari Servische ordetroepen in Raak 45 Albanese dorpelingen vermoorden, is dat één dorp te veel. De navo stelt een harde eis: Joegoslavië moet een gewapende vredes-macht in Kosovo toelaten. Goedschiks of kwaadschiks, met of zonder een mandaat van de Veiligheidsraad. Als Joegoslavië niet toegeeft, volgen luchtaanvallen.

Haute cuisine

Met die dreiging achter de hand krijgen de diplomaten in Rambouillet een laatste kans. Hier kan men de lessen van de Bosnische dwangdiplomatie in praktijk brengen. In 1995 hebben luchtaanvallen een eind gemaakt aan de oorlog in Bosnië; de Serviërs bleken daarna op de Amerikaanse luchtmachtbasis in Dayton opeens zeer inschikkelijk. Rambouillet moet een 'Europees Dayton' worden. Hermetisch van de buitenwereld afgesloten moeten de partijen in deze diplomatieke snelkookpan binnen twee weken een vredesplan tekenen. Een trojka voert de onderhandelingen: Chris-topher Hill namens de vs, Wolfgang Petritsch namens het Oostenrijkse voorzitterschap van de eu en Boris Majorski namens Rusland. De grote lijnen van het akkoord liggen vast. Kosovo krijgt zelfbestuur, maar blijft binnen Joegoslavië. Om die overgang vreedzaam te laten verlopen, wordt Kosovo tijdelijk een protectoraat, waar een vredesmacht de lakens uitdeelt.

Maar het elegante jachtslot Rambouillet mist de Spartaanse, dreigende sfeer van de luchtmachtbasis in Dayton. Een traiteur brengt dagelijks haute cuisine uit Parijs. De eerste vijf dagen consumeert men 300 flessen rode en 76 flessen witte wijn en acht flessen cognac. De Serviërs vragen om een piano. Dankzij de mobiele telefoon is van een isolement nooit sprake. 'Iedereen zat steeds mensen van buiten te bellen en om advies te vragen', zegt een hoge Amerikaan-se functionaris. 'Tijdens Dayton was de tirannie van de mobiele telefoon nog niet zo wijdverspreid.' Pas op de laatste dag weet Hill de Albanezen zover te krijgen dat ze hun telefoons tot zwijgen brengen. 'Niemand kan jullie op dit moment iets belangrijkers vertellen dan ik', foetert hij.

Op de openingsdag van Rambouillet spreekt de Franse president Chirac de delegaties apart toe: de Serviërs willen niet in één zaal met 'de terroristen' van het uck. Men dineert gescheiden. En zo blijft het: de trojka snelt met stapels documenten trappen op en af. Shuttle-diplomatie met korte reistijden. Slechts één keer zitten de partijen samen in één vertrek, als de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, langskomt. Een half uur lang lezen ze elkaar harde verklaringen voor. Amerikaanse spin doctors presenteren het als een doorbraak. Wel zijn er onderlinge pesterijen. De eerste week houden de Serviërs de Albanezen 's nachts met gezang uit hun slaap. Een correspondent van de Servische krant Politika bedreigt uck-leider Thai als die door de tuin wandelt. Thai wil hem te lijf, wordt gekalmeerd en houdt het bij een woedende persconferentie.

De Serviërs zijn niet van plan te onderhandelen. Milobetaevic is in Belgrado gebleven; echte besluiten worden dus niet in Rambouillet genomen. Tegenover zijn

inner circle staan in Rambouillet de verdeelde Albanezen. De gematigde Kosovaarse schaduw-president Ibrahim Rugova is in een machtsstrijd verwikkeld met het uck van de 29-jarige Hashim Thai. Maar het uck heeft ook interne problemen. Grote afwezige is Adem Demai, de 'Nelson Mandela van Kosovo'. Hij heeft 28 jaar in de cel gezeten wegens separatisme. Omdat het uck uit jongemannen bestaat die vrezen niet voor vol te worden aangezien, hebben ze ouderen als Demai naar voren geschoven. Hij zal zich ontpoppen als een ongeleid projectiel.

De uck'ers komen direct uit de heuvels. Ze zijn onervaren en wantrouwend. Uit angst voor Servische aanslagen weigeren ze ongewapend naar Rambouillet te komen. Dat mag, als ze hun munitie op het vliegveld van Pribetatina inleveren. In de auto van Thai telt een medereiziger vier pistolen en een automatisch geweer. De Fransen blijken niet op de hoogte. Als de uck'er Krasniqi door de metaaldetector loopt, gaat het alarm af. 'Sorry, het zal uw horloge zijn', zegt het personeel. Krasniqi trekt een pistool uit zijn schouderholster. Na enige paniek geven de uck'ers hun wapens af bij de receptie.

Op de eerste dag stellen de Albanezen hun onderlinge verhoudingen vast. 'De Amerikanen hielden ons voor: verdeeldheid naar buiten toe verzwakt jullie positie', vertelt de schrijver Rexhep Qosja. Er wordt een presidium gevormd, bestaande uit Rugova, Thai en Qosja. Thai is de leider. Een aanwezige schetst de sfeer als 'uiterst vijandig'.

Onaangenaam

Het probleem van Rambouillet is simpel. De Albanezen willen beslist een navo-troepenmacht, maar geen politieke regeling die onafhankelijkheid uitsluit. De Serviërs willen een politieke regeling - papier is immers geduldig - maar zeker geen buitenlandse troepenmacht om die ook uit te voeren.

De Servische delegatie probeert de trojka uit elkaar te spelen. Op 14 februari doet de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Albright een poging het ijs te breken door de Serviërs in hun eigen taal toe te zingen. Daarna dreigt ze met luchtaanvallen. Een Servisch delegatielid noemt de ontmoeting 'zeer onaangenaam'. Het eerste schriftelijke commentaar van de Serviërs komt op 16 februari. Het is een compromisloos woud van doorstrepingen en aanvullingen. Die avond erkent de trojka dat het niet naar wens gaat.

De volgende dag reist Christopher Hill af naar Belgrado. De Albanezen protesteren: de afspraak is dat er buiten Rambouillet niet wordt onderhandeld. Hill bezweert de Albanezen dat hij slechts een 'unilaterale boodschap' voor Milobetaevic heeft. In werkelijkheid doet hij zijn uiterste best om de onderhandelingen op gang te krijgen. Hij legt Milobetaevic het hele concept-vredesplan voor. In Rambouillet wordt dat pas een dag later gepresenteerd.

Het vredesplan bevat een onderdeel waarover later grote ophef ontstaat: appendix B van hoofdstuk 7. Hierin staat dat kfor in heel Joegoslavië gebruik mag maken van havens, vliegvelden, wegen en het elektromagnetisch spectrum. kfor-personeel mag niet worden aangehouden of berecht door de Joegoslavische autoriteiten. kfor mag Joegoslaven arresteren en overdragen aan 'geëigende autoriteiten'. De Serviërs zien dat als een bezettingsplan. 'Geen enkele regering had zoiets geaccepteerd', zegt de Servische diplomaat Milisjav Paic later.

Appendix B duikt inmiddels regelmatig op als de 'verborgen clausule van Ram-bouillet'. Wilde de navo Joegoslavië bezetten? Of was het een bewuste poging de lat te hoog te leggen voor Joegoslavië, zodat er gebombardeerd kon worden?

Het is veel simpeler, denkt de Ameri-kaanse analist Ivo Daalder. Die Appendix B is overgenomen van een verdrag dat in 1995 met Kroatië is gesloten om troepen van de vredesmacht ifor ongehinderde doorgang naar Bosnië te verlenen.

Daalder: 'De militairen wilden hun troepen liever naar Kosovo aanvoeren via Hongarije dan via Albanië.' Had Milobetaevic onderhandeld, dan had de navo dit deel zonder moeite weggegeven, zegt een hoge Amerikaanse diplomaat. 'Onze positie was flexibel. Denkt u werkelijk dat we zo graag wilden bombarderen?'

