Intriganten als elkaars slachtoffer

De toon wordt vanaf het eerste moment gezet. Gevangen in een lichtbundel zit actrice Marieke Heebink met haar rug naar het publiek en naakt op een roodfluwelen, helemaal achter op het toneel geplaatste canapé. Man Rays Violon d'Ingres indachtig, dat kan niet anders. Haar stem klinkt mechanisch, terwijl ze herinneringen ophaalt. ,,Valmont, ik meende dat de hartstocht die u voor mij voelde, bekoeld was.'' Niet dus. Haar ademhaling zal zich versnellen, ze zal hem kreunend verzoeken zijn hand niet weg te nemen, zal zich overgeven aan zinnelijkheid. Huid tegen huid, zonder liefde ertussen. Zoals het de libertijnse minnaars Markiezin de Mertueil en Vicomte de Valmont, afkomstig uit Choderlos de Laclos' machtige brievenroman Les Liaisons Dangereuses (1782), betaamt.

Het intrigespel, waarin ze ooit zo bedreven waren, is uit in Heiner Müllers versie, die nu wordt uitgevoerd door Toneelgroep Amsterdam met Heebink en Gerardjan Rijnders als vertolkers. Het spel is uit, meer dan ooit tevoren zijn ze nu elkaars slachtoffer. Dat is hun nieuwe spel. Ze bestoken elkaar met herinneringen en met in briljante formuleringen verpakte verwijten. Ze proeven elkaars libertijnse nieren: jij, nee, jijzelf hebt toen en toen liefde gevoeld. Durf het eens te ontkennen. Welles, nietes op hoog niveau, met dodelijke afloop.

Kwartet behoort goddank tot de meer heldere stukken van Müller, met grote schatplichtigheid aan Laclos. De tekst is genieten geblazen, vol gloedvolle en dubbelzinnige beeldspraak, met consequente omkering van de christelijke moraal. Niet het goede, maar het kwaad is de maat – een omkering waarmee Laclos de liederlijkheid van de hoge kringen aan de kaak stelde en waarmee hij zich, via een vaak onbegrepen omweg, een overtuigd christen betoonde. Niet onterecht stelt Toneelgroep Amsterdam, dat eind 1999 ter gelegenheid van tweeduizend jaar christendom juist dit stuk gespeeld moet worden.

Rijnders en Heebink spelen hun rollen met ingehouden verve, volgens een regie (van Rijnders en Lineke Rijxman) die de stijlbloemen in de tekst zo letterlijk mogelijk neemt. Waar de schrijver zich in stilering uitput, zoeken hun handen op realistische wijze naar geslachtsdelen. Beide spelers zijn naakt onder hun glanzende kamerjassen en nog naakter zonder die jassen – zo op het oog zonder enige inhibitie. De toon van onthechte verbondenheid weten ze goed te treffen in handeling en intonatie, al barst Heebink een keer in woede uit: een emotie (zoals emotie überhaupt) die naar mijn gevoel niet strookt met haar personage. Anderzijds ontstaat misschien daardoor juist de eenzaamheid die beiden omringt, de huns ondanks hunkering naar contact, het besef dat het kwaad slechts façade is. De notie van de dodelijke omhelzing, kortom.

Voorstelling: Kwartet van Heiner Müller naar Laclos door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Gerardjan Rijnders/ Lineke Rijxman. Spel: Marieke Heebink, Gerardjan Rijnders. Gezien: 16/12, Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar t/m 23/12. 11 t/m 22/1, TTA, Amsterdam. Inl. (020) 6279070.