Kijken, schieten, doden

De Koninklijke Luchtmacht heeft haar voorkeur al uitgesproken, de politiek officieel nog niet. Toch zal de keuze voor de opvolger van de F-16 hoogstwaarschijnlijk op de Amerikaanse Joint Strike Fighter vallen. Een technologisch preview.

HALVERWEGE de jaren zeventig moest Nederland samen met Denemarken, België en Noorwegen een opvolger voor de Starfighter jachtbommenwerper van Amerikaanse makelij kiezen. De kandidaten waren de Zweedse Saab Viggen, de Mirage F-1 van het Franse Dassault, de Northrop YF-17 Cobra en de General Dynamics YF-16 Fighting Falcon – de beide laatste toestellen van Amerikaans fabrikaat. Vijfentwintig jaar later zijn de Viggen, die uitsluitend bij de Zweedse luchtmacht in dienst kwam, en die Mirage F-1, die onder andere nog in Frankrijk, Griekenland en enkele Arabische landen vliegt, hard op weg naar de eeuwige vliegvelden. Ze voldoen niet meer aan de militaire eisen van deze tijd of ze zijn gewoon óp. De Amerikaanse toestellen daarentegen doen in de mondiale eredivisie nog volop mee. De YF-17, die nu F-18 Hornet heet, vormt de ruggegraat van de Amerikaanse vliegende marine. En hoe levensvatbaar de gemoderniseerde F-16 is, demonstreerde de Nederlandse Fighting Falcon die op de openingsdag van operatie Allied Force met een radargeleide raket een moderne Servische MiG-29 trof.

Op dit moment is er weer een competitie gaande over het type vliegtuig dat de Nederlandse F-16 in 2010 moet gaan vervangen. Deze dagen cirkelen wederom lobbybureaus boven het Binnenhof, ingehuurd door Saab, Dassault, en het consortium dat de Eurofighter bouwt. Maar de strijd lijkt reeds beslist. ``Zie de vorige kandidaten en de ervaringen met de F-16'', heeft de vanouds Amerikaans georiënteerde Koninklijke Luchtmacht al te kennen gegeven, ``wij kopen liefst wéér bij de Yanks.'' En laat er op dit moment, doordat de Verenigde Staten voor hun huidige luchtvloot eveneens vervanging zoeken, juist zo'n toestel op de tekentafel staan: de Joint Strike Fighter, JSF.

jsf-projectbureau

Hoewel `Den Haag' de Europa-gezinden niet op voorhand voor het hoofd wil stoten, lijkt de aanschaf van zo'n honderd stuks van de JSF een zekere zaak. De Nederlandse defensie-industrie heeft alle kaarten op participatie in het programma gezet en kocht zelfs al een permanente vertegenwoordiging bij het JSF-projectbureau in Washington. Daarbij: de concurrentie houdt niet over. De Saab Gripen, waarvan de Zweden er al tachtig hebben rondvliegen, is alweer te oud, de Brits-Duits-Spaans-Italiaanse Eurofighter is met 120 miljoen gulden per stuk onbetaalbaar, en de Dassault Rafale is ook te duur – en van Franse makelij. Begin volgend jaar wordt de Kamer officieel geïnformeerd over de keuze voor de opvolger van de F-16.

Wat voor vliegtuig is de Joint Strike Fighter? De JSF moet een hele reeks types gevechtsvliegtuigen gaan vervangen, zowel bij de Amerikaanse marine, de mariniers als bij de luchtmacht. Daarom staan drie verschillende versies op de tekentafel: één relatief simpele die gewoon van een vliegveld kan opstijgen, één met een verstevigd onderstel en een landingshaak voor operaties vanaf een vliegdekschip, en één die loodrecht kan landen en opstijgen, bijvoorbeeld vanaf open plekken in het bos of van het achterdek van een fregat.

Nederland heeft het oog op de eerste, de luchtmachtversie laten vallen. De Nederlandse waarnemer bij het projectbureau mag hiervoor speciale technische wensen uitspreken. Maar die worden alleen gehonoreerd indien alle partners – Noorwegen en Denemarken hebben eveneens waarnemerstatus, Groot-Brittannië is volwaardig partner – hiermee zijn gediend. Twee bedrijven zijn door het Pentagon uitgenodigd om prototypes te maken: Lockheed-Martin ontwikkelt de X-35,Boeing de X-32. De economische inzet is met een verwachte totale productie van een paar duizend stuks enorm.

De JSF onderscheidt zich op een aantal punten wezenlijk van de F-16, die, ondanks de jongste moderniseringsronde, in essentie een ontwerp is uit de jaren zeventig. Zo weerspiegelt de geplande elektronische uitrusting de huidige militaire trend waarbinnen de situational awareness, het tactisch overzicht, een belangrijke rol speelt. De piloot kan via een ultrasnel modem bijna-rechtstreekse – in jargon: near-real-time – radarbeelden opvragen bij de AWACS radarvliegtuigen. Ook kan de vlieger satellietbeelden of beeldmateriaal van robotvliegtuigjes raadplegen. Nauwkeurige navigatie met het GPS-satellietnavigatiesysteem bevordert dit tactische overzicht. Met GPS zijn ook de twee meegevoerde zogeheten JDAM-bommen naar het doel te geleiden. Al op weg naar de vijand kunnen nog doelcoördinaten in het geleidingsmechanisme worden ingevoerd.