Milobetaevic valt onmiddellijk over appendix B. 'Dit is onacceptabel, onmogelijk', zegt hij. Hill houdt Milobetaevic zijn pen voor. 'Streep dan aan wat wel acceptabel is.' Een medewerker fluistert: 'Hill wil onderhandelen'. Maar Milobetaevic laat Hills pen in de lucht hangen.

Als de deelnemers aan Rambouillet de volgende dag het volledige vredesplan te zien krijgen, weigert de Servische delegatie het in ontvangst te nemen. Op 19 februari vertrekt Hill opnieuw naar Belgrado. Milobetaevic heeft geen tijd voor hem.

Garanties

Inmiddels komen ook uit de andere hoek problemen. uck-leider Thai vermoedt dat Hill in Belgrado verregaande concessies heeft gedaan. Bovendien stookt Demai de uck-commandanten in Kosovo tegen hem op. Thai verkwanselt onze onafhankelijkheid, zegt de oude nationalist. Het lukt Thai niet zijn obstinate 'politieke leider' tijdens een geheim gesprek in Slovenië in het gareel te krijgen.

Hill zet Thai onder druk. 'Als u niet tekent, zal er nooit meer een navo zijn om u te helpen', dreigt hij. Thai eist garanties dat de navo echt bombardeert als de Serviërs niet tekenen en hij wil een gesprek met de opperbevelhebber van de navo, Wesley Clark. Thai en Clark ontmoeten elkaar op een militair vliegveld tussen Parijs en Rambouillet. Clark bevestigt dat de navo zal ingrijpen, maar Thai blijft twijfelen.

Voor de navo is dat een groot probleem. De deadline nadert en de Servische delegatie geeft niet toe. De navo-leiders dreigen bijna dagelijks met luchtaanvallen. Maar Milobetaevic speculeert erop dat dit slechts bluf is zolang de Albanezen niet tekenen.

Op zondag 20 februari wordt de deadline drie dagen opgeschoven. Albright probeert Thai op andere gedachten te brengen en belt Demai, die botweg de hoorn op de haak gooit. Binnen de Albanese delegatie staat Thai nu vrijwel alleen: ook andere uck'ers willen tekenen. De Albanese schrijver Ismail Kadare probeert hen op 22 februari met een brief over de streep te trekken. Binnen de Albanese delegatie lopen de emoties hoog op. 'Ik was razend', vertelt delegatielid Edita Tahiri achteraf. 'Dit was het maximaal haalbare. De grootmachten hielden zich dag en nacht met ons bezig. Wilde Thai soms wachten tot Clinton zelf kwam smeken of hij tekende?'

De onderhandelaars weten Thai zover te krijgen dat hij toezegt het akkoord in principe te steunen. Hij krijgt twee weken de tijd om zijn achterban in Kosovo te overtuigen. Daar stelt hij orde op zaken en ontslaat Demai. De Serviërs schrijven van hun kant royaal dat 'belangrijke vooruitgang' is geboekt. Zo lijkt Rambouillet niet totaal mislukt. Maar kostbare tijd gaat verloren.

Concentraties

De diplomatie concentreert zich tijdens dit uitstel op Belgrado. Holbrooke bereikt opnieuw niets bij Milobetaevic . De Joegosla-vische president benut de tijd juist om zich voor te bereiden op de oorlog.

Ovse-waarnemers in Kosovo melden op 19 februari al 'ongewoon zware concentraties tanks en artillerie ten noorden van Kosovo'. In Kosovo kruipt de oorlog de steden binnen, met bomaanslagen en moordpartijen in cafés. De politie bewapent Servische boeren. Medio maart heeft Milobetaevic 27.000 soldaten en politiemannen in Kosovo, plus 15.000 man langs de grenzen.

Op 21 februari hoort het navo-hoofdkwartier shape voor het eerst van een strijdplan om met het uck af te rekenen: 'operatie Hoefijzer'. Hieraan wordt al sinds de herfst van 1998 gewerkt, wanneer Milobetaevic beseft dat een confrontatie met de navo onvermijdelijk is. Hij verstevigt dan zijn samenwerking met de ultra-nationalisten van vice-premier Vojislav Iebetaelj, stelt perscensuur in en hij bestookt het volk via de staatstelevisie met oorlogszuchtige videoclips. Milobetaevic moet tegenstand overwinnen. De goed ingevoerde hoofdredacteur Slavko Curuvija van de krant Dnevni Telegraf zegt in oktober 1998 dat zijn leven gevaar loopt. Milobetaevic denkt dat Curuvija deel uitmaakt van een samenzwering van gematigden: een kongsi van de pro-westerse president Djukanovic van de Joegoslavische deelrepubliek Montenegro, de spionnenbaas Stanibetaic en legeraanvoerder Momc ilo Peribetaic.

Begin 1998 heeft Peribetaic gepleit voor toenadering tot de navo. Hij ziet de Westerse Balkan-politiek in Koude Oorlog-termen. De navo rukt op naar het Oosten om controle te krijgen over de olievelden rond de Kaspische Zee, zegt Peribetaic tegen deze krant. Obstakel Joegoslavië is gesloopt door de Slovenen, de Kroaten en de Bosniërs los te weken. Milobetaevic maakt een cruciale fout door zich voor deze stoomwals op te stellen, denkt Peribetaic . Dat gaat hem ook Kosovo kosten. Maar als Servië de navo gehoorzaamt, mag het het Kosovo-probleem zelf oplossen, zoals Turkije zijn Koerdische kwestie.

Als de navo-generaals Clark en Nau-mann in oktober Belgrado bezoeken, fluistert Peribetaic hen nog een waarschuwing toe. Zet ons niet te veel onder druk, want het leger is het laatste democratische instituut in Servië, zegt de legerleider.

Op dat moment, vertelt Peribetaic, 'gebeurden er binnen het leger al zaken achter mijn rug om'.

Stanibetaic en Peribetaic moeten in oktober en november het veld ruimen voor volgelingen van Milobetaevic . Die kan dan in alle rust een militaire oplossing voor Kosovo voorbereiden.

Trainingskamp

Veel daarvan verloopt ongemerkt. Goran (23) verkoopt drugs in Belgrado. Op zondag 14 februari roept de 'baas' al zijn dealers bijeen. 'Ik hou ermee op, jongens', zegt hij. 'Jullie kunnen kiezen: of je meldt je als vrijwilliger voor Kosovo, of je wordt gearresteerd.' Buiten wacht de politie.

Diezelfde avond arriveert Goran in de vrieskou met een politiebusje in een trainingskamp bij Leskovac, in het zuiden van Servië. Hij krijgt een oud uniform en een geweer. Vrijwel dagelijks komen politiemensen en officieren kijken. Ook leiders van paramilitaire bendes bezoeken Leskovac. Hun milities heten 'Gouden Leeuwen', 'Schorpioenen' of 'Wespen'. Als Goran twee weken heeft getraind onder een oud-officier, sluit hij zich met veertien anderen aan bij de 'Wolven van de Vervloekte Bergen'. Ze rijden begin maart naar de Rugova-vallei, vlakbij Pec . Het wachten is op de navo-bommen.

Begin jaren negentig zijn paramilitaire bendes de stoottroepen van de etnische zuiveringen: zij doen het vuile werk. De milities bestaan uit idealisten, maar ook uit hooligans en criminelen uit het stadsproletariaat. De politie en geheime diensten zijn nauw bij de organisatie van de bendes betrokken. Die verstrengeling tussen politie en gangsters blijft bestaan na de vrede van Dayton. Het kost daarom in 1999 geen moeite opnieuw milities op de been te brengen. Paramilitaire leiders werven onder criminelen, berooide vluchtelingen en veteranen uit Kroatië en Bosnië. Gevangenissen zijn ook een rijke visgrond. De militieleiders werken als freelancers. Hun weldoeners, mafia-bazen met goede contacten binnen het staatsapparaat, zorgen voor wapens, uniformen, voertuigen, radio's. In ruil eisen ze een percentage van de buit.

Medio februari reist de 30-jarige 'Toni' door Kosovo. Hij werkt voor de grootste mafiabaas van Belgrado, Ueljko Raênjatovic , alias Arkan. Die heeft zich van bankrover, huurmoordenaar, hooliganleider en militieleider opgewerkt tot zakentycoon en rol-model voor de jeugd. In Kosovo huurt Toni voor zijn bende, de 'Tijgers', trucks en chauffeurs voor het vervoeren van de buit. Want Arkan weet dat er kapers op de kust zullen zijn. 'Wij hadden de beste contacten in Belgrado en de beste informatie', zegt Toni. Begin maart krijgt hij lijsten met de namen en adressen van de rijkste Albanese burgers, per regio en stad. 'We wisten waar we moesten zoeken', zegt Toni.

Tekenen

Op 15 maart hervatten de Servische en Albanese delegaties in Parijs het overleg. De entourage is ditmaal sober. De Serviërs stellen nieuwe eisen, maar de Albanezen tekenen op 18 maart. Daarna gaat het snel. Op 20 maart verlaten de ovse-waarnemers Kosovo. 'We hadden toen al zo vaak de koffers gepakt, we dachten dat we over drie dagen terug zouden zijn', vertelt waarnemer Willem Nouwen. Hij ziet Amerikanen mobiele telefoons uitdelen onder hun Albanese contacten. navo-ambassades in Belgrado sluiten de deuren. Westerse journalisten in Pribetatina worden door Serviërs bedreigd, de meesten vluchten.

De Russische premier Primakov, op weg naar Washington om een imf-lening los te bedelen, laat op 23 maart zijn vliegtuig

theatraal rechtsomkeert maken. Richard Holbrooke bezoekt voor het laatst het Witte Paleis in Belgrado: Milobetaevic buigt niet. 'Zie ik u nog terug?', vraagt de president bij het afscheid onverwacht sentimenteel.

Die avond gelast secretaris-generaal Solana van de navo het begin van operatie Allied Force. Op het hoofdkwartier shape ligt een lijst met doelen klaar. Deze Master Target File bevat volgens Amerikaanse bronnen 169 doelen. Die avond worden er niet meer dan 53 geraakt. Een speldenprik, al doet de navo het anders voorkomen. Het aanvalsplan van Allied Force is vanaf oktober 1998 uitgewerkt. Het kent drie fasen. In fase 1 wordt de Joegoslavische luchtafweer uitgeschakeld. In fase 2 isoleert de navo de strijdkrachten door aanvallen op de infrastructuur, commandoposten en communicatielijnen in het zuiden van Joegoslavië. In fase 3 volgt het decimeren van de strijdkrachten en het bestoken van commandocentra in Belgrado, zware industrie en elektriciteitscentrales.

In tegenstelling tot de militaire doctrine van de Golfoorlog kondigt Allied Force de aanvallen vooraf min of meer aan. Het zijn 'signalen' om de vijand naar de onderhandelingstafel te dwingen. navo-commandanten fronsen de wenkbrauwen, maar meer speelruimte krijgen ze niet van de politiek. De lidstaten van de navo sluiten een aanval over land bovendien expliciet uit. Clinton denkt dat niet aan het Congres te kunnen verkopen. Italië, Duitsland en Griekenland zijn mordicus tegen.

Op 24 maart lijkt dat nog geen probleem. Veel verder dan de eerste fase zal de oorlog nooit komen, hopen navo-diplomaten. In zijn boek To End a War beschrijft Richard Holbrooke de Serviërs als de bullebak van het schoolplein die inbindt zodra een grotere krachtpatser zich aandient. 'Zij respecteren alleen macht en een niet-ambivalente en geloofwaardige dreiging om macht te gebruiken.' Na een week zal Milobetaevic begrijpen dat het menens is, en dan zwicht hij, zo is de communis opinio.

'Wij waren erg van onszelf onder de indruk', spot een navo-diplomaat. 'De vastberadenheid van Belgrado leek ons bluf-poker. Op zijn ergst voorzagen we een zwaar offensief tegen het uck.' Hij verklaart het gebrek aan voorstellingsvermogen uit de structuur van de alliantie. 'We zijn een consensusmachine, alle energie gaat naar het zoeken naar eenheid over een strategie. We zijn heel zwak in wat de Amerikanen 'consequence management' noemen: hoe reageert de vijand?' Maar die blindheid heeft ook zijn nut. 'Stel je voor dat we alles vooraf hadden geweten', zegt een navo-functionaris. 'Dan waren we nooit begonnen. Optimisme over gebruik van geweld is voor democratieën een voorwaarde om geweld te gebruiken.'

Milobetaevic heeft argumenten om de navo te trotseren. Hij hoopt op steun uit Moskou en kan de duiven binnen de alliantie tegen de haviken uitspelen. Een grondoorlog wordt uitgesloten, wat het machtsvertoon van de navo ambivalent en weinig geloofwaardig maakt. Het leger verzekert Milobetaevic bovendien dat het uck binnen een week is vernietigd. Daarna kunnen de troepen in Kosovo zich verspreiden en wachten tot de eenheid binnen de navo breekt.

Crisis

Allied Force, zegt de navo, beoogt 'meer menselijk leed en repressie tegen de burger-bevolking van Kosovo te voorkomen'.

Het pakt anders uit: na een week zadelt Belgrado het Westen en de buurlanden op met een omvangrijke humanitaire crisis. De vluchtelingenstroom aan de grenzen van Kosovo zwelt midden april aan tot 40.000 per dag. Servische grenstroepen nemen paspoorten en identiteitspapieren in beslag, schroeven kentekens van auto's, het is niet de bedoeling dat de vluchtelingen terug-keren. Het aantal vluchtelingen loopt op tot meer dan 900.000. Een half miljoen Albanezen zwerft dan rond in de heuvels van Kosovo.

Niemand is voorbereid op deze vloedgolf. 'De (vn-vluchtelingenorganisatie) unhcr had vooraf als zwartste scenario dertig- tot veertigduizend vluchtelingen', zegt Daan Everts, in maart het hoofd van de ovse in Albanië. 'Maak daar 150.000 van, drongen we aan. Maar dat leek hun onzin. Hun mensen hadden toch veel ervaring?'

Macedonië raakt in paniek. Het kampt met wrijvingen tussen de Macedonische meerderheid en de Albanese minderheid. De regering gooit de grenzen dicht. Zo ontstaat bij grenspost Blace een onhoudbare situatie. Tienduizenden Kosovaren wachten dagenlang in de stromende regen op toelating. In het modderbad zijn geen tenten, geen latrines, geen medische voorzieningen. Pas dan neemt de navo de taak op zich vluchtelingenkampen in te richten.

De vluchtelingenstroom is deels een gevolg van operatie Hoefijzer. De grensstreek met Albanië wordt binnen een week ontvolkt, versterkt en van mijnenvelden voorzien. Vanuit het noorden en oosten rukken Servische troepen op, burgers en uck-strijders voor zich uitdrijvend. Die stromen naar het zuiden en komen daar in de knel. Anderen vluchten naar de bossen en de heuvels. Zij raken daar geïsoleerd en kunnen worden uitgehongerd.

Militair gezien is het niet nodig ook de grote steden te ontruimen. Toch worden bijna alle Albanezen uit de steden Pec en Djakovica na de eerste bommen naar de grens gedreven. In Pribetatina en Kosovska Mitrovica zet de politie complete wijken de grens over. Daarmee hoopt Milobetaevic waarschijnlijk de navo-troepen de handen te binden en de buurlanden te destabiliseren.