De voortstuwing van het JSF-type dat kandidaat is voor de Nederlandse luchtstrijdkrachten, verschilt ten opzichte van die van de F-16 eigenlijk alleen op gebied van onderhoud-behoefte, brandstof-consumptie en vermogen per kilo motor. De straalmotoren van de verticaal landende – de zogeheten STOVL-versie: Short Take-Off, Vertical Landing – zijn daarentegen apart in de zin dat ze verschillen van die van de Harrier. De Harrier, een STOVL-toestel dat in dienst is bij de Amerikaanse mariniers en de Britse marine en luchtstrijdkrachten, kan vier aan de zijkant van de romp geplaatste motoruitlaten naar beneden richten, zodat het vliegtuig als een helikopter kan manoeuvreren.

De X-32 van Boeing past iets dergelijks toe, alleen zitten daar ook kleine uitlaten in de vleugels gemonteerd. In het bouwplan van de X-35 van Lockheed-Martin is voor de verticale stuwkracht plaats ingeruimd voor een aparte lift-fan-motor, pal achter de cockpit. Voordat geldgebrek een einde maakte aan dit project, pionierde de Russische vliegtuigbouwer Yakovlev met zo'n systeem – reden voor de Amerikaanse vliegtuigbouwer om, in een fraaie illustratie van het einde van de Koude Oorlog, de hulp van Yakovlev in te roepen.

Het zijn de stealth-eigenschappen, die de JSF slecht waarneembaar moeten maken voor radar en andere detectiemiddelen, die de JSF misschien nog wel het meest onderscheiden van de F-16 – en overigens van de Gripen, de Eurofighter en de Rafale. De JSF is vanaf de eerste ruwe schets ontwikkeld als een compleet stealth-vliegtuig. Dat is niet alleen handig voor het verrassingseffect bij bombardementsaanvallen, maar geeft ook de bovenhand bij luchtgevechten. De JSF heeft de mogelijkheid tot, zoals het in vaktaal heet, first look, first shot, first kill: het toestel kan ongezien een tegenstander opmerken, op de korrel nemen en er een raket op afvuren. De vijandelijke piloot heeft pas in de gaten dat hij wordt aangevallen wanneer het radarwaarschuwingssignaal in zijn oren schalt. Dan is het meestal te laat om nog uit te wijken.

russische schietstoel

Wat deze stealth-technologie precies inhoudt, houden de VS voor zich. Zo mogen de defensie-industrieën van de niet-Amerikaanse partners wél bieden op contracten voor de bouw van bijvoorbeeld landingsgestellen of rompdelen, en er komt misschien ook wel een Russische schietstoel in. Maar de samenstelling van de radarenergie-absorberende emulsie die op de romp wordt gesmeerd, blijft een Amerikaans geheim.

Toch is wel iets te zeggen over hoe deze technologie werkt. Zo neemt zowel de X-32 als de X-35 twee raketten en twee bommen in het inwendige mee. Dit versluiert de radarreflectie. Overigens kunnen de toestellen ook aan ophangpunten een wapenlading meevoeren, waardoor dan ook de stealth-eigenschappen worden gecompromitteerd. De motor zit op een vergelijkbare manier in de romp weggestopt.

De stealth-verf die op de buitenzijde is aangebracht, zet de opgevangen radarenergie om in warmte, die vervolgens aan de buitenlucht wordt vrijgegeven. Ook zitten in dit materiaal S-vormige poriën waarbinnen de radarbundels talloze malen kaatsen. Bij elke `botsing' met de stealth-verf verliest de radarstraling aan energie, waardoor de echo en daarmee de kans op detectie kleiner worden.

Toch moet een kanttekening worden geplaatst bij het Amerikaanse vertrouwen in de stealth-technologie. Neem bijvoorbeeld die ene F-117 die boven Servië werd neergeschoten, dit voorjaar en die andere die – de VS geven het intussen officieel toe – door Servische luchtafweerraketten beschadigd werd. Onder een bepaalde frequentie – een Amerikaanse luchtmachtofficier houdt het in het vakblad Aviation Week op 2 GHz – zijn ook stealth-vliegtuigen zichtbaar, zij het dat ze op kortere afstand niet zo nauwkeurig zijn waar te nemen dat er ook luchtafweerraketten heen kunnen worden geleid.

Het gegeven dát er een vliegtuig aankomt geeft de luchtverdediging echter wel de mogelijkheid raketten globaal af te schieten naar de plek waar op dat moment een vliegtuig wordt vermoed. Zoals een hoge NAVO-luchtmachtofficier zei: ``Die Serviërs zagen die F-117 van verre aankomen. Ze hebben vervolgens met de stopwatch in de hand staan klokken. Toen ze meenden dat die F-117 in de buurt was, hebben ze een barrage raketten de lucht ingeschoten.'' Het was een lucky shot, maar het stealth-toestel werd fataal getroffen door scherven van de ontploffende raket.