Het platteland wordt gezuiverd volgens een bekend patroon. Het leger of de politie legt een ring rond dorpen en bestookt ze met artillerie en tanks. Daarna trekken Servische politietroepen of paramilitairen het dorp binnen. Het hangt van hun humeur af op welke schaal er wordt verkracht, gemarteld en gemoord, maar geplunderd wordt er altijd. Angst doet de rest: hele dorpen slaan op de vlucht zonder dat een schot is gelost. Toni, de Arkan-Tijger, zegt dat er in maart dodenlijsten klaarliggen van Albanese nationalisten en notabelen. 'Voor dat werk hadden we Bosnische vrijwilligers en waren in Belgra-do junks van de straat geplukt. Maar erg georganiseerd verliep het moorden niet. Ze deden maar wat.'

Er bestaat in Kosovo een onderscheid tussen het Servische leger, de politie en paramilitairen, maar vanaf het begin van de oorlog staat de hiërarchie op zijn kop. Formeel is het leger de baas, maar de reservisten hebben inferieure wapens en soms niet eens uniformen. Officieren zijn bang voor de bendeleiders. 'Ze zweetten als ze met hen moesten overleggen', zegt een Servische sergeant-majoor. Arkans Tijgers zijn heer en meester. Zij opereren discreet, dragen donkergroene legeruniformen zonder emblemen. Maar al snel schuimen ook ongeorganiseerde groepjes mannen met opvallende Tijger-emblemen de dorpen af. Zij hopen Albanezen en rivaliserende bendes te intimideren door te doen alsof ze voor Arkan werken. In het kielzog van het leger storten ze zich als een sprinkhanenplaag op de veroverde dorpen. Onderaan de Servische plunderladder staan de zigeuners. Zij mogen de kruimels oppikken.

Garde

De politie fungeert als lichte infanterie. De in paars-blauw gestoken troepen zijn Milobetaevic ' pretoriaanse garde. Qua salaris en uitrusting worden ze voorgetrokken boven het leger, hun moreel is ook veel beter.

De 'Frenki's', een elite-eenheid onder de schimmige commandant Franko Simatovic , spelen een hoofdrol in het westen van Kosovo. Deze eenheid van de geheime dienst geldt als de hardste en best getrainde. Ze zijn herkenbaar aan groene of zwarte cowboyhoeden. De Frenki's gaan voorop in de strijd tegen uck-dorpen; ze zijn er trots op nooit gevangenen te nemen. Frenki 'Jacques' vertelt dat ze in maart opdracht krijgen voorraadlijnen van het uck door te snijden. Burgers dienen daarbij te worden uitgeschakeld. 'Het was waanzin, maar we voerden onze opdrachten uit. We vermoordden alles wat bewoog: bejaarden, mannen, vrouwen, kinderen, koeien, kippen', zegt Jacques.

Hoeveel doden tijdens 'Operatie Hoef-ijzer' vallen, is nog een open vraag. Het Joegoslavië-tribunaal komt op 11.334 vermisten, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken schat het aantal doden nu op ruim 8.000. Na het vertrek van de Serviërs graven onderzoekers van het tribunaal in Kosovo 2.108 lichamen op. Dat getal zegt weinig, vertelt een onderzoeker. 'Een patroon is dat Albanezen in een huis werden samengedreven en met handgranaten vermoord. Er werd dan benzine over gesprenkeld en alles werd in brand gestoken. In zo'n geval vinden we één intact skelet en een kaakbeen. Wij zoeken lichamen om sectie op te verrichten, dus melden we dan maar één lichaam.'

Als het platteland medio april is ontvolkt, gaat veel aandacht uit naar het verwijderen van de lijken. Klaarblijkelijk ver- trouwt Milobetaevic niet op het behoud van Kosovo: bewijs van oorlogsmisdaden moet worden vernietigd. Als de navo beelden toont van 142 verse graven bij het dorp Izbica, wordt dat met bulldozers leeg-gehaald. Rade, een 22-jarige politieman uit Pec , herinnert zich dat zijn commandant in woede ontsteekt als hij hoort dat Rades eenheid Albanezen in hun huizen heeft gedood en achtergelaten. Dat moet voortaan in het open veld, beveelt de commandant. Vanaf half april ziet Rade speciale eenheden met trucks en koelwagens langs etnisch gezuiverde dorpen rijden om lijken in te zamelen. Hun bestemming is onbekend, maar smeltovens bij de staalfabriek van Glogovac en bij Pribetatina worden vaak genoemd.

Het Joegoslavië-tribunaal onderzoekt deze verhalen over het vernietigen van lijken. 'Dat raakt het hart van genocide', zegt woordvoerder Paul Risley. 'Je kan argumenteren dat Servische troepen bij het begin van de bombardementen uit paniek of uit woede spontaan gingen moorden. Maar als er een mechanisme bestaat voor het verwijderen van lichamen, zoals we denken, dan valt dat argument weg. Dan is er sprake van opzet en een doelmatige organisatie.'

Verliezen

Intussen neemt de intensiteit van de luchtaanvallen snel toe. Het aantal navo-toestellen stijgt van 400 in maart tot ruim 1.100 in juni. Veertien landen zijn dan bij de luchtcampagne betrokken. Uiteindelijk worden in 78 dagen ruim 37.000 vluchten uitgevoerd en ruim 23.000 bommen en raketten op Joegoslavië afgevuurd, waaronder 329 kruisraketten. De verliezen van de navo blijven verrassend laag. Slechts twee toestellen worden neergehaald.

De vraag is voortdurend hoeveel nodig is om Milobetaevic op de knieën te dwingen. Op 3 april worden voor het eerst ministeries in het hart van Belgrado onder vuur genomen. Daarna volgen bruggen, wegen, televisiestations, partijcentra, de residentie van Milobetaevic , fabrieken van zijn medewerkers, olie-installaties, elektriciteitscentrales. Al gauw schiet de doelenlijst tekort. 'Jongens, geef ons in godsnaam iets om op te schieten', luidt het parool op het navo-hoofdkwartier shape. Het fasenplan van Allied Force is dan allang losgelaten. 'Feitelijk waren we in april al in fase 7', zegt een Franse navo-diplomaat. 'We raakten doelen die we tevoren nooit hadden voorzien.' De navo improviseert.

De Noord-Atlantische Raad (nac), het hoogste orgaan binnen de navo, staat bij het uitstippelen van de strategie buitenspel. Het enige wat de 19 navo-ambassadeurs achteraf te zien krijgen, zijn lijsten met bomb damage assessment. 'Wij hadden er vrede mee', zegt een navo-diplomaat. 'Want elk besluit dat hier genomen wordt, ligt meteen op straat.' De dagelijkse goedkeuring van de doelenlijst wordt aan secretaris-generaal Solana uitbesteed. Zo zwemt de Raad 78 dagen lang in een vacuum. De tijd wordt volgemaakt met abstracte debatten.

Kleine lidstaten zijn wel nieuwsgierig hoe de doelen worden gekozen. Premier Kok laat in april naar Brussel bellen of iemand dat niet kan uitzoeken. De Neder-landse missie weet het niet. Om de navo-diplomaten niet al te zeer het gevoel te geven dat ze 'op hun kantoor een sigaar mogen roken tot het voorbij is', zoals een van hen het uitdrukt, bezoekt opperbevelhebber Clark steeds vaker Brussel voor briefings. Dat geeft de diplomaten toch het idee dat ze meedoen.

Wie bepaalt dan wel de strategie? 'De kern vormen de Amerikanen. Daaromheen zit een schil grote landen waarvan instemming wordt gevraagd. Daaromheen de kleintjes, die niets weten', zegt een Franse navo-diplomaat. Dat de Amerikanen het voortouw nemen, is logisch. De vs leveren het leeuwendeel van de vliegtuigen en voeren 70 procent van de vluchten uit. Zij zijn de enigen die de technologie hebben om doelen in steden te raken zonder veel burgers te doden - het luchtruim boven Belgrado is daarom in Amerikaanse handen. Door hun spionagesatellieten hebben ze praktisch het monopolie op informatie.

De Amerikanen voelen zich niet geroepen alles met hun bondgenoten te delen. 'Ze voldeden niet aan hun minimale plicht tot informatie', meent een medewerker van Solana. Wel houden ze rekening met de grotere partners. Traditioneel voeren de vier grote landen - de vs, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland - bij gewichtige besluiten vooraf overleg. Op 3 april belt Chirac met Clinton. Hij wil dagelijks overleg. Vanaf dat moment zijn er rond vijf uur 's middags teleconferenties tussen de ministers van Buitenlandse Zaken van de grote landen. Italië mag aanschuiven. 'Logisch', zegt Francesco Oliveiri, adviseur van de Italiaanse president D'Alema. 'Er waren maar twee landen onmisbaar: de vs en Italië. Zonder Italiaanse vliegvelden was het niet gelukt.' De Fransen staan in het overleg op de rem, maar ook de Italianen, de Duiters en zelfs de Britten hebben soms bedenkingen over de gekozen doelen. Dat leidt vaak tot uitstel, maar zelden tot afstel van bombardementen.

Navo-opperbevelhebber Wesley Clark heeft de dagelijkse leiding. Hij is een micro-manager die bovenop de details zit. Wanneer Clark zijn hoofdkwartier shape in Mons verlaat, heeft hij altijd een laptop bij zich waarop alle vliegbewegingen van de navo te volgen zijn. Zijn dag begint om vijf uur, als hij zijn baantjes zwemt. Om acht uur is er een deskside-briefing voor zijn internationale staf, waar de doelen voor de komende 72 uur worden doorgenomen. De generaals van de grote landen nemen die dan mee naar hun politieke leiders. Om kwart voor tien volgt het echte werk: een videoconferentie met louter Amerikaanse generaals, usa-only. 'Daar werden de taken echt uitgezet', zegt een staflid van Clark, die onder enorme druk staat. 'Tientallen keren moest hij 's ochtends Solana bellen omdat de Fransen weer eens dwarslagen. Javier, kan je me helpen, heette het dan'. Hij hoort Clark zeggen dat hij de oorlog veel liever alleen met de Amerikanen had gevoerd.

Indruk

Met de verdrijving van de Albanezen uit Kosovo jaagt Milobetaevic de publieke opinie tegen zich in het harnas. Maar de Servische vastberadenheid maakt aanvankelijk wel indruk in het Westen. In Belgrado zijn dagelijks popconcerten. Als de navo de bruggen van Novi Sad raakt, verzamelen zich elke nacht betogers op de bruggen van Belgrado, met een schietschijf op hun borst.

'We zaten 's nachts met drie gezinnen in de kelder', zegt de Servische journaliste Gordana Igric . 'De kinderen maakten borden met slogans om mee te betogen. Clinton-Hitler. Navo-moordenaar. De mannen stonden de hele nacht met bier op het dak naar de hemel te turen, op zoek naar parachutes van neergehaalde navo-piloten.' In de Servische berichtgeving bestaan geen neutrale woorden meer. Het is 'criminele navo', 'monsterlijke vliegtuigen', en 'Clinton, de moorde- naar van het Zwarte Huis'. Critici zwijgen, zeker nadat de journalist Curuvija wordt doodgeschoten in de portiek van zijn flat.

Een Servische troefkaart is de collateral damage, bijkomende schade: burgers die omkomen door afzwaaiers. De eerste afzwaaier is op 6 april bij het mijnstadje Alekbetainac; daar sterven twaalf burgers. In totaal trekken twaalf missers de aandacht: raketten die bussen, treinen of vluchtelingencolonnes raken, een clusterbom op een ziekenhuis en op de markt van Nibeta, en vooral de Chinese ambassade op 7 mei.

Het regime kent de westerse gevoeligheid. In de nacht van 23 april vernietigen raketten het hoofdkwartier van de staatszender rts. Zestien medewerkers komen om. Dat is merkwaardig, want bij alle andere aanvallen op doelen in Belgrado blijken de gebouwen van tevoren te zijn ontruimd. Volgens de Servische journalist Vlado Mares hebben de tv-bazen Milanovic en Komrakov in april hun werknemers op straffe van ontslag gedwongen tot nachtdienst, die al snel 'de kerkhofdienst' heet. Als Komrakov vlak na de aanval bij de ruïne arriveert, krijgt hij rake klappen van boze werknemers. Zij denken dat hun collega's zijn opgeofferd om sympathie te wekken in de westerse pers. Op 23 oktober onthullen nabestaanden een gedenksteen voor het rts-gebouw, een traan van steen. 'Voor de zestien die werden opgeofferd, rust in vrede', luidt de tekst.

De navo is op deze zenuwenoorlog onvoldoende voorbereid. De voorlichting draait tot half april op vredessterkte. navo-voorlichter Jamie Shea beleeft zijn zwartste dag op 14 april, als navo-bommen een vluchtelingenkonvooi raken bij Djakovica: 64 doden. Shea heeft zelf problemen om van de navo-militairen de juiste informatie te krijgen. Eerst moet hij de aanval ontkennen, dan noemt hij het een militair doel. Er was één aanval. Er waren twee aanvallen. De verwarring is compleet.

Als Shea die avond zijn wonden likt, krijgt hij van een vriend te horen dat Clinton en Blair elkaar hebben gebeld. Zo kan het niet langer, hebben de leiders besloten. Blair stuurt zijn spin doctor Alistair Campbell naar Brussel, Shea's team van zeven man wordt uitgebreid met twintig voorlichters. Campbell arriveert met een nieuwe mediastrategie. Elke dag moet gewerkt worden met een helder script. Met de komst van Campbell wordt de grens tussen informatievoorziening en propaganda overschreden, menen sommige westerse journalisten. 'Volslagen crap', zegt Camp-bell nu. 'Maar het kan me niet schelen of je het propaganda noemt of niet. De westerse media-operatie was nodig om de Servische leugenmachine van repliek te dienen.'

De navo liegt niet, maar verzwijgt sommige zaken en verstrekt vage cijfers. Missers geeft de navo in de regel wel snel toe. Bij de aanval op de Chinese ambassade op 7 mei werkt de voorlichting soepel. Wesley Clark heeft die avond uitgekozen voor zijn Big Bang. Er zijn 35 doelen in het hart van Belgrado vastgesteld. Hotel Jugoslavia, het hoofdkwartier van Arkan, is het hoofddoel. De Fransen hebben zich daar lang tegen verzet uit angst voor burgerslachtoffers. 'Milobetaevic moest die avond echt zien dat het ons ernst was, dat zijn mensen nergens veilig waren', zegt een navo-functionaris.

Het wordt een catastrofe. Rond middernacht treffen drie raketten van een Amerikaanse B-2 de Chinese ambassade. Er vallen drie doden: een journalist, twee spionnen. Een triomfantelijk persbericht van Clarks medewerkers wordt de volgende ochtend net op tijd onderschept. Daarin wordt pas in de laatste alinea een klein regeltje besteed aan de Chinese ambassade. Een dag later hebben de voorlichters een uitleg: de piloot dacht een directoraat bewapening van het Joegoslavische leger te treffen. De schuld ligt bij de cia.

Kritiek

Op de eerste dag van Allied Force zegt president Clinton: 'Het is niet mijn bedoeling onze troepen naar Kosovo te sturen om een oorlog uit te vechten.' Die uitspraak lokt steeds meer kritiek uit. De Duitse generaal Klaus Naumann, het hoofd van het militair comité van de navo, gaat begin april met pensioen, 'als een kapitein die in een storm per helikopter van zijn fregat wordt gehaald', zoals hij zelf zegt. De generaal heeft kritiek. 'Men moet zijn tegenstander altijd in het ongewisse laten over de risico's die hij loopt', zegt hij dan. Na verloop van tijd worden Clintons uitspraken over een grondoorlog ambivalenter. Op 18 mei zegt hij: 'Alle opties liggen op tafel.' De planning voor een grondoorlog is dan al begonnen.

Over een grondoorlog is binnen de navo al in 1998 nagedacht. In de zomer komen in Mons en in Brussel 21 scenario's voor luchtoorlogen, landoorlogen en gecombineerde oorlogen op tafel. Daaronder bevinden zich de 'grondopties' B en B-min. B behelst een bezetting van heel Joegoslavië, B-min een bezetting van Kosovo. De navo-ambassadeurs stellen in juni de in militaire ogen minst interessante vraag als eerste. Hoeveel man kost dat? Voor B en B-min 300.000 en 170.000 man, antwoordt Clark. Onverkoop-baar in eigen land, denken de ambassadeurs. De plannen verdwijnen in een lade en zullen nooit meer in de Noord-Atlantische Raad ter sprake komen.

Toch mogen de navo-planners half april verder werken aan hun grondopties. Dat is vooral te danken aan de Britse premier Tony Blair. Voor deze 'militaire maagd', zoals Britse defensiekringen hem noemen, is Kosovo een bijna religieuze gewetenskwestie. Blair zegt eerst in het succes van de luchtcampagne te geloven, maar als hij midden april naar de Verenigde Staten reist, klinken andere geluiden. In Chicago citeert hij Bismarcks fameuze uitspraak dat 'de Balkan niet het leven waard is van één Pommerse grenadier'. 'Iedereen die de door tranen bevlekte gezichten van de honderdduizenden vluchtelingen heeft gezien, weet dat Bismarck ongelijk heeft', zegt Blair.

Dit komt Clinton niet goed uit. Hij is bang dat de navo-top in Washington op

23 april ontaardt in een ruzie met de lidstaten die niets van een grondoorlog willen weten. Campbell: 'Het pushen van de grondoptie dreigde de alliantie te verbreken.' Blair en Clinton komen tot een vergelijk: Blair zal zwijgen over de grondoorlog, in ruil geeft Solana toestemming de plannen uit te werken. Begin mei is er nog één boos telefoontje uit Washington nodig om Blair rustig te stemmen.

Men is het dan wel eens dat er moet worden gedreigd met een grondoorlog. Ambivalentie is daarbij de sleutel. Er moet zoveel gesuggereerd worden dat Milobetaevic zich zorgen gaat maken. En zo weinig dat de duiven binnen de navo het kunnen ne-geren. Apache-gevechtshelikopters worden naar Albanië gestuurd, vergezeld van 3.000 man gevechtstroepen. Ze komen nooit in actie, maar het oogt dreigend. Op 25 mei wordt de omvang van vredesmacht kfor in Macedonië uitgebreid tot 48.000 man. Het lijken stappen in de richting van een invasiemacht.

Scenario's

Bij het navo-hoofdkwartier shape in Mons verrijst in april een maquette van Kosovo waarop de grondscenario's worden uitgebeeld. De Britse en Amerikaanse planners grijpen terug op plan B-min. De voorkeur gaat uit naar een hoofdaanval uit Macedo-nië en een kleinere aanval via Albanië. De invasiemacht moet zich eerst een weg banen door smalle ravijnen die vol liggen met mijnen. Daarna wordt het eenvoudiger: in Kosovo kan de navo-troepenmacht uitwaaieren en kan de luchtmacht elk verzet wegbombarderen.

Maar Macedonië weigert uitvalsbasis te zijn voor een invasie. De planners moeten dus ook rekening houden met een aanval via Albanië, een logistieke nachtmerrie. Via de grensplaats Kukës loopt één smalle weg naar Kosovo. Die weg wordt in april door Duitse en Italiaanse genietroepen verstevigd voor trucks met humanitaire hulp, en ook voor pantserwagens en lichte tanks. Op 31 mei krijgt Wesley Clark toestemming om de weg te versterken voor zware tanks.

Als de navo nog voor de winter wil binnenvallen, moeten de navo-ambassadeurs half juni het groene licht geven, zodat de invasie half september kan beginnen.

Op 27 mei komen de ministers van Defensie van de vs, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Italië in het geheim bijeen in Bonn. Het gesprek duurt bijna zeven uur. Groot-Brittannië stelt 50.000 man ter beschikking, de helft van haar leger. Duitsland en Italië blijven afwijzend, Frankrijk betwijfelt of er nog genoeg voorbereidingstijd is. 'Het werd me duidelijk dat er geen consensus zou komen', zegt de Amerikaanse minister van Defensie, Cohen, achteraf.

Hoewel het Pentagon niet wil weten van een landoorlog en de bijbehorende body bags, begint het Witte Huis te schuiven. Op 2 juni zegt Clintons veiligheidsadviseur Sandy Berger tegen een groep experts en critici nog altijd te geloven in de luchtoorlog. Maar Clinton wil tot het uiterste gaan om zijn doel te bereiken: 'De Serviërs eruit, de navo erin, de Albanezen terug.' Als de navo daardoor in een crisis raakt, dan zij dat zo. 'Overeenstemming is waardevol, maar geen sine qua non', zegt Berger.

Secretaris-generaal Solana maakt zich zorgen. 'De grondoptie bezorgde hem slapeloze nachten', zegt een medewerker. 'Solana had het gevoel dat het de cohesie van de navo te boven zou gaan.' Italië en Duitsland, de voornaamste opponenten van een grondoorlog, delen die zorgen. Als die optie op tafel komt, valt het linkse kabinet van D'Alema, vreest men in Italië. Ook de rood-groene coalitie in Duitsland zou het zwaar krijgen. 'Een debat daarover had de Bondsdag gesplitst', zegt Wolfgang Ischinger, de Duitse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. 'Ik denk dat het 55 procent voor en 45 procent tegen was geweest. Rampzalig, want het ging om de eerste inzet van Duitse soldaten sinds de Tweede Wereldoorlog.'

Rusland

De ontknoping volgt opmerkelijk snel. Niet in Kosovo, maar in Helsinki, Moskou, Bonn en Belgrado. Na het begin van de luchtoorlog gebruikt Rusland aanvankelijk grof verbaal geschut. Premier Primakov reist op

30 maart naar Milobetaevic , die toezegt te onderhandelen als de navo de bombardementen staakt. Rusland reageert woedend als de navo dit 'positieve signaal' wegwuift. Russische militairen zinspelen op een kernoorlog.

Halverwege april kantelt de Russische houding. Kranten vragen zich af of Milobetaevic het waard is om de relatie met het Westen op het spel te zetten. President Jeltsin, die tijdens de crisis een heldere episode beleeft, weet zeker van niet: zijn relatie met Milobetaevic is sinds diens steun voor de coup tegen de Russische president altijd koel geweest. De Duitsers, die een extra antenne hebben voor de gevoelens van hun oosterbuur, beginnen een diplomatiek offensief om Moskou binnenboord te halen. Met Primakov lukt dat niet. 'We hebben de Russen nodig, maar niet deze Russen', zegt bondskanselier Schroder na een gesprek met de hard-liner. Minister van Buitenland-se Zaken Joschka Fischer reist naar Moskou, oud-kanselier Kohl belt zijn oude vriend Jeltsin. Die grijpt in. Op 14 april benoemt hij de pro-Westerse ex-premier Tsjernomyrdin tot gezant voor de Balkan. Premier Prima-kov ruimt even later het veld.

Op 12 april komt Duitsland met een vredesplan voor Kosovo. Het voorziet in een Servische terugtrekking, waarop de navo de luchtaanvallen staakt en de vredesmacht kfor Kosovo binnentrekt, dit alles met de zegen van de vn-Veiligheidsraad. De Ameri-kanen torpederen het voorstel, volgens de Duitsers uit rancune omdat het niet uit Washington komt, volgens de Amerikanen omdat het plan onaf was. Maar op 7 mei accepteren de G8, de grootste industrielanden plus Rusland, een variant op het plan. En in juni verloopt alles zoals de Duitsers zich dat voorstelden.

Neutraal

Op 3 mei luncht Tsjernomyrdin in Washington met zijn oude vriend de Ameri-kaanse vice-president Al Gore en met Made-leine Albright. Tsjernomyrdin wil een tweede diplomaat om zijn vredesmissie te versterken. Een neutrale Europeaan. Albright suggereert de Finse president Martti Ahtisaari. Die heeft ruime ervaring als bemiddelaar, en Finland wordt voorzitter van de eu. Tsjernomyrdin hapt toe. Wellicht kan Ahtisaari helpen het navo-standpunt te verzachten.

Als veteraan van mislukte vredesmissies op de Balkan is de Finse leider pessimistisch. 'Toen (de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken) Strobe Talbott me belde, zei ik dat hij zeker een offerlam zocht', zegt Ahtisaari desgevraagd. 'Als ik geld moet inzetten op deze missie, gok ik op een mislukking, zei ik. Ik ook, antwoordde Talbott.'

De volgende dag belt Tsjernomyrdin Ahtisaari om hem te feliciteren. 'Your quiet days are over', belooft de Rus. Tsjernomyr-din wil meteen naar Belgrado, maar Ahtisaari wil pas gaan als er een gezamenlijk Amerikaans-Russisch standpunt is. Dat beschouwt Ahtisaari achteraf als zijn grootste bijdrage aan de vrede.

In Helsinki zet hij de punten van overeenstemming tussen de vs en Rusland op papier. Drie uur werken de Russen vervolgens aan dat document. De neutrale titel van Ahtisaari blijkt dan vervangen door de titel 'Principes om een eind te maken aan de navo-bombardementen'. 'Dat is een van de weinige momenten dat ik uit mijn slof schoot', zegt Ahtisaari. 'Ik zei: 'Als u een andere titel wilt, heb ik ook een voorstel: "Principes om een eind te maken aan de gruwelijke etnische zuiveringen door Servische strijdmachten in Kosovo, die resulteerden in navo-bombardementen". Daarna konden we zaken doen.'

Rusland draait bij. Op 25 mei praat het trio in Stalins vroegere datsja bij Moskou, in een kamertje met drie stoelen. Tsjernomyr-din schuift een vierde stoel aan. Die is voor Milobetaevic , zegt hij. Na dit gesprek beseft Tsjernomyrdin dat de Amerikanen op twee punten niets toegeven: alle Servische troepen moeten Kosovo verlaten bij de intocht van kfor, en de navo levert een substantiële bijdrage aan kfor.

Rusland vindt dat enkele duizenden Servische manschappen moeten achterblijven en eist een eigen Russische zone in het noorden, waar de meeste Serviërs wonen. kfor moet bestaan uit troepen van navo-landen die geen rol spelen in de luchtoorlog en van neutrale landen. De anderen zijn tegen. Zonder Amerikanen, Britten en Fransen zullen de vluchtelingen niet terugkeren en zal het uck zich niet laten ontwapenen. 'Je kan geen geloofwaardige vredesmacht optuigen uitsluitend met je favorieten', zegt Ahtisaari. 'Ik ben gevormd door de vn-missie in Bosnië. Ik wilde niet opnieuw een zwakke of verdeelde vredes-macht.'

Doorbraak

Een gesprek in Moskou levert niets op, maar Ahtisaari weet na een telefoontje met Jeltsin dat de Russen toch een doorbraak wensen. Tsjernomyrdin reist de volgende dag naar Belgrado en keert optimistisch terug. Milobetaevic stemt in met het plan van de G8, zegt hij.

Het overleg wordt voortgezet in het gastenverblijf van de Duitse regering in Petersberg bij Bonn. Daar zegt Tsjernomyr-din dat hij voor 97 procent zeker is dat ze de volgende dag naar Belgrado kunnen reizen. Maar plotseling gaan de militairen in Tsjer-nomyrdins team dwarsliggen. Er ontstaat een worsteling van dertien uur om elk woord, elke komma. Ahtisaari gaat om vier uur 's nachts uitgeput slapen; er is nog weinig bereikt.

De volgende morgen geeft Tsjernomyrdin toe: alle Servische troepen verlaten Kosovo bij de intocht van kfor. Later mag wat Servisch personeel terugkeren om mijnenvelden te markeren en monumenten en grensovergangen te bewaken. De militairen in zijn gevolg laten weten het absoluut niet eens te zijn met deze concessies. 'Ik heb Tsjernomyrdin leren kennen als een onafhankelijke geest', zegt Ahtisaari daarover droog. De kwestie van het commando over kfor en de rol van de Russen in Kosovo houdt men bewust vaag; daarover kan later worden onderhandeld.

's Middags staan alle komma's op de juiste plaats. Het vredesplan voorziet in een aftocht van alle Servische troepen, de terugkeer van alle vluchtelingen, ontwapening van het uck, een provisorisch vn-bestuur en op termijn zelfbestuur voor Kosovo binnen Joegoslavië. Tsjernomyrdin en Ahtisaari haasten zich naar een klaarstaand Fins vliegtuig. Het vredesplan van twaalf punten is inmiddels de 'Tien Geboden' gedoopt. Joegoslavië heeft het te accepteren, als het woord van God.

In Belgrado gaat het duo direct van het vliegveld naar de conferentiezaal. De ontvangst is niet in de zaal met de lage tafeltjes, de rococo-meubels en de Rembrandt waar de zinloze ontmoetingen zich doorgaans afspelen. Aan een tafel met een rood laken en flesjes mineraalwater wacht Milobetaevic de onderhandelaars op. Ahtisaari leest de Tien Geboden voor, Tsjernomyrdin zwijgt. Milobetaevic vraagt of de tekst valt te 'verbeteren'. Nee, antwoordt Ahtisaari. Hij heeft geen mandaat om te onderhandelen. 'Er was irritatie, met name bij de Servische president Milutinovic ', zegt Ahtisaari. 'Er stond dat Kosovo onderdeel bleef van Joegoslavië, maar natuurlijk werd het een protectoraat. Milobetaevic was extreem zakelijk. Hij verhief geen moment zijn stem.'

Een uitnodiging voor een diner slaat Ahtisaari af. Het lijkt hem nuttiger als Milobetaevic meteen zijn politici informeert. De volgende dag aanvaardt het Servische parlement de Tien Geboden. Ahtisaari is verbaasd over de snelheid waarmee de zaken zich ontwikkelen. 'Ik had toch een eindspel verwacht. Dat Milobetaevic een onderhoud met hogere functionarissen had geëist.'

Die avond wordt Ahtisaari met applaus onthaald door de Europese leiders die bijeen zijn in Keulen.

Alleen op de wereld

Waarom bond Milobetaevic in? De verklaring ligt in een combinatie van factoren. Had hij het Amerikaans-Russische vredesplan afgewezen, dan was Joegoslavië alleen op de wereld geweest. Het Joegoslavische leger begint in mei roest te vertonen. Doordat de troepen zich in zeer kleine eenheden over Kosovo verspreiden, hun luchtafweer sparen, zich ingraven en camoufleren, vinden de navo-piloten moeilijk hun doelen. Maar 78 dagen lang naar de hemel kijken zonder weerstand te bieden, is slecht voor het moreel.

De 36-jarige sergeant-majoor Zoran leidt een luchtverdedigingseenheid bij Gniljane. Hij mag niet op navo-toestellen schieten. Een recruut doet dat uit woede toch en mist. Het is Zorans eerste en laatste gevechtsactie. De eerste weken heerst er onder zijn troepen een stemming van opgefokt nationalisme. Dan raakt de fut eruit. Een kolonel houdt nog politieke bijeenkomsten in de avondschemering, met drank en muziek. Op

12 mei raakt een raket een voedseltransport waarbij zes reservisten sterven. Zoran escorteert de lichamen naar Montenegro. Als de vader van de 18-jarige Dragan Boskovic de doodskist opent, blijkt alleen het hoofd van zijn zoon intact.

Milobetaevic laat Kosovo leegplunderen, en daarna geeft hij het aan de navo, zeggen de soldaten tegen elkaar. 'Hij vertrouwt de paramilitairen meer dan ons. Zij worden betaald met het bloed van reservisten.'

De demoralisering van het leger is niet langer een geheim als eind mei duizend reservisten bussen kapen en Kosovo verlaten. Ze willen best tegen de navo vechten, maar zich niet 'als vogeltjes laten afmaken'. Een betoging van hun ouders in de stad Krubetaevac is even tevoren door de politie uiteengeslagen. Het regime durft niet in te grijpen uit angst dat de muiterij zich verspreidt.

Het verslagen gewaande uck veert in de laatste weken van mei op. De navo-luchtvloot beperkt de actieradius van de Servische politie en de paramilitairen. Vanaf half mei worden uck-dorpen niet meer aangevallen, zegt Zoran. Ramush Haradinaj, uck-commandant van West-Kosovo, zegt dat zijn strijders aanvankelijk slechts de tactiek van de schaar volgden: 'verbindingen tussen Servische eenheden tijdelijk verbreken'. Maar in mei verlopen de gevechten in West-Kosovo, de brandhaard van het Albanese verzet, steeds chaotischer. Omdat ook de paramilitairen beginnen te geloven dat Kosovo wordt opgegeven, richten ze zich nog louter op buit. Als het uck het Servische dorp Gorazdevac tien dagen lang bezet weet te houden, verkoopt een bende hen honderd kisten sigaretten van tien kilo. Een andere bende steelt de opbrengst, waarop een Servisch oorlogje losbarst, waarbij een paramilitair sterft.

Het leger doet mee. Tegen betaling leggen ze over de rivier Beli Drin een pontonbrug, speciaal voor Arkans vrachtwagens. Bij de terugtocht zien kfor-militairen rijen legertrucks met huisraad naar het noorden rijden.

Het uck vat moed. 'Eerst durfden mijn mannen niet aan te vallen. Ze waren bang. Later ging het beter. De laatste drie weken hebben we onophoudelijk gevochten', zegt een uck -commandant.

Vanaf eind april verbetert ook de samenwerking tussen de navo en het uck. Bij Kukës assisteren Britse en Amerikaanse troepen de Albanezen met training, materieel en proviand. 'Tussen de Amerikanen en ons groeide een stille overeenkomst. Wij waren hun vooruitgeschoven post', zegt uck -commandant Fatmir Lima. Het uck geeft informatie over Servische troepen-bewegingen door aan het navo-hoofdkwartier shape. Het uck fungeert als forward air controller van de navo; de navo als luchtmacht van het uck.

De ontvolking van Kosovo heeft het uck volgens schattingen van het Pentagon tienduizend nieuwe recruten opgeleverd, een verdubbeling van de omvang. Ze worden getraind in Noord-Albanië en trekken Kosovo binnen via een corridor bij de berg Pastrik, even ten westen van de stad Prizren. Eind mei omsingelt een Servische overmacht de uck'ers op de berg. Wesley Clark wil de berg niet in Servische handen laten vallen. Mocht het tot een grondoorlog komen, dan kan de corridor nog van nut zijn. Op 7 juni vallen B52-bommenwerpers de Servische stellingen aan. 'Het was een slachting', zegt Fatmir Lima. 'Meer dan 200 Servische soldaten kwamen om.' Dat is de vraag: achteraf worden nauwelijks wrakken van Servische tanks gevonden.

Voor Servische generaals ziet het slagveld Kosovo er steeds bedenkelijker uit. De landoorlog zou wel eens net zo geleidelijk kunnen beginnen als de luchtoorlog.

Russische bezetting

Zover laat Milobetaevic het dus niet komen. Op 10 juni tekent het Joegoslavische leger een terugtrekkingsplan. Alle troepen verlaten binnen elf dagen Kosovo, op de hielen gezeten door binnentrekkende kfor-troepen. Diezelfde dag bekrachtigt de Veiligheids-raad het vredesplan voor Kosovo in Resolutie 1244.

Dan krijgt de oorlog nog een vreemd staartje. Eén dag voordat kfor Kosovo binnentrekt, verlaten tweehonderd Russische sfor-soldaten hun bases in Oost-Bosnië en rijden via Servië naar Kosovo, waar ze het vliegveld van Pribetatina bezetten. Het is de wraak van de Russische militairen op de concessies van Tsjernomyrdin in Bonn. Het persbureau Itar-Tass meldt dat zes Iljoesjin 76-vrachtvliegtuigen klaarstaan op de vliegvelden van Rjazan, Ivanov en Pskov. Zij moeten duizend man verkenningstroepen naar Kosovo vliegen. Volgens de tv-zender ntv zijn ze in een 'krijgslustige stemming'.

De navo is in paniek. Wesley Clark beveelt Britse luchtlandingstroepen die avond het vliegveld Slatina bij Pribetatina te bezetten en de Russische opmars te stuiten. Generaal Sir Michael Jackson, de Britse bevelhebber van kfor, weigert. 'Voor u begin ik geen Derde Wereldoorlog', zou Jackson hebben gezegd. Jackson heeft de steun van zijn regering, Clark niet. Ook de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Ivanov, lijkt niets te weten van deze actie. Aangenomen wordt dat het Russische leger het Kremlin op het laatste moment voor een fait accompli heeft gesteld.

Alles hangt nu af van de houding van Bulgarije en Roemenië. Als zij hun luchtruim openstellen voor de Russen, dreigt een serieuze confrontatie met de navo. Sofia en Boekarest doen wat de navo van hen verwacht: ze houden de Russen buiten Kosovo. Uiteindelijk komt de Russische hoofdmacht pas aan als de navo dat wil. De bezetting van vliegveld Slatina lijkt zo een kolossale grap, goed voor het gebutste Russische moreel. De tweehonderd Russische vredeshandhavers op het vliegveld bedelen al gauw bij de Britten om water en proviand.

Opluchting

De doelen zijn bereikt: de Serviërs eruit, de navo erin. De vluchtelingen laten ook niet lang op zich wachten. 'In Albanië hielden de hulpverleners elke dag zorgelijke vergaderingen over de repatriëring. Ze gingen ervan uit dat de Albanezen de hele winter in kampen bleven', zegt Daan Everts, het huidige hoofd van de ovse in Kosovo. 'Maar toen kfor Kosovo binnentrok, ging de exodus weer even hard de andere richting op. De hulpverlener wikt, de Kosovaar beschikt.'

De navo struikelde Allied Force binnen, improviseerde en won via een sterke diplomatieke eindsprint, oordelen de analisten. Door de verrassende capitulatie van Milo-betaevic komt de navo met de schrik vrij. Er is achteraf geen stemming van triomf, hooguit van opluchting. De eenheid is bewaard gebleven, ook al dreigde een grondoorlog de navo te verdelen. 'Het had niet langer moeten duren', zegt een medewerker van Solana. 'Beter een zwak plan briljant uitgevoerd, dan een briljant plan zwak uitgevoerd', parafraseert een Amerikaanse senator later Napoleon. Als Bosnië heeft geleerd dat geweld en dreigen met geweld werkt, zal de navo daarmee na Kosovo voorzichtiger zijn. 'We hebben onze les geleerd', zegt de Duitse staatssecretaris Ischinger. 'Het is vreselijk moeilijk gebleken 19 lidstaten bijeen te houden. Dit doen we niet snel opnieuw.'

Kosovo is nu een Westers protectoraat, met een bevolking die tien jaar lang is getraind in het negeren van gezag van buiten. En met een wrokkige noorderbuur. 'Servië kan niet zonder Kosovo bestaan', zegt de Joegoslavische minister van Buiten-landse Zaken Jovanovic . 'Kosovo was al eerder tijdelijk geen deel van Servië. Maar Kosovo is altijd naar Servië teruggekeerd.'

Voor een uitgebreide versie van deze reconstructie zie Dossier Kosovo: www.nrc.nl

Aan deze reconstructie werkten mee:

Cees Banning, Harm van den Berg, Marc Chavannes, Juurd Eijsvoogel, Petra de Koning, Marc Leijendekker, Peter Michielsen, Renée Postma, Robert van de Roer, Hans Steketee, Yaël Vinckx, Frank Westerman en Michèle de Waard.